Hondola wint de tombola

Laatste ronde: Italië 1967

Uitslagen zeggen niet alles. De nipte zege van John Surtees op Monza in ’67 staat in de boeken, maar waar vinden we de Misschien Wel Beste Race van die Schotse boerenzoon uit Kilmany?

De neutrale toeschouwer heeft het zwaar in het midden van de jaren zestig. Geregeld kijkt hij naar een race met aan kop een groene schicht met ongenaakbare wegligging, bestuurd door een jongeman wiens talent dat van de concurrentie ver overstijgt. Weinig liefhebbers trouwens die het Colin Chapman en Jim Clark kwalijk nemen. De rest moet maar beter worden, laten we intussen genieten van hun superioriteit. Dus terwijl de groene schicht aan de einder verdwijnt, op weg naar weer een onbedreigde zege, kan de neutrale toeschouwer alleen maar hopen op het materiaalspook. De oppermacht van Lotus kent namelijk een keerzijde: Chapmans weigering om marges in te bouwen. Dat bepaalt ook op Monza in 1967 het lot van zijn coureur. En de neutrale toeschouwer? Die geniet deze keer volop mee.

1967 is het debuutjaar van de Cosworth DFV, dan nog exclusief voor Team Lotus. Clark pakt in Italië dan ook de pole, voor Brabham (Brabham-Repco), McLaren (McLaren-BRM), Amon (Ferrari), Gurney (Eagle-Weslake) en Hulme (Brabham). John Surtees staat met de gloednieuwe Honda RA300 in het middenveld. Honda? Eerder ‘Honda’. Want de Brit heeft zijn samenwerking met Lola-ontwerper Eric Broadley uitgebreid naar de Formule 1. Broadley’s T130 – ontworpen voor Indianapolis – verandert in de nieuwe Honda en wordt daarom ook wel spottend ‘Lolonda’ of ‘Hondola’ genoemd. ‘Big John’ kan ’t zich veroorloven, want sinds zijn overstap naar de Japanse stal runt hij Honda Racing vanuit het Engelse Slough zo ongeveer in z’n eentje. Het is typerend voor de gedrevenheid van de man die niet kan delegeren en daardoor ruim tien jaar later zijn eigen team te gronde richt.

De start verloopt chaotisch: terwijl de auto’s op de dummy grid staan, zwaait een official met zijn groene vlag, ten teken dat de coureurs hun plaatsen op de échte startopstelling mogen innemen. Jack Brabham beschouwt het echter als het startsignaal en schiet ervandoor. Dat laat de rest zich niet gebeuren; binnen de kortste keren kijkt de starter met een beteuterd gezicht het veld na, de Italiaanse vlag werkeloos in de hand. Ondanks zijn vroege vertrek verschijnt Brabham na de eerste ronde niet aan kop: Gurney leidt de dans, gevolgd door Brabham, de bijna even snel gestarte Hill, Clark en McLaren. Het feest voor de Amerikaan duurt niet lang: in de vijfde ronde geeft zijn Weslake-motor de geest. Clark is intussen Hill en Brabham voorbijgestoken en krijgt rond de tiende ronde te maken met de avances van een oprukkende Hulme. Een paar ronden later moet de Schot plotseling afhaken: lekke band! Voordat hij met vers rubber terug op de baan is, ligt hij 15e, een hele ronde achter.

Clark verschijnt uiteindelijk vlak voor het gevecht om de vierde plaats terug op de baan, terwijl aan kop zijn ploegmaat Hill het uitvecht met de twee Brabhams. Voor de twee hoofdrolspelers van de race begint ’t dan echt: Surtees heeft aansluiting gevonden bij het tweede groepje, Clark begint aan een onwaarschijnlijke opmars. Hoe onwaarschijnlijk? Halverwege de race heeft hij zich ontdubbeld en ligt hij al zevende, nét voor de kop van de wedstrijd. Daar neemt hij ook nog de moeite om zijn teamgenoot te helpen. Slipstreamend loopt de Lotus-trein maar liefst 17 seconden uit op Brabham, die Hulme in de 31e ronde ziet afhaken. Het tweede groepje – met Amon, Surtees, McLaren en Rindt – ligt al een minuut achter op de kop. En dus nog maar een halve minuut vóór Clark, die steeds verder inloopt en intussen een snelste ronde heeft neergezet die even snel is als zijn pole-tijd.

Op twee derde van de race komt de wedstrijd stap voor stap naar Clark toe. Eerst ploft McLarens motor. Zesde. Dan valt Amon weg. Vijfde. Vervolgens gaat Rindts Cooper slechter lopen. Vierde. Brabham heeft intussen last van een hangend gaspedaal. Surtees loopt daardoor zienderogen op de Australiër in, maar Clark nog veel harder op allebei. In ronde 59 kantelt de wedstrijd nog eens: Clark passeert Surtees op het moment dat leider Hill de pits binnenrolt met een kapotte versnellingsbak. Dus als Jimmy twee ronden later ook ‘Black Jack’ inpakt, grijpt hij de leiding! Clarks ongelooflijke comeback krijgt een sprookjeseinde – of niet? Bij het ingaan van de laatste ronde begint zijn Cosworth te sputteren. Het lukt de brandstofpompen niet meer de laatste liters benzine de verbrandingskamers in te krijgen. Bij de Lesmo’s slalomt het duo Surtees/Brabham aan de arme Schot voorbij. “Jack zou me vast proberen in te halen vóór de Parabolica, maar daar had ik wat op gevonden”, aldus de gewiekste Surtees. In de bocht ligt namelijk een cementspoor om de versnellingsbakolie van de uitgevallen Hill af te dekken. “Als ik rechts zou rijden om mijn lijn te verdedigen, moest ik zelf over dat spoor. Dus ik bleef links en liet bewust een gat open. Het gebeurde precies zoals ik had verwacht: Jack gleed weg over het cement, zodat ik hem bij het uitkomen van de Parabolica kon terugpakken.” Op de streep houdt de Honda krap twee tienden over…

Al komt er geen Ferrari in de buurt van de zege, toch barst Monza uit in gejubel. De winnaar mag de Scuderia het jaar ervoor met slaande deuren hebben verlaten, nog altijd dragen de tifosi Il Grande John in hun hart – net zoals ze in de jaren negentig Il Leone, die andere eigengereide Brit, in hun armen sluiten. Want daar houden ze van: wijsneuzen met vechtlust tot aan het zwartwitgeblokt.

Oorspronkelijk geplaatst in RTL GP Magazine.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.