Gearchiveerde publicaties voor Jager & Neyndorff

Hoe Darwin ten grondslag ligt aan taalverandering

De taal die we nu spreken, is the fittest in de huidige omstandigheden. Zoals soorten zich aanpassen aan hun omgeving, zo verandert taal mee met de wereld waarin we leven. Geen schoolmeester die dat kan tegenhouden. De natuur is sterker dan elk opgeheven vingertje.

Op 26 maart jl. hield de letterenfaculteit van de Universiteit van Amsterdam een mastercourse over de verandering – of zoals sommigen zouden zeggen – verloedering van het Nederlands. Het publiek voor deze postdocdag bestond voornamelijk uit leraren Nederlands, maar een verdwaalde letterkundige die de kost verdient als broodschrijver kon er ook terecht. Het was een nuttige dag waarin tal van feiten voorbijkwamen die gesneden koek zijn voor de gemiddelde taalkundige. De leek en de enkele armzalige letterkundige deden er echter diverse nieuwe inzichten op. Lees verder…

De volgende stap

In opdracht van de Algemene Bestuursdienst, het management-developmentbureau van de Rijksoverheid, maakte ik met collega’s Onno Jager en Jeroen Bruintjes en in samenwerking met VormVijf een grootscheepse HRM-productie. De brochure De volgende stap, Loopbaanperspectieven bij de Rijksoverheid laat ambtenaren uit de hogere echelons zien welke carrièremogelijkheden het Rijk allemaal biedt. Dat gebeurt aan de hand van gesprekken met tien rijksambtenaren, van jonge talenten tot directeuren, die aan de hand van een thema vertellen over de stappen in hun carrière en de keuzes die zij daarin hebben gemaakt. Met behulp van een invulschema kunnen ambtenaren dezelfde vragen beantwoorden die wij aan de geïnterviewden stelden, en zo de volgende stap in hun carrière zetten.

Voor Jager & Neyndorff, in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken.

De mooiste school van Nederland staat op Zuid

Door mijn werk voor maatschappelijk adviesbureau Septool werd ik gevraagd om mee te helpen met de inschrijving van woningcorporatie Vestia voor de Gouden Piramide. Deze prestigieuze overheidsprijs voor inspirerend opdrachtgeverschap staat dit jaar in het teken van architectuur. Vestia Rotterdam Zuid dingt mee naar de prijs als initiatiefnemer van de brede school De Wereld op Zuid in Rotterdam-Zuidwijk. Deze school is een lichtend voorbeeld geworden voor de vele brede scholen die nu in Nederland verrijzen, mede dankzij het pionierswerk van Vestia. Na gesprekken met Vestia, de architect en de procesmanager van Septool schreef ik het artikel dat deel uitmaakt van de inschrijving, maar ook de begeleidende teksten bij het visuele gedeelte van de inzending.

Voor Jager & Neyndorff, in opdracht van Septool en Vestia.

Oud-Hollandsche Landen

De laatste decennia heeft de Kamer van Koophandel heel wat flitsende naamswijzigingen in zijn register mogen noteren. Heidemij werd Arcadis. Hoogovens werd Corus. De Nederlandse Credietverzekeringsmaatschappij werd Atradius. Zijn dat verbeteringen? Vroeger hadden bedrijfsnamen vaak een direct zichtbare betekenis, tegenwoordig moet je het gymnasium hebben gedaan. Een nieuwe trend, met name in voormalig overheidsland, is de keuze voor vertrouwenwekkende titels met traditionele streekgebonden inslag, zoals Amstelring en Spaarnelanden. Goed, dan weten we wáár ze hun diensten leveren, maar wat doen ze nu eigenlijk?

De betekenisvolle bedrijfs- en organisatienaam is al langer op z’n retour. Rijkspostspaarbank. Waterbedrijf Zuid-Holland Oost. Nationaal Natuurhistorisch Museum. Bekende verschijningen uit de 20e eeuw die het tijdelijke definitief hebben verwisseld voor een vergetelheid die steeds eeuwiger wordt. Het waren duidelijke namen, maar ook stoffige namen. Ze pasten vrij lastig op een blinkende glasgevel en tik ze ook maar eens in als URL. Lees verder…

Inefficiënte taal

Taal is net als water. Althans, er is genoeg aanleiding toe om dat te denken. Net als water zoekt taal altijd het laagste punt op. Als het simpel kan, dan doen we dat als taalgebruikers ook.

Als we spreken, slikken we klanken in bij de vleet of we schuiven ermee om het onszelf gemakkelijker te maken. We assimileren: een banneling werd een balling, inport werd import. We syncoperen: een lade werd een la, een slede werd een slee. We metanalyseren: een nadder werd een adder, een nonkel werd een onkel. We passen metathese toe: niet-christenen werden gekerstend, een wesp wordt soms een weps. En vaak, heel vaak, verliezen we ons in haplologieën, de kunst van het weglaten van gelijk beginnende lettergrepen. Onze minister-president doet het voortdurend: op ’n gevement.

In schrift korten we al even vaak af, zeker in deze snelle tijden van twitter en sms. Heel efficiënt natuurlijk. Net als water zoeken we de eenvoudigste weg, die ons nog nét in staat stelt met anderen te communiceren.

Daarom wekt het verwondering dat je soms taalveranderingen signaleert die inefficiënt zijn, maar toch voet aan de grond krijgen. Lees verder…

Ontwikkelingskrant Amstel III

Amstel III is het Amsterdamse kantoren- en bedrijventerrein tussen ArenA en AMC. Amsterdam wil dit gebied de komende jaren omvormen tot duurzaam stedelijk gebied voor wonen, werken en ontspannen. Eind september maakte de gemeente haar nieuwe visie op het gebied bekend. In samenwerking met Ketchum Pleon en het gemeentelijke projectbureau Zuidoostlob schreef ik de eerste informatiekrant voor eigenaren, gebruikers en omwonenden, waarin de visie wordt uitgelegd en belanghebbenden worden opgeroepen om mee te denken over de toekomst van het gebied. Daarnaast schreef ik de teksten voor de website over Amstel III en de uitnodigingsbrieven voor de diverse inspraakbijeenkomsten.

Voor Jager & Neyndorff, in opdracht van Ketchum Pleon.

Het digitale alter ego

Een anonieme Bonuskaart. Een geheim telefoonnummer. Een nee-nee-sticker. Ingeschreven bij Infofilter. Nooit meedoen aan enig marktonderzoek. Geen DigiD. Snel een nieuw paspoort gehaald om de toevoeging van vingerafdrukken tenminste vijf jaar uit te stellen, in afwachting van het vernietigend oordeel van het Europese Hof. Ik ben gesteld op mijn privacy. Maar wie mijn naam googelt, krijgt een flinke lap zoekresultaten. Mijn digitale alter ego is reusachtig.

Tikje inconsequent? Misschien wel, maar de enige oplossing die rechtdoet aan de bovenstaande opsomming is ‘geen internet’. En daarvoor is het helaas al bijna twintig jaar te laat.

Het is een bekend verhaal: eind jaren tachtig, begin jaren negentig was internet een medium in opkomst. Of grover omschreven: de anarchie heerste er nog. Het werd bevolkt door wetenschappers (die in hun eigen hoekje zaten) en militairen (de oorspronkelijke uitvinders en ook in hun eigen hoekje), maar die zagen ’t langzaam overgenomen worden door studenten die de universiteitstoegang tot het netwerk kraakten om er hun eigen gekke ding te doen. Het was een spannende, experimentele tijd waarin het ontdekken van je digitale alter ego – en het spelen ermee – met vallen en opstaan gepaard ging. Voer voor filosofen en psychiaters, niet voor job inquiries en business opportunities. Lees verder…

What’s in a name?

Elk kantoor heeft zo z’n nutteloze bezigheden. Een van onze favorieten in het genre is het verzamelen van bijzondere achternamen. Zoals bakker Slager, vliegenier Baksteen en orthopedisch leverancier Beenhakker.

Mijn eigen achternaam is ook regelmatig onderwerp van verbazing. Veel mensen die ik voor het eerst ontmoet – en door ons werk zijn er dat elke maand nogal wat – vragen meteen naar de herkomst. Of ik, ook vanwege mijn donkere voorkomen, uit Suriname kom. Stanley Bloempracht, Romeo Denneboom, Angelo Draaibaar, Mattijs Diepraam: ja, ik zie hoe mensen op de gedachte komen.

Meestal zijn we dan al voorbij het stadium van spellen. ‘Hóe zei u?’ Ik herhaal dan mijn naam met een flinke tussenpoos tussen de lettergrepen en zeg er gewoon een raam dat diep is bij. Dat werkt doorgaans prima, ook doordat ik door schade en schande wijs ben geworden. In het verleden heb ik regelmatig op mijn neus gekeken nadat ik over de telefoon een afspraak had gemaakt. Dan verwachtte men een meneer Di Prana aan de balie. Of was er een tafeltje gereserveerd voor meneer De Bruijn. Lees verder…

Slecht spellen: eigen schuld, dikke bult?

Na de commotie over de groene en witte spelling stond de Nederlandse taal de afgelopen weken opnieuw in de aandacht. Voor de professionele taalgebruiker sprongen er twee gebeurtenissen uit.

De eerste was de hype rondom Beter Onderwijs Nederland, het platform van filosoof Ad Verbrugge dat pleit voor een radicale vernieuwing van het Nederlandse onderwijs – of beter gezegd, voor een radicale terugkeer naar ‘het oude leren’. Welk voorbeeld werd meermaals aangegrepen om de teloorgang van de onderwijskwaliteit op basisscholen en middelbare scholen te illusteren? Studenten die hun d’s en t’s niet meer op een rijtje hadden.

De tweede gebeurtenis was het vertrek van Piet van Sterkenburg, de man van het Instituut voor Nederlandse Lexicologie en verantwoordelijk voor de laatste twee Groene Boekjes. De opmerkelijkste uitspraak van Van Sterkenburg in zijn afscheidsinterview in de Volkskrant: de nieuwe spelling (van ’95 en ’05) is helemaal niet moeilijk, maar niemand wil de extra inspanning ervoor doen. Hij dient bovendien zijn tegenstanders van repliek, die beweren dat de nieuwe spellingsregels zo belabberd zijn omdat ze te veel voorkennis vragen van de taalgebruiker. Een voorbeeld: wie de regel van de tussen-n goed wil uitvoeren, moet weten welk meervoud (of welke meervouden) een woord heeft. Wie dat niet weet en het dus moet opzoeken, kan net zo goed meteen het hele woord (met of zonder tussen-n) opzoeken in het woordenboek. Lees verder…

‘Dat onderscheid maken we niet meer’

Mijn zoon – hij zit in groep 6 van de basisschool – heeft een geweldige lerares. Ze heeft oog voor de verschillen tussen leerlingen en weet toch een groepssfeer te handhaven. Ze is streng, maar heeft tegelijk een knuffel in een hoek gezet die post ontvangt van leerlingen die iets niet tegen de juf durven zeggen. Ze is serieus, maar trekt bij carnaval gerust een koeienpak aan. Met uiers.

Bovendien heeft ze oor voor kinderen die graag iets meer willen leren dan het basisschoolprogramma toelaat. Mijn zoon is zo’n kind. Hij leert erg makkelijk en verveelt zich daardoor kapot op school. Los van zijn interesse in geschiedenis, aardrijkskunde en biologie is hij vooral een taalwonder. Aan het einde van groep 3 las hij al op het niveau van groep 7, inmiddels leest hij jeugd- en volwassenenboeken. Het zal geen verbazing wekken dat hij zichzelf zit op te vreten tijdens taalonderdelen als ‘leesbegeleiding’ en ‘woordpakket’.

Gelukkig krijgt hij daarvoor nu dispensatie, maar de vraag van de lerares was wat hij daarvoor in de plaats wilde doen. Een van de zaken die ik noemde, was grammatica. Omdat dit essentiële ingrediënt van het taalonderwijs tegenwoordig pas in groep 6 van start gaat, heb ik het leergierige joch vorig jaar al een beetje wegwijs gemaakt in de zinsdelen en woordsoorten. Lees verder…



© mattijsdiepraam.nl 2012

RSS. Deze Wordpress-site maakt gebruik van het thema Modern Clix, ontworpen door Rodrigo Galindez. Nederlandse vertaling: mattijsdiepraam.nl