Een weekend GP2

GP2-logo

Old school F1

Duur, oninteressant en nauwelijks een kweekvijver: de vooroordelen liegen er niet om. Maar GP2 biedt ook meer dan eens het echte racen dat de Formule 1 ooit bood én heeft elk raceweekend de kleine paddocksfeer die de Formule 1 ooit had. En dan doen er ook nog twee Nederlanders mee. DF deed op Hockenheim een weekend GP2. We spraken met Giedo van der Garde, Nigel Melker en andere prominente figuren uit de opstapklasse van de F1.

Om maar met de vooroordelen te beginnen: hoezo geen kweekvijver? Op de te oude Giorgio Pantano na heeft elke GP2-kampioen tot nu toe de F1 bereikt – en allemaal met serieuze resultaten. Kijk maar naar de Nico’s Rosberg en Hülkenberg, Pastor Maldonado, Timo Glock en natuurlijk Lewis Hamilton. Wie is in de F1 feitelijk dé verrassing van dit seizoen? Regerend GP2-kampioen Romain Grosjean. Ook Kobayashi, Pérez, Senna, Petrov en Pic komen voort uit de GP2.

En de Formule Renault 3.5 dan? Die leverde toch Vettel en Kubica? En zien we daar niet onze landgenoot Robin Frijns schitteren? Dat is zeker waar – en dit jaar is het veld van de FR3.5 sterker dan ooit, mede dankzij de komst van ex-GP2-coureurs als Jules Bianchi en Sam Bird, die zichzelf scherp willen houden naast hun verplichtingen als F1-tester voor respectievelijk Force India en Mercedes. Maar de rest van de promovendi – inclusief Vettel – kwam exclusief voort uit het Red Bull-programma, alleen omdat de Oostenrijkers er het geld niet voor overhebben om hun junioren een jaar GP2 te laten doen.

Het F1 van de jaren zeventig

Ah, dus toch geld! Ja, het is waar, GP2 kent dit jaar meer pay drivers dan ooit. Sommige jongens hebben eigenlijk op dit niveau niets te zoeken en hebben hun plaats gekocht met hulp van exotische oliedollars. Maar iedere coureur in de GP2 moet geld meebrengen, wat al te zien is aan de grote hoeveelheid individuele sponsorstickers op de auto’s.

Waarvoor dan? Dat vraag je je af als je het rennerskwartier binnenwandelt. Naast de uitvouwpaleizen in het aangrenzende F1-paddock doe je in het GP2-paddock tien stappen naar beneden. Elk team werkt vanuit de klassieke opstelling: één truck met luifel. Wat glimmende panelen met de sponsorlogo’s erop maken het tafereel 21e-eeuws, maar verder oogt het zo old school als wat. Die gezelligheid verleidt menig oudgediende zoals Pastor Maldonado ertoe om tijdens een GP-weekend even te buurten bij hun oude bekenden.

“Het voelt een beetje als de Formule 1 van de jaren zeventig”, zegt David Cameron, oud-verslaggever van autosport.com en tegenwoordig assistent-persfunctionaris van de GP2. We kennen elkaar nog uit de tijd dat autosport.com AtlasF1 heette. “Hierom hou ik van de sport”, glimt de rossige Brit. Hij is een liefhebber, net als ik, met doordeweeks een normale baan in de City van Londen. Speciaal hiervoor stapt hij tien weekenden per jaar uit die financiële mallemolen, om hier te relaxen, te midden van ’s werelds snelste sport.

“Iedereen kent elkaar, iedereen is ook benaderbaar, zoals je vroeger nog op Niki Lauda of Mario Andretti kon afstappen voor een handtekening.” Of voor een interview. Afspraak maken? Helemaal niet nodig. Op donderdagmiddag zie ik Giedo van der Garde naast de Caterham-vrachtwagen in gesprek. Vijf minuten later praten we met elkaar in diezelfde vrachtwagen. Op Nigel Melker stap ik vrijdagmiddag af, nadat hij net de vierde tijd in de kwalificatiesessie heeft gezet. Grappig: hij kent me al van Facebook, zegt hij meteen. Zo gaan die dingen tegenwoordig. ’s Avonds zit ik aan het diner met Fabio Leimer, de jonge Zwitser die voor Racing Engineering rijdt. Ook hij praat honderduit over de dingen die hem bezighouden.

Verder lezen? Kijk dan op Driving-fun.com voor de hele reportage.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.