Gearchiveerde publicaties voor Jager & Neyndorff

Hoe hoog is jouw taaltolerantie?

Je kunt er de klok op gelijk zetten, vooral in de diverse internetdiscussiegroepen over taal: mensen die verontwaardigd in de pen klimmen vanwege een abject taalverschijnsel dat ze kort geleden hebben gesignaleerd en sindsdien ‘alarmerend’ in omvang hebben zien toenemen. Zijn deze poortwachters de scherpe waarnemers van taalverandering in haar volle, niet te stuiten werking? Leggen ze de vinger op de zere plek van grillige taalmodes? Of is er iets anders aan de hand?

Waar je niet op let, valt je ook niet op. Je kent ’t wel: nooit eerder zag je een vrachtwagen van vervoerbedrijf X rijden. Je wist niet eens af van het bestaan van X. Totdat je op een verjaardag kennismaakt met een chauffeur, marketeer of directeur van X (afhankelijk van het soort feestjes dat je frequenteert) en een leuk gesprek hebt over het wel en wee in de transportbranche. In de weken daarna passeer je op de snelweg opeens de ene na de andere vrachtwagen van het bedrijf.

In zo’n geval besef je na een tijdje dat bedrijf X allang bestond. En als je ’t al niet heimelijk wist, dan heeft je gesprekspartner van het verjaardagsfeestje je wel verteld dat X zojuist zijn 35-jarig bestaan heeft gevierd. Dat je plotseling overal de naam X ziet opduiken, ligt duidelijk aan jezelf. Je bent er gevoelig voor geworden. Lees verder…

Voel je thuis bij Accor

In opdracht van communicatiebureau Ketchum Pleon ben ik de afgelopen periode erg actief geweest voor Accor, het internationale hotelconcern met klinkende merken als Sofitel, Mercure, Novotel, ibis en Formule 1. Accor wil de komende vier jaar zijn aanwezigheid in Nederland verdubbelen. Dat kan niet zonder enthousiaste medewerkers. Daarom ontwikkelde Ketchum Pleon de HR-campagne ‘Durf te groeien’, waarmee Accor zich richt tot schoolverlaters, afgestudeerde mbo’ers en hbo’ers én het eigen personeel. Ik schreef de HR-brochure en vier factsheets over de merken van Accor, de stagemogelijkheden, het managementtraineeship en de Académie Accor.

Voor Jager & Neyndorff, in opdracht van Ketchum Pleon.

Moet het altijd kort zijn?

Aan het begin van het tweede volwaardige internetdecennium uit de geschiedenis is de trend duidelijk: teksten worden steeds korter. Ook wij ontsnappen niet aan die knevel. Maar is korter altijd beter? Too much is just right – heel soms gaat die stelling toch nog op. Zoals in een briljante advertentietekst van 5500 woorden. Een online-advertentietekst van 5500 woorden.

Het was de afgelopen jaren een onstuitbare beweging. Artikelen slonken van 1200 via 800 naar 600 woorden. Nieuwsberichtjes krompen van 400 woorden naar 300 woorden, tot pakweg 200 nu. Leads gingen van 100 naar 50 naar 30 woorden. Koppen krompen van tien via vijf naar hooguit drie woorden. Komma’s werden punten. Gedachtestreepjes verdampten. Bijstellingen en bepalingen van gesteldheid werden bedreigde zinsdelen.

Opdrachtgevers vragen erom, want ‘de markt’ wil het nu eenmaal zo. Hoe weten ze dat zo? ‘Mensen lezen niet meer’ is de veelgehoorde verklaring, ‘en zeker niet op internet’. Lees verder…

Zo erg is ‘t dus

Hebben schrijfadviezen zin? Dat vroegen we ons de vorige keer af. Want zulke banale tips zijn toch overbodig? Niets is minder waar als je een recente bijdrage aan het bekende marketingblog Frankwatching leest.

Aartjan van Erkel van schrijvenvoorinternet.nl struinde tal van websites af op hun zonden tegen ‘de sociale omgangsvormen op internet’. Hij baseert zich daarbij op een onderzoek van een Amerikaanse hersenwetenschapper, die op een rij heeft gezet aan welke ongeschreven sociale regels online-interactie dient te voldoen. Ongeschreven sociale regels? Online-interactie? Hmm, interessant, hier gaan we vast iets van opsteken. Dus kom op, welke ongeschreven sociale regels zijn dat dan? Lees verder…

Hebben schrijfadviezen zin?

Sinds de opkomst van het ‘webschrijven’ zijn ze weer in opkomst. De schrijfadviezen. Een simpel rondje googelen leidt tot de ene na de andere ‘toptien’ van ‘schrijftips’, die elkaar in banaliteit naar de kroon steken. Houd het bondig. Gebruik tussenkopjes. Schrijf helder. Ja, zo kennen wij er ook nog wel een paar.

Schrijf actief. Zorg voor variatie. Vermijd archaïsmen, barbarismen en jargon. Allemaal platitudes die gesneden koek zijn voor de professional en die de amateur geen steek verder helpen. Het zijn adviezen die grosso modo gelden voor vrijwel elke tekst, niet alleen voor webteksten. Voor webteksten zijn daarnaast tal van andere aanwijzingen van belang, bekend onder de noemer SEO. Deze aanwijzingen zijn niet in een paar kreten samen te vatten en regelmatig aan verandering onderhevig. Webteksten zijn daarom sowieso niet het terrein van de amateur.

De ene website is bovendien de andere niet. Een specialistische doelgroep vreet lange teksten met veel jargon. Een site die spullen aan de man brengt, moet vooral goed scoren op vergelijkingssites, makkelijk te vinden zijn in Google en prettig navigeerbaar zijn. Die paar woorden die erop staan, zijn vooral opsommingen van specificaties. Bedrijven op de B2B-markt hoeven op hun site niet op de knieën te gaan voor de lezer. ‘Jip & Janneke-taal’ is sowieso een neerbuigende term voor grote groepen geschoolde lezers die niet als kind willen worden toegesproken. Lees verder…

De taal van links en rechts

De PVV is een linkse partij, die opkomt voor de verzorgingsstaat, maar tegelijk voert de partij een haatcampagne tegen de linkse kerk en zijn linkse hobby’s. Daarnaast steunt Wilders twee rechtse partijen die de verzorgingsstaat juist willen inkrimpen. Raar? Met taal valt alles te rijmen.

In de politieke arena woedt een ideeënstrijd, maar die strijd wordt uitgevochten met woorden. PVV-ideoloog Martin Bosma heeft dat als geen ander begrepen. In de uitzending van Pauw & Witteman van 29 oktober jl. mocht hij antwoord geven op de vraag waarom de PVV zo verzot is op neologismen als haatbaard, subsidieslurper en heimweeschotel. Een terechte vraag, want Bosma houdt zich net zozeer met taal bezig als met ideologie. Sterker nog, met taal buigt hij de werkelijkheid zo dat zijn ideologie zich er beter in kan nestelen.

De presentatoren ondervroegen Bosma over vondsten als kopvoddentaks en gordijnbonus, die een Koot & Bie-achtige kracht in zich dragen en daarmee rijp zijn voor het woordenboek. Maar het voornaamste demagogische gereedschap van de PVV lieten Pauw en Witteman links liggen: de manier waarop de partij de termen links en rechts gebruikt. Misschien zagen ze ’t met opzet over het hoofd omdat Bosma’s geestige trouvailles mediagenieker zijn. Misschien hadden ze ’t gewoon niet in de gaten omdat ze net als vele anderen vastzitten in oude stramienen. Die stramienen zet de PVV intussen handig voor eigen electoraal gewin in. Lees verder…

Het nut van een standaardtaal

In de afgelopen eeuwen is onze taal van twee kanten spontaan veranderd tot het Nederlands dat we nu spreken – door de straat en door de literatuur. Maar een standaardtaal hebben we nog niet zo lang. Het bezit ervan is de aanleiding tot een reeks twisten tussen preciezen en rekkelijken die waarschijnlijk nooit meer ophoudt. De eerste groep, waarin cultuurpessimisten oververtegenwoordigd zijn, wil het Nederlands behoeden voor nog meer verandering of – in hun termen – verloedering. De tweede groep, waarin vrijzinnige cultuuridealisten de boventoon voeren, wil het liefst morgen nog alle regels afschaffen.

Maar waarom hebben we eigenlijk een standaardtaal? Wat is het nut ervan? Drukt hij, zoals zo vaak wordt beweerd, dialecten weg? Is het een voedingsbodem voor discriminatie of biedt hij juist emancipatiekansen? Ook daar zijn de meningen over verdeeld.

In Frankrijk, waar een sterk nationalistisch sentiment heerst, is te zien dat de standaardtaal de taalverandering wel degelijk afremt. Tegenhouden lukt evenwel niet, daarvoor is de taal te veel een natuurfenomeen met een sterke eigen wil – zie mijn eerdere betoog over de darwinistische aspecten van taalverandering. Ook is Frankrijk in Europa nog steeds het land met de meeste streektalen en dialecten, en niet alleen omdat het zo’n groot oppervlak heeft. Lees verder…

WK-actie

De WK-acties waren uiteraard niet van de lucht in de aanloop naar het wereldkampioenschap voetbal in Zuid-Afrika. Ook ik stortte me in het strijdgewoel met een actietekst voor Lenix Telecom. Deze Haagse telecomadviseurs kunnen door hun kennis van de telecommarkt belkosten besparen voor hun klanten. Het vertrekpunt is een gratis kostenanalyse. Met een ludieke actie werden ondernemers in Den Haag en omstreken opgeroepen om hun telecomfacturen op te sturen voor zo’n analyse. Omdat Lenix een iPad verlootte onder de inzenders, zag de actie eruit als het beeldscherm van de Apple-gadget. Zo kon de ondernemer zich al even de prijswinnaar wanen…

Voor Jager & Neyndorff, in opdracht van Lenix.

SEO or not to SEO?

Het zal twee jaar geleden zijn geweest. Misschien iets langer, de tijd vliegt tenslotte. Opeens zat ik achter een spreekwoordelijke Remington, met naast me een volle asbak en een fles whisky die al meer dan halfleeg was. Liep ik als webschrijver dan zo achter? Ging ik zo moeizaam met de tijd mee? Een vriend had zojuist gevraagd hoeveel ik wist van SEO.

Het letterwoord SEO is tegenwoordig een buzzword onder copywriters, ook al beslaat hun werkveld maar een beperkt deel van het totale SEO-gebied. Maar toch, zo gaat het verhaal de ronde, zonder kennis van SEO kun je je als webschrijver niet meer in de buitenwereld vertonen. SEO staat voor Search Engine Optimalisation en behelst een verzameling technieken die wordt ingezet om een website zo hoog mogelijk te laten scoren in een zoekmachine. ‘Zoekmachine’ kun je in dit geval gelijkstellen aan Google, want het zijn vooral de eisen van deze zoekdienst waaraan alle bekende en minder bekende SEO-tips zijn opgehangen. SEO is al langere tijd het domein van mediabureaus en -bureautjes die zich achter de schermen bezighouden met voor de leek nogal schimmige ingrepen ter verbetering van de zoekmachinescore. Totdat een stel vooruitstrevende tekstschrijvers in de gaten kreeg dat SEO in de basis neerkomt op woorden. Wie zoekt, zoekt immers met woorden. En woorden zijn het domein van de schrijver, niet van de techneut. Zo drong SEO onze wereld binnen, met zijn nieuwe regels – die soms strijdig zijn met de regels van de taal – en een nieuw instrumentarium. Lees verder…

Taal bijt in zijn eigen staart

Taalverandering kan geen taalverloedering zijn. Elke verandering bijt namelijk na eeuwen weer in zijn eigen staart. Schoolmeesters leven alleen niet lang genoeg om het zelf mee te maken.

De vorige keer vertelde ik over mensen die het zo spijt dat we onze naamvallen zijn kwijtgeraakt. Die zijn namelijk ‘zo mooi’ in het Duits. Ook het Latijn kent zo’n ‘vormenrijkdom’, in vergelijking waarmee ons poldertaaltje schraal afsteekt. Laten we zulke nostalgici met taalnijd maar gauw uit de droom helpen: naamvallen zijn ook maar afgestompte overblijfselen van wat eens complete woorden waren.

Dat is gebeurd volgens een proces dat we grammaticalisatie noemen. Bepaalde woorden met een inhoudelijke betekenis blijken nuttig te zijn om een grammaticale functie (beter) mee uit te drukken. Inhoudswoorden worden functiewoorden. Of: functiewoorden met nog een béétje inhoud worden totale functiewoorden. Of zelfs geen woorden meer, maar voor- of achtervoegsels. De uitdrukking ’t en zij (‘ware het niet’) werd het voegwoord tenzij. Het bijvoeglijk naamwoord rond (zoals in ‘het ronde archief’) kan nu worden gebruikt als voorzetsel (‘rond het huis’). Het lidwoord de komt van het aanwijzend voornaamwoord die. De verledentijdsuitgang -de komt van het ooit volledig uitgesproken werkwoord deed. De Engelsen gebruiken ’t nog. Lees verder…



© mattijsdiepraam.nl 2012

RSS. Deze Wordpress-site maakt gebruik van het thema Modern Clix, ontworpen door Rodrigo Galindez. Nederlandse vertaling: mattijsdiepraam.nl