Racen voor veiligheid en milieu
In de autosport gaat het om winnen. Maar bandenfabrikanten Michelin en Dunlop hebben nog een goede reden om mee te doen: kennis opdoen voor veilige en milieuvriendelijke banden onder uw auto. Daarom kiezen zij bewust voor langeafstandsraces zoals Le Mans: een snelkookpan waarin ze in 24 uur meer leren dan een jaar lang in een regulier laboratorium. Tyrezone ging langs en sprak met de autosportdirecteuren van beide bandengiganten.
In de autosport kunnen we onderscheid maken tussen twee soorten wedstrijden: de sprints en de langeafstandsraces. Formule 1 en het toerwagenracen zoals in de DTM en het WTCC zijn vertegenwoordigers van de eerste soort: in een tv-genieke tijd – meestal tussen een halfuur en anderhalf uur – zo hard mogelijk naar de finish rijden, met eventueel wat pitstops erbij voor de show. Het langeafstandsracen is anders. Daarin gaat ’t om volhouden. Minder rechtstreekse duels, meer de ultieme test van mens en techniek. Wie gaat door? Wie maakt een fout of valt erbij neer? Welke auto blijft heel? Welke is er te repareren en welke gaan er stuk? Winnen is een kwestie van kilometers maken en zo min mogelijk stilstaan door pech of andere ongemakken.
Dat geldt zeker voor de echte duurwedstrijden, zoals de 24-uursraces van Spa, de Nürburgring en Le Mans. De eerste twee zijn voor de wedstrijdversies van bekende sportauto’s als de Ferrari 458 Italia, de Porsche 911, de Audi R8 en de Mercedes SLS AMG. Le Mans laat ook speciale prototypes toe, die op topsnelheid harder gaan dan een F1-auto. Voor bandenfabrikanten Michelin en Dunlop zijn Le Mans en de overige races van het World Endurance Championship (zie kader) de ultieme testomgeving voor de banden die wij straks onder onze auto hebben liggen. Juist het wedstrijdelement draagt daaraan bij, zo ontdekten we toen we op Le Mans op bezoek gingen bij de twee mannen die verantwoordelijk zijn voor het raceprogramma van hun merk. Lees verder…











