Gearchiveerde publicaties voor RTL GP Magazine

Ab art

Gemotoriseerd ballet. Op drie wielen door de Tarzan, ongenaakbaar op weg naar zijn eerste Europese toerwagentitel, kop aan staart met zijn Italiaanse tegenstander, die hem in elke beweging spiegelt. Zo staat Ab Goedemans in het geheugen van het Zandvoortse publiek gegrift. Een paar weken later verongelukt ‘Appie’ op de Nürburgring in een auto die hij nauwelijks kent. Na Wim Loos verliest Nederland opnieuw een grote belofte.

Zomer 1968. Het is een warme augustusdag als er in de deuropening van de Fiat-garage van de familie Swart in Den Haag een nerveuze gedaante verschijnt. “Het was Appie”, vertelt Ed Swart. Hij herinnert zich hun laatste ontmoeting als de dag van gisteren. De jonge Abarth-coureur zit verlegen om advies, want hij is uitgenodigd om mee te doen aan de 500 km van de Nürburgring op 1 september. Een sportwagenrace, waarin hij voor het eerst serieus aan de bak moet met de 1000SP, het open prototype van Abarth. Swart heeft wél ervaring met de 1000SP. Hij heeft er bijvoorbeeld eerder dat jaar klasseoverwinning in de sportwagenrace van de Trophy of the Dunes mee geboekt. “Of ik nog tips had. Hij was zenuwachtig. Hij had nooit eerder een race gedaan in zo’n sportscar en nu moest hij er meteen de Nürburgring mee op. Hij had natuurlijk weinig andere ervaring dan Zandvoort.” Dat is ontegenzeggelijk waar. Pas een paar maanden eerder heeft Ab Goedemans voor het eerst kennisgemaakt met de ‘Ring, in juni tijdens de zesuursrace voor het EK. Toen reed hij nog in zijn vertrouwde Abarth 1000TC, het beweeglijke toerwagentje waarin hij al zijn successen heeft geboekt. Bovendien deelde zijn maatje Toine Hezemans toen de auto met hem. Samen wonnen ze hun klasse, zoals Goedemans dat jaar alles wint wat er te winnen valt. Lees verder…

Hondola wint de tombola

Laatste ronde: Italië 1967

Uitslagen zeggen niet alles. De nipte zege van John Surtees op Monza in ’67 staat in de boeken, maar waar vinden we de Misschien Wel Beste Race van die Schotse boerenzoon uit Kilmany?

De neutrale toeschouwer heeft het zwaar in het midden van de jaren zestig. Geregeld kijkt hij naar een race met aan kop een groene schicht met ongenaakbare wegligging, bestuurd door een jongeman wiens talent dat van de concurrentie ver overstijgt. Weinig liefhebbers trouwens die het Colin Chapman en Jim Clark kwalijk nemen. De rest moet maar beter worden, laten we intussen genieten van hun superioriteit. Dus terwijl de groene schicht aan de einder verdwijnt, op weg naar weer een onbedreigde zege, kan de neutrale toeschouwer alleen maar hopen op het materiaalspook. De oppermacht van Lotus kent namelijk een keerzijde: Chapmans weigering om marges in te bouwen. Dat bepaalt ook op Monza in 1967 het lot van zijn coureur. En de neutrale toeschouwer? Die geniet deze keer volop mee. Lees verder…

Playboy wonder

Laatste ronde: Frankrijk 1961

Je hebt van die hardwerkende coureurs, zoals Mark Webber, die er 130 Grands Prix over doen voordat ze er eentje winnen. Giancarlo Baghetti behoort tot de zeer weinigen die meteen op hun hoogtepunt beginnen.

Wanneer de jonge Milanees op 2 juli 1961 in Reims aan de start verschijnt voor de Grand Prix van Frankrijk, de vierde race op de WK-kalender, is zijn kersverse reputatie hem al vooruitgesneld. Daar, in die Ferrari met startnummer 50, zit de coureur die tot nu toe aan twee F1-races heeft deelgenomen. En hij heeft ze allebei gewonnen! Moeder Maria, een godswonder!

Toch gaat het nu vast anders, fluisteren de stemmen. Die twee zeges? In Italiaanse races die niet meetellen voor het WK, met een matig bezet startveld. Goed, op Sicilië, op het circuit van Syracuse, verslaat hij Dan Gurney’s Porsche. Niet slecht. Maar daarna, op het Napolitaanse circuit van Posillipo, is de Britse privérijder Gerry Ashmore zijn sterkste tegenstander. Geen kunst! Nu, in zijn eerste WK-race, moet hij het opnemen tegen giganten. Niet voor niets staan de andere Ferrari’s een-twee-drie vooraan en vertrekt Giancarlo vanaf de twaalfde stek. Dit is het echte werk. Lees verder…

Three-horse race

Laatste ronde: Mexico 1964

‘Heiligschennis!’ Zo worden tegenwoordig met regelmaat de dubieuze acties van de erfgenamen van Enzo Ferrari betiteld. Terwijl die voor de Commendatore business as usual waren.

Bij leven was hij al een mythe. Maar na zijn dood in 1988 groeide Enzo Ferrari snel uit tot het boegbeeld van de ‘oude’ Formule 1, het symbool voor alles wat goed was aan de autosport van vroeger. Zowel verstokte tifosi als bittere Ferrari-critici halen vandaag de dag de heilige persona van Enzo Ferrari aan in hun veroordeling van de hedendaagse F1-wereld en de wandaden van bepaalde teams en coureurs in het bijzonder. “De Oude Man zou zich in z’n graf omdraaien!” Als ze de echte meneer Ferrari maar hadden meegemaakt. Lees verder…

Gethin there first

Laatste ronde: Italië 1971

Inhalen moeilijk? Helemaal niet. Een half leven geleden pakten ze dat zo aan: auto’s met rudimentaire vleugels die volgas over een circuit zonder chicanes vlogen. Toen wilde je in de allerlaatste bocht niet eens op kop liggen.

Het was een meewarig gezicht, een paar maanden geleden in Melbourne. Twintig bolides met een sneeuwschuiver voorop en een boekenrekje achterop. Ze moesten doorgaan voor de nieuwste generatie F1-auto’s. Maar wat moet je als miljoenen fans over de hele wereld meer inhaalacties willen zien? Veertig jaar geleden deden ze dat toch anders. Toen beleefde het slipstreamen zijn hoogtepunt. Vooral op Monza: een circuit in de vorm van een pistool, waar raceauto’s als kogels overheen worden geschoten. In de snelle bochten houden ze het spoor van hun voorganger, want aerodynamische grip, wat is dat? Op de rechte stukken zuigen ze zich in het kielzog om er daarna voorbij te katapulteren. De allerlaatste race van het slipstreamtijdperk is tegelijk de mooiste: Monza in 1971, een race vol verhalen, het een nog onwaarschijnlijker dan het andere. 24 leiderswisselingen en een winnaar die pas in de 52e ronde voor het eerst de leiding neemt. Lees verder…

Oranje boven

De laatste ronde: België 1968

Als Lewis Hamilton in 2008 op Spa zegevierend over de meet komt, trekken diverse tv-commentatoren meteen allerlei parallellen met de allereerste overwinning van McLaren. Precies veertig jaar eerder! Hetzelfde circuit! En de apotheose? Al even onverwacht als toen!

Enkele uren later valt de historische parallel in duigen door de strafseconden die Hamilton terugzetten naar de derde plek. Maar de aandacht van het grote publiek is toch even gevestigd op die ene dag, de dag waarop het team uit Woking begint met de opmars naar zijn huidige status als grootmacht. Nu behoort McLaren tot de succesvolste F1-constructeurs aller tijden: 162 overwinningen, 141 poles, 136 snelste ronden, 8 constructeurstitels. Maar de teller begint te lopen op 9 juni 1968. Met een mazzeltje.

Toch is winnen voor Bruce McLaren niet nieuw. Al in 1959 wint hij – dan krap 22 jaar oud – zijn eerste Grand Prix, een zege waarmee hij geschiedenis schrijft. Pas in 2003 lost Fernando Alonso hem af als jongste GP-winnaar. De Nieuw-Zeelander is sowieso een mirakel. Als negenjarig jongetje wordt hij overvallen door de ziekte van Perthe, een heupaandoening die ertoe leidt dat hij drie jaar in een gipsbed ligt. Als hij uit het sanatorium komt, is z’n linkerbeen vier centimeter korter dan z’n rechter. Zijn autosportcarrière gaat er niet minder snel om, met dank aan vader Leslie. De Austin Ulster die Bruce als tiener cadeau krijgt, is eigenlijk bedoeld om uit elkaar te halen. Zo kan hij zijn technische brein scherpen, want Bruce is voorbestemd om de garage van zijn vader over te nemen. Maar de manke zoon gaat ermee racen en verdienstelijk ook. McLaren senior ziet het potentieel en geeft hem ook de Healey die hij voor zichzelf had gekocht. In het voorprogramma van de Nieuw-Zeelandse GP van 1956 rijdt de jonge Bruce met de Healey de sterren van de hemel. De familie McLaren besluit daarop een van de Cooper-sportwagens van Jack Brabham naar Nieuw-Zeeland te halen. De correspondentie die Bruce daarna met Brabham begint, blijkt essentieel. Net als de ‘Driver to Europe’-beurs die hij krijgt van de Nieuw-Zeelandse coureursvereniging. Twee jaar later is hij nummer twee bij het F1-team van Cooper. Lees verder…

Casino Royale

De laatste ronde: Monaco 1970

In 1968 beleven ze als teamgenoten bij Brabham een rampseizoen. De ervaren teambaas Jack Brabham, de eerste man die een Grand Prix wint in een auto die zijn eigen naam draagt en daarmee zelfs wereldkampioen wordt. En de eeuwige belofte Jochen Rindt, al jaren de ongekroonde koning van de Formule 2, die nog steeds wacht op zijn eerste overwinning in de F1.

Jochens manager Bernie Ecclestone spreekt onheilszwangere woorden. “Als je in 1969 bij Brabham blijft, ga je in ieder geval niet dood. Maar je zult ook niet strijden om Grand Prix-overwinningen. Bij Lotus race je om de winst, maar loop je ook de kans dat je het loodje legt.” De racer Rindt, geliefd bij de fans vanwege zijn spectaculaire stijl, neemt het risico en kiest voor Lotus. Lees verder…

Martini dry

De laatste ronde: Frankrijk 1977

Zelfs zijn teambaas Bernie Ecclestone is niet overtuigd van de snelheid van John Watson: “Ik heb John niet als kopman naar Brabham gehaald, hij is dat door omstandigheden geworden.” Toch verliest Wattie de Grote Prijs van Frankrijk van 1977 pas in de allerlaatste ronde…

Omdat Carlos Reutemann eind 1976 Brabham verruilt voor Ferrari, vestigt teameigenaar Bernie Ecclestone voor het nieuwe seizoen alle hoop op Carlos Pace. De Braziliaan heeft in 1975 zijn eerste Grand Prix gewonnen – voor een uitzinnig thuispubliek – en kenners zien in hem een gevaarlijke outsider voor de WK-titel. Maar als Pace op 18 maart 1977 om het leven komt door een vliegtuigongeluk, heeft Brabham opeens niet één Carlos meer, geen kopman. Maar zoals altijd: the show must go on. En dus richten alle ogen zich nu op John Watson, eigenlijk de tweede man bij Brabham. Hij moet het team op sleeptouw nemen. Net als Pace heeft Wattie zijn eerste GP-winst al binnen. Het was een memorabele dag: op Zeltweg, precies een jaar na de Grote Prijs van Oostenrijk van 1975 – toen het team van Roger Penske stercoureur Mark Donohue verloor – pakte diens opvolger op hetzelfde circuit Penske’s eerste (en enige) zege in de Formule 1. Watson kwam die dag graag zijn belofte na en schoor na de huldiging zijn baard af, het door de Amerikanen verafschuwde facial hair. Lees verder…

When two tribes go to war

Een Formule 1-wereldkampioenschap zonder de FIA? Volgens Max Mosley is dat de verborgen agenda achter de onthulling van het seksschandaal dat zijn positie als president van de FIA aan het wankelen bracht. Maar diezelfde Mosley wilde dertig jaar geleden al samen met Bernie Ecclestone de Formule 1 afsplitsen van de FIA. Totdat ze een deal uit het vuur sleepten die gezichtsbepalend is geweest voor de hedendaagse Formule 1. Die woelige periode staat bekend als de FISA/FOCA-oorlog. Wie waren de strijdende partijen en waar vochten ze om? RTL GP gaat terug in de toekomst.

Kijk terug op de strijd tussen leven en dood die tussen 1979 en 1982 in de Formule 1 plaatsvond tussen de FISA (toen de sportieve tak van de FIA) en de FOCA, en je kunt maar één conclusie trekken: het was een strijd om de macht. Dus om de centen. Ja, er werd over en weer geschermd met sportieve en technische reglementen, die massaal werden overtreden of afgewezen als onwerkbaar. En natuurlijk ging het om turbo’s versus ground effect. Maar uiteindelijk was geld de inzet. Zo werd de sport kanonnenvlees voor een oorlog waarvan na afloop beide partijen de overwinning opeisten. Niet ten onrechte, want de FIA kreeg de macht over ‘haar’ wereldkampioenschap terug, terwijl de grootste tegenstanders – Bernie Ecclestone en Max Mosley – de FIA wérden. En de protesterende teambazen? Die werden er allemaal beter van. Lees verder…



© mattijsdiepraam.nl 2012

RSS. Deze Wordpress-site maakt gebruik van het thema Modern Clix, ontworpen door Rodrigo Galindez. Nederlandse vertaling: mattijsdiepraam.nl