Van lichtgewicht-toerwagen tot dikke GT
De BMW M3 bestaat 25 jaar. De legende werd geboren op het circuit, dus onze terugblik op een kwarteeuw Beiers spierballenvertoon eindigt er ook. De competitie-M3 begon zijn carrière als toerwagen, om in zijn laatste twee gedaanten uit te groeien tot een dikke GT. Is de cirkel straks weer rond als de M3 terugkeert in het DTM? Of is het juist de volgende overtreffende trap? DF zet de belangrijkste circuitsuccessen van de M3 op een rij.
De M3 is onder ons sinds het midden van de jaren tachtig, toen de 3-serie E30 zijn opwachting maakte. De opvolgers E36, E46 en E90/E92 kregen ook allemaal hun ‘M’, die zich van BMW Motorsport allemaal op het circuit mochten bewijzen. Toch zijn er grote verschillen aan te wijzen tussen het viertal M3’s en hun invloed op de autosport. De E36 en E46 lieten de meeste circuitglorie over aan hun lichter bemeten broertje, de 320i. De M3-versie van de E92 is als circuitauto daarentegen minstens zo prominent aanwezig als de 320si, de toerwagenversie van de huidige 3-serie.
Maar niemand kan erom heen: de originele M3 zet al zijn nazaten nog altijd stevig in de schaduw, kijkend naar alle trofeeën die hij in zijn jarenlange autosportloopbaan heeft verzameld. Zo gek is dat ook weer niet. Want in tegenstelling tot de E36, E46 en E92 heeft de E30 M3 echte racegenen. Wie nu nog een straatversie bezit, merkt meteen dat hij in een Groep A-homologatiespecial zit.
E30 M3: opvolger van 635CSi
Het toerwagenracen, maar ook het rallywezen, groeide in de jaren tachtig naar een hoogtepunt toe dankzij Groep A. In de nieuwe groepenindeling die de FIA in 1982 introduceerde, was Groep A (vervanger van Groep 2) de groep voor ‘aangepaste toerwagens’. Groep N (vervanger van Groep 1) werd de groep voor ‘productietoerwagens’. BMW schoof in eerste instantie zijn 635CSi naar voren, maar herkende in 1986 de mogelijkheden van de nieuwe E30 als basis voor nieuwe toerwagensuccessen. Velen denken dat de komst van de Mercedes 190 BMW die richting op stuurde.
Voor Groep A-auto’s moesten fabrikanten minstens één op de tien productieauto’s (2500 op de 25.000) als straatversie van de beoogde raceauto bouwen om in aanmerking te komen voor homologatie. Later stond de FIA zogenaamde evoluties toe, waarvoor maar 500 straatversies benodigd waren. Race-M3’s als de Evo 1, Evo 2 en Sport Evo kregen hun showroomequivalent in specials zoals de Ravaglia, Cecotto en Europameister.
Nieuwsgiering naar de rest van het verhaal? Lees verder op Driving-fun.com.
