Een monsterproject om trots op te zijn – en eindelijk is het boek klaar. In De veerkracht van Nederland vertellen bestuurders, hulpverleners, experts en burgers over 100 jaar rampenbestrijding en crisisbeheersing. Voor de opdrachtgever, het Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (NIPV), schreef ik een flink deel van het boek en deed ik de eindredactie.
Op 15 mei ziet het boek van uiteindelijk bijna 500 pagina’s officieel het licht. Dan wordt het tijdens het congres ‘Veerkrachtige crisisbeheersing’ in ’t Spant in Bussum gepresenteerd. Daarna is het ook verkrijgbaar via alle gebruikelijke verkoopkanalen.
Begin 2023 begon ik te werken aan het boek, samen met Anja Verheij als projectmanager. Oorspronkelijk hadden we zo’n 15 gesprekken voor ogen, maar het werden er meer dan 50. Daarom haalde ik mijn oud-collega Jeroen Bruintjes erbij en wist Anja in Erris van Ginkel een net zo capabele interviewer en tekstschrijver te vinden. Heel 2023 hebben we mensen gesproken en hun verhalen opgeschreven: te veel om op te noemen.
Zelf vond ik het mooi om over dit fascinerende onderwerp te mogen spreken met onder meer Femke Halsema (burgemeester Amsterdam), Tijs van Lieshout (voorzitter Brandweer Nederland), Hubert Bruls (burgemeester Nijmegen en voorzitter van het Veiligheidsberaad tijdens de coronacrisis), Hans Brug (directeur RIVM), Lieke Sievers (burgemeester Edam-Volendam) en Marten Oosting en Ric de Rooij (toenmalig voorzitter en secretaris van de onderzoekscommissie Vuurwerkramp Enschede).
Eind 2023 ging de eindredactie van start, waarna ik begin van dit jaar samen met corrector Suzanne de Boer en vormgever Bas Mulder de puntjes op de i zette. Bas heeft er een prachtig boek van gemaakt dat niet alleen figuurlijk maar ook letterlijk staat als een huis.
Het is wonderlijk hoe boeken opeens het middelpunt van mijn werk zijn geworden, want in de autosport schrijf ik het ene boek na het andere. In 2021 en 2022 kwamen mijn boeken over de verloren toerwagenhelden Ab Goedemans en Wim Boshuis uit. Vorig jaar zette ik ook de eerste stappen voor een boek over de SEFAC, een unieke Franse vooroorlogse Grand Prix-auto. En momenteel werk ik aan nog weer twee boeken over Nederlandse coureurs van toen: Marcel Albers en Gerrit van Kouwen. En dat terwijl ik bekend sta om mijn kortebaanwerk!
Toch voelt het als thuiskomen, want ooit ambieerde ik een toekomst in de literatuur. Door omstandigheden is dat er nooit van gekomen, zodat het idee van boeken schrijven lang in de koelkast verdween. Dan is het des te mooier als het boek op een andere manier alsnog in mijn leven terugkeert. Leve de dikke pil!