Eén groot openluchtfeest
Glamour girls, retro-outfits, de mooiste auto’s uit het coolste tijdperk in de autogeschiedenis, die bovendien racen op het scherp van de snede. Dát is de Goodwood Revival. Het jaarlijkse hoogtepunt in de historische autosport staat weer voor de deur.
Ieder jaar weer verlaten de inmiddels meer dan honderddertigduizend bezoekers op zondagmiddag voor het laatst de parkeerterreinen rondom het Goodwood Motor Circuit met maar één conclusie: dit was de mooiste Revival tot nu toe. Maar na die juichende constatering horen ze diep van binnen een zacht twijfelend stemmetje. ‘Kan het nóg beter?’ Waarna ze moeten concluderen dat zoiets menselijk onmogelijk is. Mooier dan dit kan het niet worden.
Ze zouden beter moeten weten, want die twijfel bleek een jaar eerder ook al onterecht. Want elke keer krijgt Charles March het toch voor elkaar: iedere Circuit Revival Meeting, zoals het evenement officieel heet, is weer beter dan de vorige. De kleinzoon van de oprichter van het circuit – in adellijke kringen bekend als de Earl of March and Kinrara, zoon van de huidige Duke of Richmond en ver familielid van prinses Diana – liet met het Festival of Speed al blijken een zeer goede neus te hebben voor smaakvol verpakte commercie op basis van de erfenis van zijn hertogelijke grootvader Freddie. Daar gaat de Earl sinds het begin van deze eeuw nog eens ruim overheen met de Revival, die in tien jaar tijd is uitgegroeid tot het kroonjuweel van de historische autosport.
Strak bewaakte formule
De redenen zijn duidelijk: de geniale keuze om het oude circuit van Goodwood – gesloten sinds 1966 – te restaureren in de vorm zoals het destijds werd achtergelaten, en vervolgens de beslissing om een evenement te creëren dat eruitziet alsof het alleen had kunnen plaatsvinden ergens tussen 1948 en 1966, de jaren waarin het circuit geopend was. Pacecars, reddingsvoertuigen, etenskraampjes, winkeltjes, kortom, de hele entourage, tot en met de kleding van de deelnemers, monteurs, officials en bezoekers aan toe – alles ademt de fifties en de sixties.
En zelfs een beetje forties, want het circuit was in de Tweede Wereldoorlog de rondweg om een RAF-basis voor Spitfires, waarover de piloten in hun vrije tijd races hielden in hun MG’s en Rileys. Er zijn daarom ook volop oorlogsvliegtuigen aanwezig. Vliegshows zijn zelfs een vast onderdeel van het programma. Om die reden mag je je ook verkleden als piloot, soldaat of milva. Maar wat je ook aantrekt, een monteursoverall of het vale pak van een shabby bookmaker, je waant je drie dagen in een andere wereld – of vier dagen, als je tot de geprivilegieerden behoort die op donderdagmiddag de cricket match tussen de coureurs mogen meemaken, een knus samenzijn op het strakgemaaide gazon voor Goodwood House, waar in juli nog het Festival of Speed plaatsvond, afgesloten met een fly-by van twee laag overscherende Spitfires.
En het derde succesingrediënt? Het team van de Earl bewaakt zijn formule met strakke hand en zet elk jaar een organisatie op touw met een Gründlichkeit die bijna Duits is. Maar dan wel op zo’n onmerkbare, natuurlijke manier dat het voor iedereen de gewoonste zaak van de wereld is dat het leven voor even alleen maar over rozen gaat. Daarom voelt de Revival aan als één groot openluchtfeest.
Zorgvuldig gekozen smaakversterkers
En waarom is elke Revival dan toch weer beter dan die van vorig jaar? Omdat de organisatie die streng bewaakte formule telkens uitbreidt met zorgvuldig gekozen toevoegingen en smaakversterkers. Bekijk de foto’s van vorig jaar maar. Of zie de met lichtlekkende sixties-spiegelreflex genomen kiekjes hiernaast, die ik in 2011 nam. Dat krijg je dit jaar allemaal weer, maar tel er dan het volgende bij op: een langeafstandsrace de avond in, met rijderswissel, en een fraai georkestreerd duel tussen de Silberpfeile van Mercedes en Auto Union, op racesnelheid.
Daarnaast zijn er variaties op bekende thema’s. De ‘merkenrace’ – vorig jaar tussen E-types – gaat deze keer tussen Cobra’s. Verder wordt dit jaar na grootheden als Jackie Stewart en Stirling Moss de legendarische ‘All American Racer’ Dan Gurney in het zonnetje gezet met een parade van zijn mooiste raceauto’s, waaronder Eagles uit zijn eigen stal. En er zijn altijd sterren die voor de eerste keer hun opwachting maken. Wat dacht je van Jean Alesi in een Ferrari 250 GTO?
Met de avondrace en de wedstrijd tussen de vooroorlogse Duitse GP-giganten wordt het vooraf nog moeilijk kiezen wat achteraf het hoogtepunt zal blijken. Die reünie van Silberpfeile is in ieder geval nog nooit vertoond. Naast de Brooklands Trophy voor vooroorlogse sportwagens zijn ze de enige uitzondering die Goodwood maakt op de stelregel ‘alleen auto’s uit het tijdperk 1948-‘66’, puur omdat er op de half afgebroken oval van Brooklands – die andere Britse tempel van de autosport van vroeger – niet meer te racen valt.
En ook al raceten de Mercedessen en Auto Union destijds alleen op Donington Park, alleen een organisatie met de klasse van die van Goodwood kon het voor elkaar krijgen om Mercedes en Audi over de streep te trekken en er meer van te maken dan een demo. Want voor het eerst komen de zilverpijlen van beide merken in grote aantallen tegelijk het circuit op – én voor het eerst zullen ze op racesnelheid worden gedemonstreerd, in plaats van met het laffe tempo waarmee de Duitsers deze unieke auto’s en hun prachtigste replica’s tot nu toe aan het publiek toonden. Een échte race was net een stap te ver, maar de organisatie heeft laten weten dat er heuse scenarioschrijvers aan te pas zijn gekomen om een racescript te schrijven dat als ‘net echt’ zal overkomen. Het lijkt voorwaar de moderne F1 wel…
De avondrace belooft minstens zo veel. Vier jaar geleden deed de Revival ook al zoiets op zaterdag. Nu wordt de vrijdag (normaal gesproken een lome kwalificatiedag) afgesloten met een race van 90 minuten in de geest van de Goodwood Nine Hours zoals die in de jaren vijftig werd verreden. Sportauto’s als de Aston Martin DB3, Cunningham C4R, Healey 100S, Frazer Nash Le Mans Replica, Ferrari 750 Monza, Lancia D24 en Jaguar C-type racen dan de schemering in, compleet met rijderswissel. Dat belooft een waar spektakel te worden.
Bescheiden Nederlandse delegatie
Er is ook een bescheiden Nederlandse delegatie aanwezig op de Revival. David Hart komt met een van zijn Cobra’s over voor de Shelby Trophy, de ‘merkenrace’ voor AC’s raspaardje, en neemt Tom Coronel mee, die op de Historic GP van Zandvoort alvast mocht oefenen. De fraaie Ferrari 250 Drogo, het gedeelde bezit van Hart en Hans Hugenholtz, doet mee aan de TT Celebration, de éénuursrace met rijderswissel voor dikke GT’s uit 1960-’64, waarbij oud-Indycar-ster Danny Sullivan halverwege het stuur overneemt van Hugenholtz.
Er zijn ook Nederlandse teameigenaren, zoals Jan Willem van Es van Flying A Racing. Jan brengt in de toerwagenraces voor de St. Mary Trophy twee Austins op de baan, waarin Martin Brundle en Rob Huff zullen schitteren. Olav Glasius brengt zijn Bugatti T54 mee naar de Goodwood Trophy voor GP-auto’s tot 1950.
En de rest van de deelnemers? Dat zijn de ‘usual suspects’ uit de diverse historische raceklassen van Groot-Brittannië en het vasteland van Europa, aangevuld met vele grote namen uit de autosport. Want ook dat maakt de Revival tot een topevenement: waar zie je nog meer Derek Bell, Jochen Mass, Derek Daly, Arturo Merzario, Jackie Oliver, Richard Attwood, Vern Schuppan, Brian Redman, Kenny Bräck, Andy Wallace, Martin Donnelly, Nicolas Minassian, Adrian Newey, Christian Horner, Matt Neal en zelfs Rowan Atkinson samen op één circuit?
Deze voorbeschouwing verscheen oorspronkelijk op Driving-fun.com. Daar vind je ook de rest van de retrofoto’s.
