De ander z’n brood
Met de Paasraces voor de deur is het hoog tijd om een blik te werpen op het Nederlandse autosportseizoen 2012. Merkt de Nederlandse racewereld iets van de crisis? Aan de vernieuwing te zien die links en rechts wordt doorgevoerd, zou je zeggen van niet. Of profiteren sommige klassen van de pech van andere? Hoe het ook zij, DF zet de vaderlandse kampioenschappen op een rij.
Welke vernieuwing dan? Kijk alleen al naar de twee grote nationale kampioenschappen: allebei veranderen ze hun naam, allebei krijgen ze te maken met nieuw geld. De HTC Dutch GT4 Cup heet voortaan het Dutch GT Championship en wordt de komende drie jaar gesponsord door verzekeraar HDI-Gerling. De Dutch Supercar Challenge gaat vanaf dit jaar door het leven als de Supercar Challenge powered by Dunlop en krijgt te maken met een verse toestroom van buitenlandse deelnemers.
Ook in het Dutch Power Pack, de DNRT en de Autosport Competitie Noord-Nederland, die elk een hele reeks lokale kampioenschappen verpakken in handige pakketten, zien we allerlei nieuws. Aan de Zandvoortse kant komt het DPP met het Dutch Production Open, een vrije raceklasse voor toerwagens die in de plaats komt van de Toerwagen Diesel Cup. De DNRT lanceerde intussen de Saker Sportscar Challenge (al van start, met onder meer DF’s Laurens de Wit) en voegde ook de Vrije Formule Klasse aan zijn drukke programma toe. De op Assen gestationeerde ACNN komt met het DTC, dat vanzelfsprekend niet staat voor Danish Touringcar Championship (twee jaar geleden immers gefuseerd met de STCC). Nee, de letter D staat voor Drents! Het DTC deelt het komend jaar de agenda met de al bestaande Aprisco Cup – waarin ook diverse DF’ers actief zijn – en de PTC Cup.
Op grond daarvan zou je zeggen dat de vaderlandse racewereld groeit en bloeit, tussen het onkruid door dat wordt gezaaid door de crisis. Tot op zekere hoogte is dat ook zo, maar een beetje creativiteit en de een z’n dood dragen evenzeer bij aan de behoorlijk gezonde startvelden die we hier en daar mogen begroeten.
Enig overgebleven GT4-kampioenschap
Zo is het Dutch GT Championship het enig overgebleven kampioenschap in Europa voor GT4-auto’s. De FIA GT4 European Cup werd geschrapt, terwijl de nationale GT-kampioenschappen in omliggende landen zich puur op GT3 zijn gaan richten, net als de bloeiende Blancpain Endurance Series. Kortom, waar anders moet je heen met je GT4-auto?
Zo bezien valt het eigenlijk nog een tikje tegen hoeveel auto’s er op het Nederlandse kampioenschap afkomen. Maar ook al kunnen we over de breedte van het DGT nog geen loftrompet afsteken, aan diepte heeft het veld niet ingeboet, integendeel. De equipe van de kampioensauto van 2011 – de BMW M3 van Ricardo van der Ende en Duncan Huisman – is opgesplitst nu Huisman heeft gekozen voor het Camaro-avontuur van de familie Braams en hun Las Moras Racing Team. Kampioen Van der Ende blijft bij Ekris BMW en krijgt Nick Catsburg – ook actief op het DF-forum – als teamgenoot.
Nick had er alle vertrouwen in, zo meldde hij ons gisteren tijdens de presentatie van het autosportseizoen van BMW Nederland. De anderhalve ton wegende M3 GT4 was wel even wennen in vergelijking met de GT4 waarin hij al diverse gastoptredens achter de rug had: de 700 kg wegende Ginetta G50. Dat beaamde ook zijn nieuwe teamgenoot, die met DF’s André de Vries ervaringen uitwisselde over de – volgens André – nogal zwalkende M3 in vergelijking met de soms totaal afwijkende concurrentie in dezelfde klasse.
De auto’s mochten dan wel worden gelijkgetrokken via een Balance of Performance (waar ook wel wat op valt af te dingen), maar een Ginetta gaat natuurlijk heel anders met zijn banden om dan een BMW, terwijl een Corvette op de rechte stukken niet is bij te houden, zo memoreerde Ricardo. Over die BoP gesproken: Ricardo en Nick namen alvast gas terug ten opzichte van de hoge verwachtingen. In de woorden van Van der Ende: “Het wordt nog moeilijker om mijn titel te verdedigen dan het was om ‘m in 2011 te behalen.”
De rest van de voorbeschouwing lezen en alle kalenders bekijken? Kijk verder op Driving-fun.com.
