‘De IT-sector heeft te kampen met een gebrek aan professionaliteit’: het is een groot verwijt waaronder de branche nog altijd te lijden heeft. Men hoeft maar te wijzen naar geldverslindende ontwerp- en implementatieprojecten, torenhoge vervangingskosten, duur beheer en onderhoud en kostbare opleidings- en bijscholingstrajecten om een jeremiërende controller van een multinational gelijk te geven in zijn klaagzang aan de borreltafel. Als je pech hebt, maakt hij ook nog een vergelijking met andere sectoren: “In de auto-industrie hebben ze dat probleem zeventig jaar geleden al opgelost!”
En zo heb je dus een imagoprobleem. Niet voor niets trommelen diverse IT-bedrijven in hun marketinguitingen op het tegenovergestelde van al die pijnpunten: ontwikkelen op basis van standaardcomponenten, snel implementeren, strategisch uitbesteden, hergebruiken, toegevoegde waarde leveren aan bestaande investeringen.
Daarmee hebben ze de juiste toon te pakken, want de IT-sector kampt niet zozeer met een gebrek aan professionaliteit – professionals genoeg in de branche – maar met een gebrek aan een industriële aanpak. De vergelijking met de auto-industrie snijdt op het eerste gehoor weliswaar hout, maar we vergeten gemakshalve dat die sector ook dertig jaar nodig had om de lopende band uit te vinden.
In de jongste uithoeken van de IT-sector gaat de groei naar volwassenheid zelfs in een veel rapper tempo dan destijds de koetswerkbouwers is gelukt. Neem de specialisten op het gebied van website-ontwikkeling. Het geklaag over het gebrek aan professionaliteit bij websitebouwers was tot nu toe grotendeels terecht. Er werd voor pittige rekeningen flink wat afgeknutseld. De belangrijkste kostenpost: steeds opnieuw het wiel uitvinden.
Vandaar dat ook hier standaardisering, automatisering-van-de-automatisering en vooral industrialisatie in snel tempo de kop opsteken. Binnen de scene van de website-ontwikkeling heet het foefje ‘web content management’, een manier van websitebeheer waarvoor IT’ers niet langer de bottleneck vormen en, omgekeerd, gebruikers niet langer worden geconfronteerd met de achterliggende technologie. In een gebruiksvriendelijke redactieomgeving maken ze zelf de inhoud van de website aan, die vervolgens dynamisch wordt bijgewerkt. Het systeem doet het vuile werk.
Trekken we die ontwikkeling door naar de auto-industrie, dan zien we dat die sector er meer dan honderd jaar over heeft gedaan om een vergelijkbaar product te creëren: de Audi A2, de eerste auto waarvan de motorkap niet langer open kan. Dat wil zeggen, het kan natuurlijk wel, maar dan alleen in de garage met behulp van een speciale sleutel – zulks is het vertrouwen van Ingolstadt in de betrouwbaarheid van zijn product. Alleen de oliepeilstok kan de chauffeur nog zelf bedienen: die zit verborgen onder een speciaal dekseltje. Het lijkt het logische uiteinde van een jarenlange evolutie.
Maar volgens de wijze woorden van J. Cruijff kleeft aan elk voordeel een nadeel. Want wie toch graag onder de motorkap wil kijken, wordt het wel erg moeilijk gemaakt – vooral omdat zelf doen in veel gevallen nog altijd de snelste manier is om een probleem op te lossen. Bovendien is bij standaardisering de uiteindelijke oplossing zelden helemaal naar je zin. Je mag blij zijn als 80 procent van je wensen wordt vervuld.
Aan de andere kant: als je een Smart koopt, verwacht je (voor dat geld) ook niet de luxe, ruimte en motorinhoud van een Mercedes SEL 500. En de auto-industrie heeft bovendien nog als fiks nadeel dat een Smart niet zo scalable is dat hij met wat uitdeuken van spatborden en het uitvijlen van cilinders is om te toveren tot krachtige directielimousine.
Oorspronkelijk geplaatst in Wereld, het weblog van Jager & Neyndorff.