Gearchiveerde publicaties voor

Autosportnieuws juli 2011

Mijn berichten van juli 2011 op Driving-fun.com:

Voorbeschouwing 24h Spa

Audi R8 LMS

GT-kanonnen door de Ardense nacht

De 24 uren van Daytona, Dubai, Le Mans en de Nürburgring hebben we al achter de rug, maar nog één traditionele etmaalrace staat ons te wachten. Komend weekend gaan op het circuit van Francorchamps zo’n 60 GT-auto’s van start voor de 24 uur van Spa. Deze keer is GT3 de hoofdcategorie, met een handvol Cup-auto’s en GT4′s in de mix.

De 24h van Spa bestaat al vele tientallen jaren en heeft al heel wat verschillende soorten auto’s mogen ontvangen. De race was vele jaren een toerwagenrace en liet op een gegeven moment zelfs DTM-auto’s toe. Na een tijd als eenling te hebben gedwaald op de internationale racekalender sloot het evenement zich aan bij het FIA GT-kampioenschap. Maar nu GT1 een (mager bezette) sprintklasse is geworden en GT2 de (kostbare) endurance-categorie voor Le Mans, moest de klassieker zichzelf weer eens opnieuw uitvinden. Het antwoord lag voor de hand: GT3.

En net als Le Mans – nu onderdeel van de Intercontinental Le Mans Cup, dat volgend jaar transformeert in het nieuwe FIA World Endurance Championship – is Spa opnieuw het kroonjuweel van een kampioenschap geworden. Een spiksplinternieuw kampioenschap, net als de ILMC en het WEC: de Blancpain Endurance Series, een uithoudingsreeks speciaal voor GT3-auto’s (met wat GT4′s en Cup-auto’s als veldvulling).

De hele voorbeschouwing lezen? Lees verder op Driving-fun.com.

Test Citroën DS3 Racing

Citroën DS3 Racing

Belle pour les Sébastiens

Eindelijk. Na jaren getreuzel is het er toch van gekomen: een auto waarmee Citroën inspeelt op zijn rallysuccessen. Maar is het ook echt een belle die eer doet aan zevenvoudig wereldkampioen Sébastien Loeb en zijn opvolger Sébastien Ogier? Citroën durfde de DS3 Racing mee te geven aan Neerlands grootste rallytalent en een veertiger in een midlifecrisis.

>> Liever eerst video kijken? TV: Test Citroën DS3 Racing

Het is eigenlijk ongelooflijk. Al zo’n beetje vijfhonderd jaar is Citroën het absoluut dominante merk in de rallysport, eerst met de Xsara, daarna met de C4 en nu met de DS3. De WRC-titels zijn niet meer op één hand te tellen en op twee ook niet. Tegelijk was er in de Citroën-showrooms weinig anders te zien dan grijze Picasso’s, vrolijke Pluriels en een enkel lauwwarm VTR-modelletje, om over de C4 ‘By Loeb’ maar te zwijgen: een gewone familieauto met wat extra leer en chroom en een handtekening van de kampioen. Pas nu titelvreter Sébastien Loeb in de herfst van zijn carrière zit, vindt Citroën het tijd om zijn verdiensten te eren met een bommetje voor de openbare weg: de DS3 Racing. In 2010 werd hij geïntroduceerd op de Salon van Genève, nu is hij in zestigvoud op weg naar Nederland. Geen verplicht nummer als homologatiemodel, maar een auto als de Impreza GT Turbo, het kanon waarmee Subaru zichzelf in één keer op de Europese kaart zette. Die Japanners hadden ’t (toen) wél begrepen: win on Sunday, sell on Monday.

Althans, dat is wel de bedoeling als je de auto in de folder bekijkt. (Niet voor niets zijn veertig van de zestig Nederlandse exemplaren al verkocht.) De uitmonstering van de DS3 Racing is racy en agressief, de specificaties zijn uiterst serieus. Met 207 pk kan het turboblokje van 1,6 liter de strijd in het kleinere hothatchsegment gemakkelijk aan. Zijn acceleratie van 0 naar 100 gaat in 6,5 seconden, rap genoeg om 97% van het Nederlandse wagenpark, inclusief alle concurrenten in het segment, na het groene licht om de oren te rijden. Daar staat tegenover: geen vierwielaandrijving, zoals het sterkere broertje in het WRC. Net als de Focus ST van WRC-rivaal Ford moet de DS3 Racing het met aandrijving op de voorwielen doen. Misschien moeten we de DS3 Racing daarom eerder vergelijken met de Xsara-kitcar waarmee Philippe Bugalski ooit in de asfaltrally van Corsica alle vierwielaangedreven WRC-opponenten versloeg. Logisch ook, want waar vind je in Nederland nog mooie stukken onverhard?

De hele test lezen? Lees verder op Driving-fun.com.

En nu echt racen op de Nordschleife

Tyrrell

Zoals de Duitse GP eens was

Schumi en Nico die met historische Silberpfeile over de Nordschleife ‘knallen’? Leuk hoor, maar niet voor ‘t echie. Daarvoor moeten we terug naar een verleden dat nooit meer terugkomt, de tijd dat GP-auto’s nog op volle snelheid walsten over de echte Nürburgring in plaats van de Ersatzring. Hoe dat eruitzag? Zo.

Voordat het zondag een (hopelijk regenachtig) spektakel wordt op de nieuwe Grand-Prix-Strecke, mogen we best even nostalgisch worden. Want Mercedes met Schumacher en Rosberg in hun W196′s een puntgave voorzet geven, wie zijn wij dan om ‘m niet in te koppen? En kom, dat doen we dan meteen maar negen keer.

De eerste grote Nürburgring-helden? Ongetwijfeld waren dat de oorspronkelijke Nebelmeister (Bernd Rosemeyer), de man van de allereerste overwinning op de ‘Ring (Rudolf Caracciola, die er daarna nog acht keer won) en de reuzendoder uit Mantua (Tazio Nuvolari). Veel beelden zijn er niet over uit die tijd, maar de GP van Duitsland van 1935 is zelfs in woorden al legendarisch. Hoe ‘Nivola’ in een oude Alfa de nazi’s voor schut zette en Manfred von Brauchitsch’ Mercedes in de laatste ronde voorbijstak – het is een overwinning die de boeken in is gegaan als een van de onwaarschijnlijkste en daardoor grootste aller tijden:

De rest van de filmpjes bekijken? Lees dan verder op Driving-fun.com.

De F1-boot gemist

Tom Kristensen, Audi R15 TDI

De overgeslagen beloften

De Formule 1 is niet voor elke jonge coureur het einddoel van zijn carrière, maar wel voor heel veel. Maar naast de paar honderd talenten dan wel rijkelijk van fondsen voorziene jongelui die het hoogste niveau daadwerkelijk bereikten, zijn er nog veel meer die het niet hebben gehaald. Welke beloften werden over het hoofd gezien, maar verdienden desondanks een kans? DF zet tien topcoureurs op een rij met geen enkele GP-start op hun naam.

Hoe de Formule 1 de afgelopen jaren ook is veranderd, het blijft elk jaar voor vele tieners en twintigers het goudgerande streven: meedoen in de F1, Grands Prix winnen en hopelijk ooit eens (of vaker) wereldkampioen worden. Makkelijker is het er niet op geworden. De weg naar boven liep ooit langs een overzichtelijke ladder, maar is nu een helse klimwand met tal van doodlopende zijpaden. En toch blijven ze het proberen.

Het zit verstopt aan de top

Coureurs als Toine Hezemans, Klaus Ludwig en Steve Soper waren eigenlijk uitzonderingen met hun bewuste keuze voor raceauto’s met een dak boven hun hoofd. Want verreweg de meeste toppers die nu succesvol zijn buiten de F1, hebben eerst hun geluk op die klimmuur beproefd. En als je bijna het dak kunt grijpen… klim er dan maar eens op. Want het zit verstopt aan de top.

Terwijl dankzij het huidige testverbod in de F1 de premie op ervaring verder is verhoogd, waardoor coureurs als Barrichello en Trulli een schier eindeloze reeks GP-deelnames aaneen kunnen rijgen, zijn er in de afgelopen jaren vele talentvolle tanden stukgebeten op pogingen om ook maar één keer in een GP van start te gaan. Daar komt bij dat beloften die in deze crisistijden geen hulp krijgen van een juniorprogramma of een rijke vader, al bij voorbaat kansloos zijn.

Weten wat de toptien is? Lees het hele artikel op Driving-fun.com.

A tale of two worlds

Europe and North America: commonly denominated as ‘the Western world’, sharing the same popular culture in many ways, yet literally and mentally thousands of miles apart in their appreciation of sports and leisure activities. Motorsport is a prime example of the sporting chasm between the continents. Americans and – to a lesser degree – Canadians seem to enjoy a very different kind of motor racing compared to what racing fans in Europe are used to. But has it always been this way?

And it’s not just motorsports. The chasm is present in various team sports, not just on a organisational level but in the actual sports as well. Europe has soccer and rugby, the North Americans have football. Europe has field hockey, North Americans prefer ice hockey. As the rest of the world – from South America to Japan – usually latches on to what is hip in the cradle of western society, even Canada enjoying acting European once in a while, most of the time the US is left in splendid isolation.

This has led to numerous reproaches travelling across the Atlantic condemning European arrogance and American self-righteousness. These truly go both ways. The Old Continent often gets criticised for claiming ‘world’ status when in fact the various FIA championships are European-based with the odd ‘overseas’ round attached to it. Yet in the US ‘world championships’ are invariably hosted for any number of sports in which Americans are undeniably the best, with the rest of the world hardly having a look-in. Lees verder…



© mattijsdiepraam.nl 2012

RSS. Deze Wordpress-site maakt gebruik van het thema Modern Clix, ontworpen door Rodrigo Galindez. Nederlandse vertaling: mattijsdiepraam.nl