
Tussen boeren, burgers en buitenlui
Hoelang bestaan er al Paasraces op Zandvoort? Niet zolang als de Pinksterraces, maar het voelt als een eeuwigheid. Al vanaf 1969 waren Van Lennep, Hezemans en Slotemaker toerwagenhelden tijdens de jaarlijkse Paasraces. Toen een ander sfeertje dan nu? We waren er destijds niet bij, maar dezelfde sociale tweedeling – of driedeling? – van toen zie je nu nog steeds. Achter het stuur, in het paddock én op de tribune.
Je kunt naar Zandvoort gaan om verslag te doen van het Dutch GT4 of de Dutch Supercar Challenge. Gedaan natuurlijk, maar het is minstens net zo leuk om je tijdens de Paasraces tussen de mensen te begeven. Dan kom je er snel achter hoe het Nederlandse autosportlandschap eruitziet. Onder het publiek zie je niet de al dan niet aristocratische nerds die typisch zijn voor het Britse racevolk, en evenmin de hippies die je in België tegenkomt, maar voor de rest is de klassenmaatschappij net zo herkenbaar als in de ons omliggende landen. Want net als in België, Duitsland en Engeland is autosport voor boeren, burgers en buitenlui en die groepen mengen maar lastig met elkaar.
In de tijd van Van Lennep & co. had je onder coureurs al kampvorming. Importeurszoon Ben Pon werd bijvoorbeeld jarenlang met de nek aangekeken omdat hem het kapitaal kwam aanwaaien. In het andere kamp zaten de harde werkers, de voortijdige schoolverlaters die misschien wel slim waren, maar het racen niet konden laten. In verschillende samenstellingen zijn die twee kampen tot op de dag van vandaag overeind gebleven. Of zijn het zelfs drie kampen? Lees verder…