Taalverandering: top-down of bottom-up?

Misschien een beetje vreemd voor een bureau dat geschreven taal als product levert, maar deze column begin ik met spreektaal. Want is het u ook opgevallen dat u sprekers steeds vaker de klemtóón verkeerd hoort leggen? Klemtóón is in dit geval trouwens een verkeerd voorbeeld, want het gaat vaak om klemtonen die eigenlijk op de laatste of voorlaatste lettergreep gelegd dienen te worden, maar nu op de eerste lettergreep vallen. Opeens zijn het geen finan-cië-le verplichtingen, maar fi-nanciële verplichtingen. Een partij heeft geen sociáál gezicht meer, maar een sóciaal gezicht. Toegegeven, omgekeerd kan het ook. De afgelopen week stond namelijk de kinder-op-vang in de belangstelling, terwijl ik toch altijd dacht dat het om kin-deropvang ging.

Het zijn ook niet zomaar sprekers. De klemtoonverwisselaars komen uit de kringen van politiek en media. Het balletje hebben ze elkaar bij wijze van spreken naar elkaar toegerold. De gewoonte hebben ze elkaar aangepraat. Het is de klemtoon der gezagsdragers en opiniemakers, het sprekend bewijs dat de macht en de controle op de macht twee kanten van dezelfde medaille zijn. Het zijn Balkenende en Netwerk, Verhagen en Nova. In feite zijn de klemtoonverwisselingen markers van status. De gebruikers ervan laten door hun klemtoonverandering elkaar en het publiek weten dat zij tot de incrowd behoren. Het gebeurt op een onbewuste manier, net zoals gebruikers en gebruiksters van het Poldernederlands elkaar zonder het in de gaten te hebben codes toesturen die verborgen liggen in de verzakking van hun klinkerspectrum. Lees verder…