Gearchiveerde publicaties voor auto

Een avond met Leopold von Bayern

Leopold von Bayern

Schelmenstreken van een BMW-ambassadeur

Tijdens de internationale persintroductie in Barcelona van de nieuwe BMW 3 Serie schoof Leopold von Bayern bij ons aan voor het diner. Coureur, BMW-ambassadeur en prins: de 68-jarige levensgenieter is het allemaal. We hoorden hem uit over zijn mooiste belevenissen in zijn tijd in het DTM.

Oud geld is vrijwel altijd leuker dan nieuw geld. Aristocraten weten hoe het hoort, maar zijn zelden protserig. Ze hebben genoeg, maar niet vaak te weinig. En ze scheppen niet op, maar hebben wel de mooiste verhalen te vertellen. Leopold van Beieren – ‘Poldi’ voor intimi – is geen uitzondering. De inmiddels 68-jarige prins-zonder-onderdanen doet al een tijd niet meer actief mee in de moderne autosport – hij is nu als ‘BMW Markenbotschafter’ actief op historische evenementen als de Mille Miglia, de Goodwood Revival en de Le Mans Classic – maar herinneringen ophalen aan die jaren kan hij nog als de beste.

Dus toen hij in een hotel in de heuvels buiten Barcelona tegenover een jongeman zat die iets meer wist van dat verleden dan de gemiddelde autojournalist die op de nieuwe Dreier was afgekomen, brandde hij meteen los. Het beste verhaal uit zijn DTM-tijd vroeg ik hem, maar mijn tafelgenoten van de andere Nederlandse autobladen en -blogs raakten na vijf anekdotes de tel kwijt. Het stopte pas toen David Bakels van Carros hem op zijn andere stokpaardje hielp: de jacht. Lees verder…

Circuittest BMW 328i en 320d

BMW 328i, 320d Barcelona

De nieuwe 3 Serie: driften uit het vuistje

De nieuwe 3 Serie overtuigde al op de wegen rond Barcelona, maar is hij net zo goed op het circuit van dezelfde stad? We gingen met de 328i en 320d het Circuit de Catalunya op om de proef op de som te nemen én we reden mee met een BMW-ambassadeur van adel. En passant konden we de nieuwe 335i bekijken, waarvan een fraai exemplaar in M-Sport-verpakking roerloos in de pits stond.

Het F1-circuit van de tweede stad van Spanje ligt er vredig bij onder de Catalaanse herfstzon. Het Circuit de Catalunya bij Montmeló staat bekend om de zware kritiek die het te verduren krijgt zodra de baan ons weer een saaie F1-race heeft voorgeschoteld, maar in de gezapige toestand waarin we het circuit aantreffen, komt het eigenlijk best sympathiek over. Misschien komt dat doordat het pitcomplex zo op het eerste gezicht niet meer voldoet aan Bernies hoge eisen, maar in mijn ogen geeft dat de Spaanse omloop juist wat extra sfeer.

We lopen een van de pitboxen binnen om de rijdersbriefing in ontvangst te nemen voor onze rondjes in de nieuwe 3 Serie. Wat blijkt? De Duitsers zijn streng: na twee rondjes achter de pace car gaat elke ronde door de pits, waar een snelheidslimiet van 30 km/u geldt. Vol het gas opentrekken op het rechte stuk is er dus niet bij. En er volgt nog een tweede verbod: “No drifting please”. De Amerikanen in ons gezelschap knikken gedwee, maar na afloop zijn we toch wel benieuwd hoe dat zit. “Yes, we know that there are people from the Netherlands present today, so…” – waarna er een veelbetekenende blik volgt op het gezicht van de instructeur. Hebben wij dan zó’n twijfelachtige reputatie, vraag ik stiekem glunderend terug. Waarop gelukkig het bevrijdende schouderklopje volgt. “It’s okay, as long as you don’t overdo it.” Lees verder…

Test BMW 328i en 320d

BMW 328i

De nieuwe 3 Serie: Freude am Turbo

Toen de wolken waren weggetrokken voor de nieuwe 3 Serie, scheen de volle maan boven de puristen onder de BMW-liefhebbers. Terstond veranderden ze in huilende wolven. Hun geliefde atmosferische Reihensechser had plaatsgemaakt voor een vierpitter met turbo: exit 330i, welkom 328i. In de omgeving van Barcelona konden we de nieuwkomer op zijn rijplezier beoordelen. We kregen zelfs de kans om twéé geblazen viercilinders aan de tand te voelen, want ook de 320d stond paraat. Bestaat het, Freude am Turbo?

‘There is no substitute for cubic inches’, zeggen de Amerikanen. Of in een variant daarop: ‘When in doubt, bore it out.’ Machtige slogans, maar het levert doorgaans echte gas guzzlers op. Mooi in vervlogen tijden van voor de oliecrisis, maar in deze eeuw wil BMW het groenste jongetje van de klas zijn. Een zware opdracht, zeker als je tegelijk de best rijdende auto’s in hun klasse wilt (blijven) bouwen.

De 3 Serie van BMW is niet alleen generaties lang de spreekwoordelijke BMW, maar ook dé sportsedan van zijn klasse. De huidige E90 was al behoorlijk ultiem in dat streven, dus hoe ging BMW zijn 3 Serie nog beter maken als hij ook nog eco moet zijn? In de omgeving van Barcelona konden we twee dagen sturen met twee exponenten van de nieuwe 3 Serie: de 328i en de 320d. Samen met de 320d Efficient Dynamics en de 335i zijn dat de eerste varianten van de F30 die in februari 2012 in de showroom verschijnen. Allebei met viercilindermotoren, allebei met turbo. Lees verder…

Test Abarth 500C

Abarth 500C

Geval Abarth

De schorpioen zit niet meer in de maand, maar wel voor DF. In dit frisse jaargetijde mochten we namelijk op stap met een pittige kleine Fiat, pardon, Abarth. Eentje waar het dak vanaf kan, maar dat hebben we maar niet te veel gedaan – brrrr. Maar gaat het dak er ook vanaf als je de Abarth 500C op zijn gifstaart trapt? Is deze Abarth echt een geval Abarth?

Laten we maar beginnen met wat we niet gaan doen. We gaan de 500C Abarth niet vergelijken met de klassieke 595 en 695 en hun nog potentere SS- en AC-varianten. Natuurlijk zijn de Abarths van toen en nu totaal verschillend, daarvoor hoef je niet achter het stuur te zitten. Zet alleen al de achterklep van de 500C open, net zoals in de oude Abarthjes permanent moest gebeuren. Dan ben je in de 500C de bagageruimte van 185 liter aan het koelen, in plaats van de krachtbron. De aandrijving zit al net zo voorin als de motor. Ieder begin van een vergelijking is zinloos. Lees verder…

Test Porsche 911 Targa 4S

Porsche 911 Targa 4S

Voor ridders en jonkvrouwen

En toen stond er opeens een Porsche 997 Targa 4S voor de deur van DF. Wat doe je? Instappen natuurlijk, maar dan? Naar zijn natuurlijke habitat in ’t Gooi misschien, waar moderne jonkvrouwen zich in het zadel van hun Porsche laten zakken, om zich door het open dak te laten begluren door stille bewonderaars. Of naar de plek waar in Nederland voor het laatst keihard met open Porsches werd gescheurd. We kozen natuurlijk voor het tweede. Maarsbergen, here we come.

Voor de historisch uitgedaagden onder de DF-lezers: Maarsbergen is de bakermat van jonkheer Carel Godin de Beaufort, de laatste ridder uit de Formule 1. Eind jaren vijftig en begin jaren zestig reed deze gentleman driver pur sang naar Neerlands eerste WK-punten. Tussendoor maakte hij de wegen rond Maarsbergen onveilig en deed hij nog veel meer wat God en vaderland verboden hadden. Een coureur zoals ze die tegenwoordig niet meer loslaten op de circuits, laat staan op de openbare weg.

Na een snelle eerste instructie en wat opwarmende kilometers willen we kortom hard naar Maarsbergen rijden, binnendoor, net zoals Carel Godin de Beaufort naar huis reed na een bezoek aan de Porsche-garage in Zeist: dwars om de piramide van Austerlitz en als dat de eerste keer een rondtollende Porsche tot gevolg had, dan gewoon nog een keer. En dan harder. Lees verder…

Test Audi quattro

Audi quattro

Bokkig oerdier

Audi viert in 2010 ’30 jaar quattro’, want in 1980 debuteerde de allereerste quattro op de salon van Genève. Is het een feestje waard en is de oer-quattro vandaag de dag nog steeds een icoon op de weg? We namen de proef op de som en reden terug de geschiedenis in. Om te ontdekken dat dit bokkige oerdier, in crisistijden met kille rechte lijnen uit plaatstaal gehouwen, de harten nog steeds verwarmt. En niet alleen van degenen die achter het stuur mogen plaatsnemen.

>> Eerst video kijken? Test Audi quattro (1986)

De originele Audi quattro is een mijlpaal in de autogeschiedenis en staat nog als ‘Auto Union’ op kenteken, net als trouwens elke Audi tot en met bouwjaar 1998. Een test van de ‘urquattro’ combineren met een bezoek aan het pittoreske Auto Union Museum in het Noord-Hollandse Bergen is dan al snel bedacht, zeker als initiatiefnemer Henk Geerts ons met alle plezier wil ontvangen. Eenmaal in Bergen aangekomen proberen we de ‘Auto Union’ die voor de voorgevel staat geparkeerd, te vergelijken met de DKW’s, Wanderers en de unieke Horch V12 die binnen staan te pronken. De overeenkomsten lijken vergezocht. Wat heeft een collectie welgevormde voor- en naoorlogse roadsters te maken met een kaarsrechte coupé uit de eighties?

Dan geeft Geerts voor ons een DKW de sporen. De voormalige kookwinkel van de 78-jarige verzamelaar en oud-rallyrijder hult zich in blauwe dampen. We weten het opeens weer. Die tweetakt-motoren van DKW, hoe bescheiden ook, zijn net zo karakteristiek, eigenwijs en lawaaierig – maar uiteraard op een lekkere manier – als de roffelende vijfcilinder onder de motorkap van de quattro. Die, als hij lekker warm is gedraaid, ook nog eens heerlijk de uitlaat laat ploffen zodra je het gas lost. En die DKW-tweetaktjes? Die doen dat net zozeer. Lees verder…

Het nut van verkeersinformatie

Hou er maar mee op

“Er staan momenteel 37 files op de snelwegen. Ik noem u de opvallendste.” Zo begint tegenwoordig de verkeersinformatie op de gemiddelde nieuwszender op de radio. Daarna hoef je niet meer te luisteren, want je staat toch in een file die niet wordt genoemd. Schaf het dan gelijk maar helemaal af.

De oudere jongeren onder ons kunnen zich de tijd nog heugen. De tijd waarin de verkeersinformatie op de radio – trouw om het halve uur gebracht – nog volledig was. Gewoon omdat dat alle files wáren. Die opsomming van pakweg tien knelpunten paste netjes in de halve minuut die de nieuwslezer ervoor kreeg.

Totdat er een paar jaar geleden tijdens de spits zó veel files te noteren waren dat er moest worden geselecteerd. De formulering “De meeste files staan op de bekende plaatsen” deed haar intrede. Dat was even wennen voor iedereen die niet dagelijks op een van die bekende plaatsen reed. Ook was het vervelend dat je daardoor niet wist hoe lang de file was. Maar zoals met meer dingen gebeurt, je raakte eraan gewend. Je leerde ‘de bekende plaatsen’ uit je hoofd en probeerde ze zo goed en zo kwaad als ‘t kon te vermijden.

Het tegendeel van de bekende plaatsen waren ‘de ongebruikelijke plaatsen’. Sinds een tijdje komen zelfs die niet meer allemaal aan bod. Tegenwoordig doen de verkeersinformatiediensten een ludieke greep uit het enorme aanbod aan ongebruikelijkheden. Een ‘gewone’ ongebruikelijke file legt het dan af tegen een ongebruikelijke file waarover iets leuks is te melden. Een gekantelde bus. Een vrachtauto die een lading sinaasappelen is verloren. Een kettingbotsing. Met een nóg langere kijkfile aan de overkant.

Ook komen er steeds meer waarschuwingen van algemene aard, die de luisteraar maar moet ondergaan alsof het om natuurrampen gaat. Het is in het hele land glad. Door het begin van de vakantie is het overal druk. Heel nuttig als je toch graag op zoek wilt naar de route die je op zulke momenten een halfuur reistijd kan besparen.

Hou er dus maar mee op, Radio 1 en BNR. Jullie verkeersinformatie voegt helemaal niets meer toe. Mensen zoeken ‘t vooraf wel op internet op of kijken in de auto op hun smartphone. En ook al is een TomTom een mutsig instrument voor iedereen die de weg niet zonder kaart of uit het blote hoofd kan vinden, hun HD Traffic-applicatie is vele malen genialer dan de verkeersinformatie op de radio ooit is geweest, laat staan nog kan worden.

Verkeersinformatie is geen radionieuws meer. Dus weg met de ViD en ANWB en ga in die zendtijd op zoek naar het échte nieuws. Bijvoorbeeld wat er gebeurt met de sinaasappelprijs, hoeveel mensen dat busongeluk hebben overleefd of waarom wij mensen toch collectief afremmen om te kijken naar ongelukken op de andere weghelft.

Foto: Fernashes

Oorspronkelijk verschenen op Driving-fun.com.

De bumperklever heeft gelijk

Echte ergernis nummer één: linksplakken

In tolerantere tijden tilden we er niet zo zwaar aan. Leven en laten leven was toen ons motto. Maar nu we weer helemaal voor regels zijn, staat de bumperklever opnieuw fier bovenaan in de ranglijst van grootste verkeersergernissen. Wat vindt de bumperklever daar zelf van? Laten we – for the sake of argument uiteraard – in zijn huid kruipen. De wonderbaarlijke conclusie: hij heeft het recht aan zijn zijde.

We houden tegenwoordig van de Volkskrant. Handzaam formaat, prettig leesbare artikelen zonder de woedende hijgerigheid van andere volksmedia. Maar soms stuit je ook in de nieuwe Volkskrant op een stukje dat doet herinneren aan de tijden dat het dagblad spottend ‘de azijnbode’ werd genoemd. Zoals gisteren in de ‘vrolijke’ rubriek Dag in Dag uit, waarin in enkele pennenstreken werd afgerekend met de bumperklever. Lees maar.

‘Bumperkleven, het zeer dicht achter op iemand rijden, is op dit moment de grootste ergernis van weggebruikers. Dat blijkt uit de Ergernis Top Tien van het Korps landelijke politiediensten. De politie laat het onderzoek jaarlijks doen en gebruikt het om zijn prioriteiten te bepalen. Advies van de politie: geef het goede voorbeeld aan de bumperklever. Ga zo snel mogelijk naar rechts. Als je ziet dat de auto ook naar rechts kan, doet de bumperklever dat voortaan ook. Gehoord op Radio 1 donderdag. Wij gaan altijd tergend langzaam rijden, zodat we die verschrikkelijke bumperklevers een lesje leren. Beetje treiterend remmen. Wij zijn ook maar mensen. Opzij gaan voor die mafkezen? Nooit!

Als er één ding duidelijk wordt uit dit boze stukje proza, is dat we een land van zelfbenoemde schoolmeesters zijn. Terwijl de politie – aan wie wij de rol van schoolmeester hebben uitbesteed – een waardig advies geeft, spelen vele Nederlanders liever voor eigen rechter. De schoolmeesters gaan de bumperklever een lesje leren. Iets duidelijk maken. In de ijdele hoop of verdwaasde overtuiging dat hun getreiter het gedrag van de bumperklever zal veranderen.

Toen viel ons oog op de kop boven het artikeltje.

Ergernis: de bumperklever opvoeden

Ha! Onze ironiemeter stond niet aan! De Volkskrant schaart zich juist aan de zijde van de bumperklever!

En terecht. De bumperklever is niet zomaar een bumperklever. Misschien wel 95 procent van de klevers kleeft om een reden: al die linksplakkers voor ‘m op de weg. Laten we in de huid van de bumperklever kruipen en enkele scenario’s uit het dagelijks verkeer schetsen. We gaan uit van een snelweg met twee rijstroken. De ‘bumperklever’ schiet op de linkerrijstrook lekker op, maar jaagt zijn auto niet op tot duivelse snelheden. Hij rijdt misschien 10 of 20 km/u harder dan de maximumsnelheid van 120.

Scenario 1: de brave borst

In de verte doemt een vrachtwagen op. Daarachter een brave borst in een al even brave middenklasser of gezinscontainer. Hij nadert de vrachtwagen stukje bij beetje. De ‘bumperklever’, gewend geraakt aan dit soort situaties, ziet het al aankomen. Toch maar het gas erop houden en geen aanleiding geven. Maar de brave borst heeft geen aanleiding nodig. Op het laatst gooit hij zijn auto naar links. De ‘bumperklever’ kan nog maar net een kop-staartbotsing vermijden. Logisch dat hij nu maar een meter achter zijn voorligger zit.

De brave borst haalt vervolgens de vrachtwagen met hetzelfde sukkelgangetje in als waarmee hij op de rechterrijstrook reed. Logisch dat de ‘bumperklever’ bumperkleeft. Als hij niet wil bumperkleven, zou hij nóg langzamer moeten gaan rijden. Langzamer dan de vrachtwagen die beiden aan het inhalen zijn.

Scenario 2: de schoolmeester

Schoolmeesters zijn iets andere types dan de brave borsten die geen sjoege hebben. Het zijn de treiteraars uit het Volkskrant-artikeltje. Zij rijden netjes 120 km/u, maar zien een snellere auto in hun spiegels opdoemen. Doelbewust gooien ze hun auto naar links. Je mág hier niet harder dan 120, meneer! Opnieuw moet de ‘bumperklever’ in de ankers. Nu gaat de schoolmeester iets duidelijk maken. Hij remt af naar 110, naar 100, naar 90, naar 85, totdat het treintje op de linkerrijstrook een dag onderweg is om de vrachtwagen voorbij te steken. Iedere keer als de ‘bumperklever’ ruimte wil laten – hij is tenslotte geen bumperklever – remt zijn voorligger nog meer af. De ruimte verdwijnt weer, de ‘bumperklever’ wordt opnieuw gedwongen tot bumperkleven.

Dan zijn ze eindelijk de vrachtwagen voorbij. De les is nog niet afgelopen. De schoolmeester blijft linksrijden met 85 km/u. Maar de ‘bumperklever’ is geen aso, hij gaat niet meteen rechts inhalen. Bij de echte moraalridders onder de schoolmeesters zie je nu het ethische dilemma. Ze schuiven steeds meer met twee wielen over de middenstreep, zonder echt naar rechts te gaan. Een paar keer komen ze even terug naar links. De ‘bumperklever’ hoort de dialoog in de Januskop van de schoolmeester. “Ik blijf linksplakken en dat mág niet! Je moet nu echt opzij!” zegt Dr. Jekyll. “Nee! Links blijven! Die bumperklever mag niet winnen!” fluistert Mr. Hyde. Uiteindelijk wint de godvrezende inborst van de schoolmeester het toch, maar soms weerhoudt dat hem er niet van om de ‘bumperklever’ een middelvinger mee te geven, demonstratief omhooggehouden tegen de linkerportierruit.

Wie is nu de grootste overtreder?

In al deze scenario’s is de brave borst de grootste overtreder. Hij kijkt niet in zijn spiegel voordat hij zijn bijzondere verrichting uitvoert en geeft het snellere verkeer op de linkerrijstrook geen voorrang. Hij voert vervolgens zijn inhaalmanoeuvre niet zo snel mogelijk uit, zoals ‘t hoort.

Zodra de brave borst een schoolmeester wordt, remt hij zelfs af op de linkerrijstrook en blijft hij op de linkerrijstrook rijden terwijl hij allang naar rechts kan. We zitten nu op een totaal van vijf verkeersovertredingen. De ergste schoolmeesters reserveren hun moraal bovendien voor hun medeweggebruikers, zonder zich af te vragen of die opgestoken middelvinger wel zo’n goed voorbeeld is voor de kinderen op de achterbank.

De ‘bumperklever’ wordt kortom veel vaker tot bumperkleven gedwongen dan dat hij zelf geen afstand houdt. De echte bumperklever-tussen-aanhalingstekens piept er zelfs liever tussenuit als hij de kans krijgt. Lees maar.

Scenario 3: de ‘lane hugger’

De snelweg met twee rijstroken is er nu een met vier stroken geworden, het resultaat van twee samenvoegende snelwegen. De snelweg die van rechts invoegt, is verreweg de rustigste.

Wat doet de ‘bumperklever’? Het liefst ontwijkt hij het bumperkleven op de overvolle linkerstroken. Aan de rechterkant ontwaart hij gelukkig een oase van rust, twee rijstroken die zo leeg zijn dat het gras er al bijna op groeit. Hij laat alle slome linksplakkers en ‘lane huggers’ in hun sop gaarkoken en zet aan de rechterkant keurig een tempootje in van 120. Drie kilometer verder heeft hij tientallen auto’s ingehaald. Terwijl aan de linkerkant de verkeersveiligheid in gevaar is door een lange trein van voortdurend dreigende kop-staartbotsingen, gebruikt aan de rechterkant de ‘bumperklever’ in alle veiligheid de ruimte die de snelweg hem biedt.

Maar… dat mag toch niet, rechts inhalen? Als de ‘bumperklever’ daarvoor aan de kant zou worden gezet, heeft hij één antwoord. “Als jullie hier toch een fuik plaatsen, kun je beter honderd bekeuringen voor linksplakken uitdelen in plaats van één bekeuring voor rechts inhalen. En welke politieman die zijn quotum moet halen, doet dat nu niet!”

Kortom, lukt het de schoolmeester om de ‘bumperklever’ een lesje te leren? Integendeel, zouden we bijna zeggen. De ‘bumperklever’ vindt de schoolmeester alleen maar sneu. Sterker nog, hij zou bijna woest worden van de schoolmeester. Maar omdat zijn motto ‘leven en laten leven’ is, laat hij het maar gaan. In tegenstelling tot de schoolmeester maakt hij zich wel om belangrijkere dingen druk. Dat wil zeggen, ná het plaatsen van deze column.

Foto: NoXstar

Oorspronkelijk verschenen op Driving-fun.com.



© mattijsdiepraam.nl 2012

RSS. Deze Wordpress-site maakt gebruik van het thema Modern Clix, ontworpen door Rodrigo Galindez. Nederlandse vertaling: mattijsdiepraam.nl