Nederlands op school: wanneer wordt het weer leuk en nuttig?

Studie Nederlands dreigt te verdwijnen door studententekort

De taalvaardigheid van jongvolwassenen holt achteruit. Tegelijk is het aantal jongeren dat Nederlands gaat studeren geslonken tot een absoluut dieptepunt. Zit daar een verband tussen? Uiteraard. Een verdrietig verband zelfs. Want als neerlandicus treur ik om de teloorgang van mijn vak en laat ik een traan voor de nieuwe generaties. Zij ploeteren met hun taal door stelselmatige uitholling van het taalonderwijs op zowel de basisschool als de middelbare school.

Steeds meer universiteiten hebben ‘m ingevoerd: de taaltoets voor aankomende studenten. De aanleiding is het steeds lagere taalniveau van eerstejaars waarmee universiteiten worden geconfronteerd. Diverse universiteiten zijn zelfs extra taallessen gaan geven. Intussen zakt het aantal aanmeldingen voor de studie Nederlands in een schrikbarend tempo: van 2010 tot 2017 halveerde dat aantal, sindsdien ging het nog harder omlaag. Het gevolg is dat de studie als afzonderlijk vak aan het verdwijnen is en opgaat in allerlei algemene taalstudies. De VU heeft de studie zelfs opgeheven. Daarmee droogt ook de vijver van toekomstige leraren Nederlands uit.

Intussen stelt de Nederlandse overheid zware taaleisen aan nieuwe Nederlanders. Waar we op onze eigen universiteiten probleemloos onze eigen taal opgeven ten faveure van het Engels, staan inburgeringscursussen bol van de Nederlandse taal en cultuur. Het gebeurt al dat ik nieuwe Nederlanders tegenkom met een betere taalbeheersing dan die van de vwo-scholieren – precies de groep Nederlanders van wie wordt verwacht dat zij uitgroeien tot de bloem der natie. Wat is hier aan de hand?

Ik ben begin vijftig. Daarmee zit ik precies op het breukvlak tussen ouderwets onderwijs en de nieuwlichterij die daarna op school de maat der dingen werd. Nog nét werd mij op zowel de lagere als de middelbare school grammatica onderwezen. We lazen boeken van ons zesde tot ons 18e. We schreven opstellen. We leerden spelen met taal dankzij Koot & Bie, Hugo Brandt Corstius en andere taalkunstenaars waarmee onze leraren Nederlands ons aan het lachen kregen. Het schoolvak Nederlands was zó interessant en leuk dat ik als bèta een toekomst in de techniek opgaf voor een studie Nederlands.

Het noodlot wachtte echter om de hoek. Toen ik met mijn studie begon, had ik al twee keer grammaticaonderwijs gehad: eerst op de basisschool, daarna nog iets uitgebreider op de middelbare school. Tijdens mijn studie zou ik het voor de derde keer krijgen, uiteraard met alle extra’s voor de fijnproevers. Ik slaagde met vlag en wimpel voor het vak. Maar kort daarna kwam ik ze al tegen: de eerstejaars die alleen op de middelbare school hadden kennisgemaakt met de kunst van het ontleden, en zelfs eerstejaars voor wie grammatica iets nieuws was. Hoe mooi zij het vak Nederlands ook vonden, ze waren gedwongen om er na één jaar afscheid van te nemen: vijf keer op rij zakten ze genadeloos voor het propedeusevak grammatica. Ze waren te oud geworden om zich essentiële taalbouwstenen als het gezegde of het bijvoeglijk naamwoord toe te eigenen. Hun hersenen waren er niet langer plastisch genoeg voor.

Waar hadden ze dan al die schooljaren wél hun tijd aan besteed? Steeds vaker kreeg ik als antwoord te horen: aan begrijpend lezen. Toen mijn zoon de middelbare school bereikte, kwam ik zelf ook tot die ontdekking: maar liefst 60 tot 70 procent van het schoolvak Nederlands ging inmiddels op aan die magische kunst waarvan de vlag de lading amper dekt. Want van ‘begrijpend lezen’ gaat geen leerling begrijpender lezen. Begrijpend lezen is het onderdeel waarin je uitentreuren wordt geleerd om ‘structuur’ te ontdekken in een tekst, een structuur die zich aan je openbaart via ‘signaalwoorden’. Het lijkt een onderdeel dat je prima in een paar maanden kunt afdoen. In plaats daarvan gaan de laatste drie schooljaren er bijna volledig aan op. Het eindexamen Nederlands draait al jaren om niets anders meer: leerlingen krijgen een meerkeuzetoets voorgeschoteld met bij elke vraag vier antwoorden die met enige goede wil allemaal goed te rekenen zijn. Het juiste antwoord kun je alleen raden als je gevoel ontwikkelt voor de trucjes. Is dat nu waar het vak Nederlands om draait? Een schimmig gezelschapsspel dat je alleen kunt winnen als je jezelf het foefje aanleert? Welke intelligentie wordt daarmee bij de leerling gekweekt?

Naarmate het eindexamen van mijn zoon naderde, begon ik me steeds meer te schamen voor mijn vak. En voor de generatie vakgenoten vóór mij, die deze desastreuze ontwikkeling hebben ingezet. What were they thinking? Ook al was hij een uiterst taalgevoelige nazaat van een neerlandicus, mijn zoon dacht er geen moment aan om in de voetsporen van zijn vader te treden. Dit vak nog eens vier of vijf jaar op de universiteit? Geen denken aan! En met hem denken zo vele tieners die aan het eind van het vwo voor hun studiekeuze staan. Niet zo gek dat het aantal aanmeldingen voor de studie Nederlands de laatste twee decennia zo is gekrompen.

Als neerlandicus treur ik om de teloorgang van mijn vak en laat ik een traan voor de nieuwe generaties. Zij ploeteren met hun taal door stelselmatige uitholling van het taalonderwijs op zowel de basisschool als de middelbare school. Want waarom hebben we essentiële stappen uit ons taalonderwijs geschrapt? Waarom beginnen we op de basisschool na het schrijfonderwijs weer niet gewoon met grammatica? Als je de taal begrijpt, kun je ‘m ook beter spellen. Waarom besteden we – als het vak toch nuttig moet zijn – niet meer aandacht aan maatschappelijk relevante teksten? Van belastingformulier tot verzekeringspolis en verkiezingsprogramma – met zulk soort begrijpend lezen bereiden we onze kinderen echt voor op de maatschappij, in plaats van dat ze trucjes leren waar ze in de rest van hun leven niets aan hebben. Waarom laten we leerlingen niet zelf meer schrijven? Schrijven ordent de gedachten en leidt tot beter lezen – écht begrijpend lezen. Waarom zetten we literatuur niet terug op het voetstuk waar het hoort? Als je zelf schrijft, kun je taalkunstenaars beter waarderen. En daarover gesproken – waarom brengen we het spel niet terug in ons taalonderwijs? Door te lachen om andermans vondsten en fouten, leren onze kinderen spelenderwijs – en zo raken er weer genoeg jonge mensen enthousiast voor een studie Nederlands.

Als we dat nú doen, voorkomen we dat we over 25 jaar in een omgekeerde wereld leven. Onze slimste mensen lezen en schrijven dan alleen nog Engels, maar nooit zo goed als een net zo slimme Engelsman of Amerikaan. Terwijl Nederlands een taal is geworden voor de gewone man en iedereen die hier wil komen wonen: een verzameling trucjes die handig is als je bij de bakker aan de toonbank staat.

2 gedachten over “Nederlands op school: wanneer wordt het weer leuk en nuttig?

  1. Wauw!! Wat een heerlijk herkenbaar stuk, je neemt me de woorden uit de mond, namelijk mijn verontwaardiging over de teloorgang van de Nederlandse taal door het gebrek aan kundige leerkrachten.
    Sterker nog: je zegt precies waarom ik geen ‘lerares Nederlands’ wil zijn. In plaats van plezier hebben in creëren van verhalen, gedichten en taalvondsten en die door anderen laten lezen, is het taalonderwijs van een alfa- naar een bètavak opgeschoven. Grammatica, spelling, ontleden: het is technisch inzicht in de taal geworden. Terwijl ik als echte alfa door te kunnen lezen heel goed technische taal kan lezen…
    Misschien dat de senioren onder ons (lees: 50+) nog wat langer de PABO-studenten kunnen scholen in taalonderwijs, zodat we geen 25 jaar uit ons collectieve geheugen hoeven te bannen.

    1. Geweldig om te horen dat mijn verhaal zo resoneert bij jou, Barbara! Zonder de techniek kun je natuurlijk niet, je zult voor een deel juist terug moeten naar ‘drammen’ en ‘stampen’, zeker als het gaat om grammatica en spelling, wat dat gebeurt nu juist nauwelijks meer. Tegelijk moet je dat compenseren met de terugkeer van de leuke dingen, het speelse van de taal. Nu is het eigenlijk omgekeerd: wat je moet stampen, is ‘leuk’ gemaakt, en wat leuk moet zijn, is een trucje geworden.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.