
Racenomaden strijken neer in de Ardennen
Het was ooit het leven van bijna elke coureur die droomde van een toekomst in de Formule 1: rondtrekkend van circuit naar circuit, in een busje met aanhanger, in de hoop om genoeg prijzengeld te winnen voor nog een jaar racen. Het was ook het leven van de toeschouwer: voor een grijpstuiver een race bezoeken, vrij door het paddock rondstruinen en daarna zomaar een plekje langs de baan opzoeken. Die wereld behoort in de hoogste regionen van de autosport tot het verleden, maar tijdens de Spa Six Hours herleeft hij weer een beetje. Alleen de champagne voor de winnaars is hetzelfde gebleven.
In onze voorbeschouwing noemden we de Spa Six Hours al de Transit & Trailer Revival. En hoewel het evenement snel in aanzien wint en de beste teams steeds professioneler aan de dag komen, is de enthousiaste liefhebber nog steeds de kurk waar het weekend op drijft. De duurste vrachtwagencombinatie en de fraaiste pitinrichting zijn bovendien geen garantie voor succes. We zagen teleurgestelde gezichten bij de chique teams en euforie – weliswaar van bescheiden Britse afmetingen – in de sober ingerichte garage van de familie Minshaw (eigenaren van Demon Tweeks), waarvan vader en zoon Jon en Jason opnieuw een equipe hadden gevormd met Martin Stretton.
Het trio Minshaw/Minshaw/Stretton greep na een zware zesuursrace, waarvan twee uur in de stromende regen, aan het langste eind, net als twee keer eerder in de geschiedenis van de Six Hours. Met hun Jaguar E-type bleven ze twee snellere Ford GT40′s voor. Gastrijder Stretton, een van de toppers in de historische racescene, reed zelfs in twee auto’s mee. Hij startte in een AC Cobra en deed de afsluitende stint – in de regen – voor de Minshaws. Om meer kans op de overwinning te maken? Nee, eerder omdat hij er gewoon geen genoeg van kan krijgen. Lees verder…