De taal van links en rechts
De PVV is een linkse partij, die opkomt voor de verzorgingsstaat, maar tegelijk voert de partij een haatcampagne tegen de linkse kerk en zijn linkse hobby’s. Daarnaast steunt Wilders twee rechtse partijen die de verzorgingsstaat juist willen inkrimpen. Raar? Met taal valt alles te rijmen.
In de politieke arena woedt een ideeënstrijd, maar die strijd wordt uitgevochten met woorden. PVV-ideoloog Martin Bosma heeft dat als geen ander begrepen. In de uitzending van Pauw & Witteman van 29 oktober jl. mocht hij antwoord geven op de vraag waarom de PVV zo verzot is op neologismen als haatbaard, subsidieslurper en heimweeschotel. Een terechte vraag, want Bosma houdt zich net zozeer met taal bezig als met ideologie. Sterker nog, met taal buigt hij de werkelijkheid zo dat zijn ideologie zich er beter in kan nestelen.
De presentatoren ondervroegen Bosma over vondsten als kopvoddentaks en gordijnbonus, die een Koot & Bie-achtige kracht in zich dragen en daarmee rijp zijn voor het woordenboek. Maar het voornaamste demagogische gereedschap van de PVV lieten Pauw en Witteman links liggen: de manier waarop de partij de termen links en rechts gebruikt. Misschien zagen ze ’t met opzet over het hoofd omdat Bosma’s geestige trouvailles mediagenieker zijn. Misschien hadden ze ’t gewoon niet in de gaten omdat ze net als vele anderen vastzitten in oude stramienen. Die stramienen zet de PVV intussen handig voor eigen electoraal gewin in. Lees verder…
