De meest gemaakte opmerking (aan een zzp’er)

Zo’n twee maanden geleden had ik het over de meest gestelde vraag aan een beginnend zzp’er. Nu gaan we verder met de meest gemaakte opmerking. Weet je ’m al? Nee, zelfstandigen mogen niet meedoen aan deze minikwis.

Een van de voordelen van het zelfstandigenbestaan is dat je je eigen tijd kunt indelen. Je hebt alleen verantwoording af te leggen aan je klanten en aan jezelf, niet ook nog aan een werkgever. Dat bevalt doorgaans prima – daar heb je je antwoord op die meest gestelde vraag – behalve als je als zzp’er over je eigen schouder meekijkt. Want dan ben je zelf je ergste baas.

De oorzaak ligt in de opmerking die ik tot nu het vaakst heb gehoord over de kansen die mijn zelfstandigheid biedt – uiteraard uit de mond van loonslaven, zoals ik er nog niet zo lang geleden ook eentje was. Voel je ’m al aankomen?

“Daar heb je nu alle tijd voor!”

Ja, je wilt niet weten waar ik nu allemaal alle tijd voor heb. Allemaal dingen die enorm belangrijk zijn voor de zaken of dan toch tenminste voor mijn persoonlijke ontwikkeling en mijn levensgeluk. Telt u even mee?

  1. Een platform opzetten voor duurzame communicatie
  2. Artikelen schrijven voor toonaangevende blogs
  3. Alle social media nu eens echt goed bijhouden
  4. Me verdiepen in vakliteratuur
  5. Naar congressen, workshops en seminars
  6. Ideeën uitwisselen met vakgenoten
  7. Boeken, kranten en tijdschriften lezen
  8. De nieuwste muziek bijhouden
  9. Naar buiten gaan en mooie foto’s maken
  10. Een beter fototoestel kopen en daarvoor een vergelijkend warenonderzoek doen
  11. Een extra avondje sporten
  12. Weekendjes weg met mijn geliefde
  13. Mijn zoon van hot naar her rijden
  14. Vanaf drie uur in de keuken staan om een feestmaal te bereiden
  15. Een dagtochtje maken met een goede vriend of vriendin
  16. Naar trackdays en op driftcursus
  17. Een hobbyauto kopen en leren sleutelen
  18. Lekker bijkletsen op mijn favoriete forums
  19. Het hele trapportaal opnieuw schilderen
  20. De voortuin aanpakken

Als ik die twintig dingen echt allemaal zou kunnen afvinken, dan zou ik slaap én tijd tekort komen. Het opmerkelijke is: een aardig deel van bovenstaand lijstje probeer ik zo goed en zo kwaad mogelijk nog te doen ook. Maar van veel zaken komt toch weinig tot niks terecht. Niet zo gek: het feitelijke werk moet ook worden gedaan. Daarnaast de administratie en de vele kopjes koffie bij (potentiële) klanten en relaties, want de toestroom aan feitelijk werk mag niet stokken.

Een belangrijk tijdverdrijf heb ik dan nog niet eens genoemd. Zelf ben ik er als ex-loonslaaf namelijk ook ingetrapt. Die tweede carrière als autosportjournalist? Daar had ik nu toch alle tijd voor? In de praktijk kan ik vanaf 20 gewoon doortellen:

  1. Veel vaker naar races toe
  2. Nieuwe media vinden voor mijn schrijverijen
  3. Aan de praat raken met coureurs, teambazen en vakgenoten
  4. Ook autosportief de social media benutten
  5. Alle auto- en autosportbladen doorspitten
  6. Mijn groeiende collectie van (overgenomen) autosportboeken lezen
  7. Een boek schrijven
  8. Nog een boek schrijven
  9. Meer artikelen schrijven voor 8W, mijn website over autosportgeschiedenis
  10. Die website eindelijk eens 2.0 maken

Geen probleem als de schoorsteen daarvan zou kunnen roken. Maar het is in ons land maar voor weinigen weggelegd om hun brood met dit vak te verdienen. De meesten doen het erbij. Dus moet het geld doordeweeks binnenrollen zodat ik er in de weekenden van naar het circuit kan – en liefst wat meer weekenden dan ik tot nu toe deed, want de mensen moeten wel je gezicht zien. Die weekenden worden trouwens al gauw vijf dagen als je naar Le Mans, Hockenheim (komend weekend) of Goodwood gaat.

Zo kom je dus wel heel makkelijk aan die weken van 128 uur. Zeker als je een perfectionist bent. Dan ben je dus echt je ergste baas. Want doe je die dingen uit je lijstje echt maar half? Of soms helemaal niet? Foei!

Nou ja, helemaal niet foei, want ik ben ook een realist. Eerst moet er brood op de plank en daarna zitten er ook maar zoveel uren in een dag. Maar je vraagt je weleens af hoe ze het doen: die collega-zzp’ers die zo zich nadrukkelijk etaleren als toppers in al die nuttige bijzaken en dan ook nog een leven hebben en de rekeningen kunnen betalen. Ken je er eentje? Die heeft dan vast alle tijd om me het geheim te vertellen.