Ook uitgekleed van topklasse
Na Le Mans en de Nürburgring vindt komend weekend de derde grote 24-uursrace van het jaar plaats: de Total 24 Hours op het circuit van Spa-Francorchamps. Net als die andere twee is Spa een echte klassieker met roemruchte geschiedenis. De race was het pronkstuk van diverse klassen – van ETCC tot FIA GT – maar heeft net als Le Mans en de N24 jaren gekend als alleenstaand evenement. Ook dit jaar is het zover. De verwarring over de status van de race heeft helaas geleid tot een vrij mager startveld. Maar wat er aan de start staat, is van hoge kwaliteit!
De 24 uur van Spa is al net zo’n traditionele GT- en toerwagenkraker als de etmaalsrace over de Nordschleife van de Nürburgring. Waar de laatste tegenwoordig als het juweel van de VLN door het leven gaat, daar was Spa de laatste jaren het hoogtepunt van het FIA GT-kampioenschap. Het was de zoveelste keer dat het evenement zichzelf opnieuw moest uitvinden, hoewel het verleden heeft bewezen dat de race geen deel hoeft uit te maken van een kampioenschap om spanning en sensatie op te leveren. Neem de editie 1992, de climax in een reeks jaren waarin de 24 uur toegankelijk was voor Groep A, Groep N, auto’s uit het lokale Procar-kampioenschap en DTM-auto’s. BMW ging op de uitnodiging in en stuurde zijn fabrieksteams Schnitzer, Bigazzi en CiBiEmme.
Het zal geen verbazing wekken dat de eindstrijd het exclusieve domein van de E30 M3 Sport Evo’s van BMW werd. Saai? Allesbehalve. Kijk maar eens naar de laatste twee ronden na 24 uur lang racen. Eric van de Poele in de Schnitzer M3 verdedigt een krappe voorsprong op Steve Soper in de Bigazzi M3, de twee BMW’s gespoten in de kleuren van de Belgische autosportweldoeners Bastos en FINA. Het uiteindelijke verschil op de streep: 48 honderdste!
De rest van de voorbeschouwing lezen? Kijk verder op Driving-fun.com.
