‘Internet? Dat wordt niks’

Lekker afgeven op internet. Het nut en de zegeningen ervan even stevig relativeren. Vervolgens gnuivend wijzen op de verlieslijdende online-activiteiten en de hopeloze e-business-strategieën van grote ondernemingen. Om ten slotte met de armen over elkaar het gelijk van de markt aan te halen. En o ja, we worden allemaal sociaal misvormde mensen van dat internet. Case closed.

Het lijkt wel het nieuwe gezelschapsspel onder industry watchers. Maar dat zijn wel dezelfde analisten die twee jaar geleden de aandelenkoersen van IT- en telecombedrijven met hetzelfde gemak in het zadel hielpen als waarmee ze die nu onderuit halen.

Laat ik mij daarom op deze plek – hoe bescheiden ook – opwerpen als advocaat van het internet. Want laten we wel wezen: het medium is de puberteit nog maar net ontgroeid. Het heeft een wilde periode achter de rug, waarin het zichzelf en de wereld leerde ontdekken. Het heeft vrienden voor het leven gemaakt, heeft de liefde leren kennen, die niet beantwoord werd, heeft gevoeld wat voor kick het geeft om schoonheid te vernietigen, heeft zelfmoord overwogen en… heeft afstand genomen van zijn scheppers.

Er is een generatieconflict ontstaan dat van twee kanten wordt aangewakkerd. Want reageren de internetcritici niet net zo puberaal als de meeste gebruikers van het medium – terwijl ze als volwassen mensen beter zouden moeten weten? Met onze levenswijsheid weten we hoe gemakkelijk het is de idealen van de tiener omver te schoppen. Zuur als we zijn over onze eigen mislukkingen, kunnen we het soms niet laten wat grotemensencynisme los te laten op de wereldverbeterende visioenen die internetgoeroes hebben losgelaten op de wereld. ‘Dat internet? Dat wordt niks.’

Maar nu de adolescentie aanbreekt en het jeugdige medium voor belangrijke keuzes staat voor de rest van zijn leven, moeten we hem juist steunen en verder helpen. Zodat hij kiest voor het goede. Zodat hij uitgroeit tot een medium dat zijn eigen verwachtingen kan waarmaken.

Mijn verwachtingen maakt internet namelijk nu al waar. Die van u ook? Probeer u eens een werkdag zonder internet voor te stellen. Toegegeven, als u werkt als ziekenverzorgende, kan dat internet u terecht gestolen worden. (En misschien ook weer niet, als u bedenkt dat onze zwalkende zorg voor een groot deel op het conto kan worden geschreven van grootschalige keteninefficiëntie en een wildgroei aan leidinggevende, niet-productieve functies die er het communicatiemoeras alleen nog maar zompiger op maken. Maar dit terzijde.) Als moderne kenniswerker heb ik namelijk dagelijks direct profijt van internet, op een manier die zo vanzelfsprekend is geworden dat het belang ervan gemakkelijk wordt onderschat.

Ga maar na wat er allemaal voor nodig was geweest om dezelfde informatie in te winnen of dezelfde transactie uit te voeren zonder internet. Een reisplanner raadplegen. Een hotel zoeken. Je op de hoogte stellen van het laatste nieuws. Engelstalige vakliteratuur bestellen. Vliegtickets kopen. Een prijsvergelijking doen. Computerbenodigdheden aanschaffen. Productervaringen uitwisselen. En omdat je op het werk soms ook even ruimte hebt voor je hobby: discussiëren met liefhebbers van dezelfde vrijetijdsbesteding (daar waar u vroeger altijd dacht alleen te zijn). En daar vervolgens je eigen website over bouwen. Waar gebruikt u internet allemaal nog meer voor?

Al die dingen zijn nu allemaal mogelijk in een verloren uurtje achter het bureau. Vijf jaar geleden waren daar torenhoge telefoonrekeningen naar het buitenland voor nodig, om maar te zwijgen van ellenlange wachttijden en versleten zolen van dagenlang tevergeefs langs winkelcentra struinen.

Natuurlijk vervangt internet niet de toonbank, de bibliotheek, het reisbureau of de verzamelbeurs – hoewel, vaak ook wel, zo is mijn ervaring. Maar kleren moet je toch passen? Een nieuw bankstel moet je toch voelen? Dat is waar, en toch scheelt het wel een boel nodeloze bezoeken aan de meubelboulevard als elk meubelpaleis zijn catalogus op het web zet. Weg volle parkeerplaatsen, duwende mensen in de lift, verkopers die niet weten wat ze verkopen.

Verlies je daardoor het menselijk contact? Nee, want alle resterende werktijd besteed je aan klanten en collega’s. Alle resterende vrije tijd is voor familie, vrienden en gezin. Sorry, winkelbediende, maar hoe traag en onhandig het internet soms ook is, ik vind er meer snelheid, expertise en vriendelijkheid dan bij u. In mijn eigen tijd.

Oorspronkelijk geplaatst in Wereld, het weblog van Jager & Neyndorff.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.