F1 in Canada: zijn het mietjes?

Stewart, Duitsland 1968

Brullen met die spullen!

F1 is dit jaar geweldig om naar te kijken, maar een safety car met knipperende lichten op het dak is niet echt een spannende aanblik. Hoe terecht is het dat de wedstrijdleiding tegenwoordig zelfs preventief een race stillegt omdat het toch wel erg hard regent? Jackie Stewart, in de jaren zestig en zeventig de grote voorvechter van veiligheid, hoorde je ook niet zeuren toen hij in een onaardse Groene Hel met vier minuten voorsprong de GP van Duitsland van 1968 op zijn naam schreef.

Het is misschien een gewetensvraag, want niemand wil terug naar de tijd dat coureurs hun leven moedwillig in de waagschaal legden. Maar is een deel van de aantrekkingskracht juist niet – ook voor de coureurs – dat autosport gevaarlijk is? Dat er mensen in die auto’s zitten die dingen durven waarvan normale mensen dromen, het in hun broek doen of allebei tegelijk? Het is veelbetekend dat het Mark Webber tegenwoordig verboden moet worden om te mountainbiken, omdat een stukje fietsen door een bos meer risico’s op gebroken botten met zich meebrengt dan een crash met 300 km/u.

Daarom moest ik een diepe zucht slaken toen de GP van Canada vandaag achter de safety car van start ging. Dat had al een vrij hoog mietjesgehalte, maar de beslissing om de race meer dan een uur stil te leggen, totdat de baan al droge plekken begon te vertonen, had daar nog veel meer van weg. Moeten de beste coureurs ter wereld stoppen zodra het écht moeilijk voor ze wordt?

In de jaren zestig was seks nog veilig en autosport nog serieus gevaarlijk. Jaarlijks vielen onze helden bij bosjes. Wie om die reden naar die tijd terugverlangt, moet zich laten nakijken. Maar het feit blijft dat het gevaar de coureurs eerlijk hield – uit lijfsbehoud. Tegelijk gingen ze wel de baan op als de startvlag zou gaan vallen, hoe de omstandigheden ook waren. Drievoudig wereldkampioen Jackie Stewart vocht zijn hele carrière terecht voor betere veiligheidsvoorzieningen, maar circuits die zelfs hem angst inboezemden, zoals het oude Spa en de oude Nürburgring, weerhielden hem er niet van om in de auto te stappen. Hij was de ultieme professional en hij leefde voor de sport.

In 1968 won hij de GP van Duitsland. Niet zomaar, maar in een race waarin het eindeloos goot van de regen. Met banden waarin de Tyrrell-monteurs met de hand extra profiel hadden gesneden, reed hij naar een overwinning die de geschiedenis zou ingaan als de GP-zege met de grootste voorsprong op de nummer twee: vier minuten. Zelfs Damon Hill, die na de veldslag in de Australische GP van 1995 met twee volle ronden voorsprong op Panis en Morbidelli won, wist niet zo’n marge te creëren. Stewart had het lef en de vaardigheden, de rest had het nakijken.

De losjes geveerde auto’s van toen lagen natuurlijk veel hoger dan de buikschuivers van nu. Maar in de meeste andere opzichten zijn de huidige wagens veel veiliger. Moeten we niet toch weer iets meer risico op schade lopen? Moeten we niet gewoon brullen met die spullen?

Oorspronkelijk verschenen op Driving-fun.com.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.