Het geheim van het zwarte goud
Elke auto is met vier minieme contactvlakjes verbonden met het asfalt. Het belang van het juiste rubber spreekt daardoor bijna vanzelf, zelfs voor F1-auto’s, ook al halen die een groot deel van hun grip uit downforce. Dit jaar spelen banden zelfs een cruciale rol, vooral nu Pirelli zo’n typische collectie compounds ter beschikking heeft gesteld. Alleen de Pirelli’s kunnen de grillige wedstrijd van Maleisië en de contrasten met 2011 én Australië verklaren.
‘Terug naar de agressieve aanpak van begin 2011’, zo formuleerde Pirelli zijn missie voor 2012. Dat leek een juiste beslissing, want de opening van het vorige F1-seizoen was spectaculairder dan ooit, met een recordaantal inhaalacties, waarvan het gros niet eens op de nieuwe vinding DRS (de ‘bewegende achtervleugel’) kon worden geschreven. In de tweede helft van het seizoen nam dat spektakel af, doordat Pirelli met de inmiddels opgebouwde kennis conservatiever werd. Het seizoen 2011, aan het slot toch al niet geholpen door het dominante optreden van Sebastian Vettel en Red Bull, doofde daardoor als een nachtkaars uit.
Dat moest anders in 2012. Enerzijds reduceerde Pirelli het verschil tussen de diverse rubbersamenstellingen (geen sprongen van anderhalve seconde meer), anderzijds wilden de Italianen het bijna onmogelijk maken om met één pitstop de race uit te rijden. De teams zagen al snel in hoe belangrijk het om die reden was om hun auto zich goed te laten gedragen op zelfs het zachtste setje banden. Een groot deel van de aandacht tijdens de collectieve tests op Jérez en Barcelona ging dan ook uit naar de wisselwerking tussen auto en band. Hoe lang kon een auto op één setje blijven rijden en, nog belangrijker, hoe groot was het verval tussen de snelste en de langzaamste rondetijd op dat setje?
Duidelijk patroon
Uit die tests kwam een vrij duidelijk patroon naar voren: Red Bull en McLaren hadden hun zaakjes het beste voor elkaar, rivalen Ferrari en Mercedes hadden een probleem. De nieuwe Ferrari was maar niet op gang te krijgen, wat sommigen deed vermoeden dat de volledig nieuw ontworpen F2012 aan hetzelfde euvel leed als zijn voorganger, de 150 Italia: té aardig voor de banden, met name de harde compounds, zodat het te lang duurde om ze op temperatuur te krijgen. Bij Mercedes speelde juist het omgekeerde probleem: de W03 was bloedsnel over één rondje, mede dankzij de slimme F-Duct-achtige aero-vinding die vooral in de kwalificatie voordeel kon bieden, maar het verval tijdens langere runs was te groot.
In de eerste twee races van 2012 werd die algemene trend bevestigd, maar tegelijk kon hij sterk worden genuanceerd. Want eenmaal in Melbourne en Sepang aangekomen kregen de teams ook met een ander factor te maken, die tijdens het eenzijdige testen in een winters Spanje bij lang niet iedereen aan het licht was gekomen: de omgevingstemperatuur.
Het hele achtergrondartikel lezen? Kijk verder op Driving-fun.com.
