Vettel/Webber: de reconstructie

Red Bull, Turkije 2010

Eigen schuld, dikke bult voor Red Bull

Als de emotie de overhand heeft, doe je weleens iets vanuit een reflex. Er ontglipt je bijvoorbeeld een gefrusteerd handgebaartje als je raceauto met schade tot stilstand hobbelt, terwijl je dacht dat je de zege al kon vastpakken. F1-fans en de vakmedia schoten afgelopen zondag ook in een reflex, maar bleven er de dagen erna collectief in hangen: de heilige Webber is bestolen! Zelf was ik een heel stuk sneller bij zinnen, net als de stewards en Red Bull-teambaas Christian Horner: waar twee vechten, hebben beiden schuld. Maar nu ik er nóg langer over nadenk, ligt de echte schuld voor 100 procent ergens anders: bij Horner zelf.

Beeldvorming is in zovele publieke arena’s allesbepalend. In de politiek, zo merken we in de aanloop naar de verkiezingen, maar ook in de sport. De beelden van de 41e ronde van GP van Turkije leken overduidelijk: de inhalende Sebastian Vettel stuurt naar binnen en ramt de Red Bull van zijn teamgenoot Mark Webber midscheeps, in een poging om de Australiër van diens koppositie in de wedstrijd te ontdoen. Tot overmaat van ramp verklaart de Duitser, met een handgebaar dat weinig aan de verbeelding overlaat, Webber voor gek in plaats van zichzelf schuldig te voelen over het gebeurde.

De rollen waren meteen verdeeld. We hadden een good guy en een bad guy. Zeker met de twee voorafgaande zeges van Webber in het achterhoofd, terwijl Sebastian Vettel tot voor kort alom werd gezien als de logische nummer één van het team. Misschien niet in naam en volgens het team ook niet in behandeling, maar dan toch wel op grond van zijn prestaties. Het beeld dat nog geen twee maanden geleden bestond: het jonge natuurtalent Vettel als toekomstig wereldkampioen, met de ervaren Webber als sympathieke, hardwerkende tweede viool, snel genoeg om Vettel bij de pinken te houden en een goede bijdrage te leveren aan de positie van Red Bull in de strijd om de constructeurstitel.

Dat beeld draaide met Webbers drie poles en twee zeges op rij – met een derde in aantocht – als een blad aan een boom om. Opeens was de 33-jarige Australiër herboren en niet te stuiten. Hij was altijd al een zo’n aardige gast en dan al die jaren ook nog een underdog, dus wat gunden we ’t hem graag. Dat zure gezicht van Vettel daarentegen als zijn teamgenoot een keer sneller was, werden steeds meer mensen zat. De eindigheid van de tijd dat zijn zeges als verfrissend werden ontvangen – net zoals de allereerste zeges van Michael Schumacher in het tijdperk Senna/Prost/Mansell – leek voor het oprapen. Het natuurtalent, die leuke uitdager van de gevestigde orde, was opeens de grote favoriet geworden. En dan was ’t nog een Duitser ook. Net als die boef van een Schumacher, die in veler ogen tenslotte ook voor de lol mensen van de baan reed.

Zeker de Engelstalige media waren er als de kippen bij om Webber in zijn nieuwe rol te omarmen. In de voorbeschouwingen van de BBC kreeg de Australiër opeens wel héél veel airtime. Niet zo gek, want zo’n noeste kerel uit de voormalige Commonwealth verovert natuurlijk snel de harten van menig Brit. Dus toen zondag de klap kwam, was het meteen duidelijk hoe het zat met de rolverdeling: Vettel als de verwende Duitse snotaap die denkt dat hij recht heeft op een voorkeursbehandeling, Webber als de stoere no-nonsense-racer die gewoon zijn plek verdedigde.

Een rationele kijk

Maar laten we er nu eens rationeel naar kijken. Wat gebeurde er precies op de baan? In de 40e ronde reden de twee Red Bulls op de eerste en tweede plaats, Webber voor Vettel, zeer kort daarop gevolgd door de verrassend snelle McLarens van Hamilton en Button. Webber mocht dan op koers zijn naar zijn derde zege op rij, wat Vettel betreft lag dat niet aan feit dat hij opeens onderpresteerde. In Spanje en Monaco had hij met één hand op de rug geracet vanwege een pas laat ontdekt scheurtje in zijn geliefde chassis ‘Luscious Liz’ (Vettel heeft een Brits gevoel voor humor). Met vervangster ‘Randy Mandy’ had hij in het laatste segment van de kwalificatie in Turkije opnieuw pech: in de laatste sector van zijn snelle ronde, op koers naar de snelste tijd, begaf zijn achterste rollbar het. Het was dus wederom ‘door omstandigheden’ dat hij het initiatief aan Webber moest laten.

Toch had hij in de race zijn kans gecreëerd: in het eerste deel van de race besloot hij brandstof te sparen toen hij zag dat er niets te doen was aan het strijdende duo Webber/Hamilton aan kop. Dat leverde hem in het tweede deel een kortstondig voordeel op: hij kon langer dan Webber doorrijden met zijn motor in de optimale stand. Red Bull, dat niet had gerekend op zulke felle tegenstand van McLaren, had de benzinetanks strak afgevuld, maar hun coureurs moesten vanaf de start volle bak rijden om de avances van Hamilton en Button af te wenden. Vooral Webber had op de kop en in de wind veel verbruikt en in de 39e ronde moest hij op aanwijzing van zijn engineer het vermogen van zijn motor een tikje terugdraaien. Vettel, die zich ook nog eens prettiger voelde op de hardere banden die hij tijdens zijn pitstop had gekregen, kwam meteen met reuzenschreden dichterbij.

Op het rechte stuk achter op het circuit naderde de Duitser zo snel op Webber dat een inhaalactie onvermijdelijk was. Met een krappe linkerbocht in het verschiet koos Webber een verdedigende lijn links van het midden. Zo maakte hij het Vettel extra moeilijk om links van hem in te halen, de positie die het eerste recht geeft op de linkerbocht. Toch dook zijn jonge teamgenoot in het kleine gat aan de linkerkant, juist om die voordelige positie voor de bocht te bemachtigen. In zijn column voor de Australische Daily Telegraph omschreef Webber zijn tactiek als een poging om Vettel zo lang mogelijk op het stoffige gedeelte van de baan te houden. Daarmee hoopte hij dat Vettel zijn rempunt zou missen en bij de bocht rechtdoor zou glijden, zodat hij de Duitser vervolgens binnendoor zou kunnen terugpakken.

Waar twee vechten …

Er gebeurde iets anders. Vettel had een halve autolengte voorsprong toen het rechterachterwiel van de Duitser het linkervoorwiel van de Australiër toucheerde. De auto van Vettel schoot met een ruk naar rechts, ramde de voorvleugel van Webber scheef en gleed toen met een lekke achterband de baan af. Ook Webber miste zijn bocht. De twee McLaren-coureurs reden er waarschijnlijk lachend aan voorbij.

In de herhaling leek het erop dat Vettel, die kort daarvoor nog met zijn linkerwielen de graskant toucheerde, naar binnen stuurde op een moment dat het nog niet kon. De on-boardcamera’s vanuit beide auto’s lieten echter een veel geleidelijker beweging zien. Hoe vertekend was eigenlijk het beeld van de telelens?

Dat laatste beeld zou wel het doorslaggevende beeld in de discussie worden. Er waren zelfs journalisten en fans die riepen dat Vettel zijn teamgenoot van de baan had geramd. Waarom zou hij dat willen doen? Wie moedwilligheid in zijn actie zag, begrijpt weinig van de sport. De race winnen, dat wilde hij! Ook de stewards, geholpen door Johnny Herbert, zagen het zo. Als Vettel het ongeluk had veroorzaakt, was hij verantwoordelijk geweest voor een ‘avoidable accident’. Het voorval werd niet eens als zodanig onderzocht.

Terwijl iedereen over Vettel viel, maande teambaas Christian Horner tot kalmte. Beiden hadden schuld, zei hij, omdat ze zich allebei op een stuk asfalt bevonden waar ze niet thuishoorden. Ze hadden elkaar geen ruimte gegund, terwijl dat het eerste is dat een teambaas van zijn strijdende coureurs verwacht.

… hebben beiden schuld

De uitlatingen van Red Bulls talentenbaas Helmut Marko gooiden opnieuw olie op het vuur. Uit de woorden van de Oostenrijker was op te maken dat hij Webber de schuld van het voorval gaf, maar eigenlijk was het niet meer dan een precisering van Horners woorden. Die had immers al gezegd dat beide auto’s te veel aan de linkerkant van de baan waren terechtgekomen. Daar was maar één oorzaak voor aan te wijzen: Webbers verdedigende lijn. Toch was het voor velen een schande om zelfs maar te suggereren dat Webber een bijdrage aan het probleem had geleverd. Hij werd toch getorpedeerd? Hij hield zijn stuur toch recht? De harde aanpak waarvoor Webber koos, maakte hem in de ogen van velen bovendien geen mietje die, net als in Maleisië, de zege op een dienblad aan Vettel presenteerde.

Toch is Webbers bijdrage niet te ontkennen. Zijn stoere verdedigende lijn zou tegenover elke andere tegenstander te prijzen zijn geweest. Maar tegen een teamgenoot? Vettel was op dat rechte stuk zó snel dat hij gas had moeten lossen om Webber niet te passeren. Niet handig met twee McLarens op het vinkentouw. Vettel wilde niet alleen, hij kon niet anders. Waarom vond Webber het dan nodig om een teamgenoot die zo veel sneller is, zo hard verdedigen?

Ook als het niet tot een aanvaring was gekomen, had Webber met zijn keuze om links te blijven de kopposities van de twee Red Bulls in gevaar gebracht. De kans was dan immers groot geweest dat beide auto’s de bocht niet hadden gehaald. In normale omstandigheden – denk aan de dominantie die het team in Barcelona aan de dag legde – was er geen man overboord geweest, maar wel met twee McLarens die onmiddellijk konden profiteren.

Accident waiting to happen

Psychologisch was beider gedrag echter volkomen te begrijpen. Voorafgaand aan de race deelden Webber en Vettel de eerste plaats in het wereldkampioenschap. Allebei hadden ze 48 punten, waarbij Webber officieel de leiding had vanwege zijn twee zeges. Tot aan de toestanden met ‘Luscious Liz’ was Vettel de snelste van de twee geweest, maar door een opeenstapeling van pech en tegenslag had dat maar één zege in 2010 opgeleverd. Om het initiatief weer terug te pakken, moest hij winnen. Voor Webber stond hetzelfde op het spel: om een succesvolle gooi te doen naar het mentale leiderschap van Vettel, moest hij winnen. Ze deden simpelweg wat in hun sportieve aard ligt.

Van de zogenaamd vrolijke en rebelse sfeer in het Red Bull-team bleef zo weinig meer over. Teamgenoten die het goed met elkaar kunnen vinden? Ga toch weg. Misschien dat Christian Horner er zo over dacht, maar dan zat hij er toch flink naast. Nadat hij er even over had kunnen nadenken, bekende hij dan ook dat hij ‘het had zien aankomen’. Precies. De inzet was hier niets minder dan de suprematie binnen het team met de snelste auto, een strijd tussen twee coureurs die dit jaar hun grootste kans hebben om wereldkampioen te worden. Dan geef je geen cadeautjes, je pakt ze alleen maar.

Teamgenoten in het beste team die goed samenwerken? Ja, dat kan, zoals bij Brawn vorig jaar, waar Barrichello alle pech had en Button in het beslissende eerste deel van het seizoen gewoon beter was. En nog had Barrichello er de pest in.

Ontbrekende coaching

Bij nader inzien is de schuldverdeling dus helemaal niet 50/50 tussen Vettel en Webber. Zelfs mijn eerste rationele analyse van wat er op de baan gebeurde, biedt onvoldoende verklaring. Wat ernaast gebeurde, dáár gaat het om. Waar was het people management waar Horner zo trots op was? Waarom sprongen zijn coureurs uit het gareel? En als je toegeeft dat die twee in de hand houden sowieso onmogelijk is met zulke competitieve geesten, dan zorg je er in ieder geval voor dat je communicatie vanaf de zijlijn in orde is.

Eén saillant detail over de aanpak op de pitmuur van Red Bull maakt namelijk duidelijk wat er echt gebeurde. Webbers engineer vergat namelijk te melden dat Vettel zijn vermogen nog niet had teruggeschroefd. Door Webber vooraf niet te coachen over de aantocht van Vettel, met name met de mededeling dat vanwege het snelheidsverschil verzet zinloos was, riep Red Bull het doemscenario over zichzelf af.

Maar misschien was het wel ‘vergat’ tussen aanhalingstekens en is er daadwerkelijk sprake van twee kampen binnen Red Bull. En misschien had Webber die coachende mededeling dan ook wel aan zijn laars gelapt. De komende races zullen bewijzen of het bij Red Bull inderdaad ieder voor zich is – zoals het altijd gaat bij teams met twee winnaars in de gelederen.

Herinneringen aan Imola ’82

Het team van McLaren is daardoor in velerlei opzicht de lachende derde. Niet alleen voeren zij nu het constructeurs-WK aan, maar de affaire Webber/Vettel drukt elke belangstelling – in de pers en bij de liefhebber – voor het vergelijkbare akkefietje tussen Hamilton en Button weg. Na afloop gaf teambaas Martin Whitmarsh hakkelend antwoord op de vragen over de kortstondige positiewisseling tussen zijn coureurs, nadat zij al één en twee lagen.

Bij weinigen was echter de boodschap aan Lewis Hamilton blijven hangen, die al vóór het gevecht over de boordradio te horen kreeg dat hij brandstof moest sparen en dat die opdracht gold voor ‘both cars’. In het tijdperk waarin teamorders officieel verboden zijn, is dat een niet mis te verstane mededeling – die enkele ronden later niet aan Jenson Button bleek besteed. Nadat Hamilton met kunst- en vliegwerk de kop had terugveroverd, volgde er opnieuw een opdracht om brandstof te sparen – en nu met iets meer urgentie.

Op het podium was Hamilton dan ook bij lange na niet de enthousiaste winnaar die hij normaal gesproken is. De geoefende lezer van lichaamstaal zag duidelijk dat iets hem dwarszat. Waarom ging Button ondanks die mededeling het gevecht met hem aan? Ik kon het niet helpen: ik moest meteen terugdenken aan Imola ’82, de race waarin Didier Pironi in de ogen van Gilles Villeneuve een afspraak schond.

De toestand bij Red Bull kwam als geroepen voor McLaren. Op de dag dat Red Bull het pr-drama bij met name de Engelstalige pers met wat gedraai probeerde te redden, leverden de spin doctors van McLaren een huzarenstukje af: zij hadden tenminste coureurs die konden racen én tegelijk het teambelang voorop konden zetten. Jaja. En dat terwijl het bijna-ongeluk tussen Hamilton en Button in de eerste bocht er toch allesbehalve ‘verstandig’ uitzag.

Foto: Getty Images (via Red Bull Racing)

Oorspronkelijk geplaatst op Driving-fun.com.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.