F1 2012: het eindrapport

F1 class of 2012

Alonso’s jaar, Vettels comeback

In een jaar waarin Sebastian Vettel opnieuw records brak – de jongste drievoudig wereldkampioen én de jongste die dat drie keer op rij deed – was zijn rivaal de man van het jaar. Fernando Alonso bleef opnieuw de tweevoudig kampioen van 2005-’06 (ja, zo lang geleden is het alweer), terwijl hij eigenlijk de beste van het seizoen was. Maar misschien hoort dat ook wel bij dit maffe seizoen dat pas aan het einde een beetje normaal werd, waarna de afsluiting toch weer in stijl was, met een Braziliaanse tombola.

Acht verschillende winnaars, onder wie – of all people – Pastor Maldonado. Kansloze teams die opeens in de toptien kwalificeren. Middenmoters die het podium halen maar de race erna roemloos in de achterhoede eindigen. De onvoorspelbaarheid van het seizoen 2012 kende bijna geen grenzen. Alleen de B-divisie van Caterham, Marussia en HRT bleef de B-divisie, dat was voor de bookmakers de enige garantie tijdens alle 20 races.

Zo maakten we races mee waarbij we soms niet wisten waar we moesten kijken. Ja, dat gebeurde dit jaar allemaal, wat voor de terugblikkende liefhebber toch weer even omschakelen is. De normaliteit keerde in het najaar immers voor even terug. Sebastian Vettel won vier races op rij en een tijdje leek Red Bull de oude vertrouwde zekerheid voor de pole. Maar zelfs het wonderteam uit Milton Keynes hield dat niet vol: McLaren bleek in de laatste races toch weer net zo snel, zo niet sneller. Goed, de races werden af en toe ietsje saaier, maar dat had vooral te maken met de conservatieve bandenkeuze van Pirelli en de gewenning van de teams eraan, waardoor éénstopstrategieën interessant werden. Over het hele seizoen genomen was het merendeel van de wedstrijden pakkend van begin tot einde. Als de strijd niet aan de kop plaatsvond, dan bood het middenveld in ieder geval altijd volop actie.

In ons vorig jaaroverzicht vroegen we ons af of 2012 de optelsom zou bieden van 2010 en 2011. 2010 bracht de grootste WK-spanning aller tijden, 2011 de spannendste races en meeste inhaalacties in tijden. Op hetzelfde voorbehoud na dat we vorig jaar al maakten – de toenemende voorzichtigheid van de Italiaanse bandenleverancier – kunnen we die vraag volmondig met ja beantwoorden. De topvijf van 2010 werd zelfs een topzes dankzij de komst van Kimi Räikkönen. En al vielen de meeste titelkandidaten sneller af dan in 2010, de apotheose van het seizoen voltrok zich opnieuw in de laatste race. De waanzinnige races van 2011 zagen we dit jaar bovendien opnieuw veelvuldig, waarbij het verloop soms nog bizarder verliep doordat Lotus en Mercedes en zelfs Sauber, Williams en Force India zich bij tijd en wijle aan de kop meldden.

We kunnen hooguit zeggen dat de eerste helft van het jaar wat té onvoorspelbaar was. Maar dan nog: de banden zijn voor iedereen hetzelfde. Als een team er op het ene circuit beter mee uit de voeten komt dan op het andere, then so be it. Idem voor DRS en KERS: iedereen heeft dezelfde mogelijkheden, iedereen kan er gebruik van maken. Dat we intussen op het puntje van onze stoel zitten, is dan toch mooi meegenomen? O wacht, laten we toch nog iets noteren om lekker op te mopperen: de FIA die de nieuwe regels voor de zijwaartse crashbeveiliging zo formuleerde dat bijna elk team met een wanstaltig voertuig op de proppen kwam, getooid met neuzen die in de dierentuin niet zouden misstaan tussen de vogelbekdieren. Gelukkig wordt die faux pas voor 2013 rechtgezet.

Het seizoen culmineerde intussen in een tweestrijd tussen de twee compleetste coureurs van dit moment. De onvermoeibaar strijdende Fernando Alonso was een voorbeeld voor iedereen, vooral op zondagen. Over heel 2012 gezien was de Spanjaard duidelijk de man van het jaar. Maar Sebastian Vettel leerde omgaan met tegenslag en kwam sterker dan ooit terug. In Brazilië zagen we hem vechten tot het laatste moment, in een auto die bijna uit elkaar viel: het was een prestatie die aantoonde dat de Duitser veel meer is dan een verwend jochie met de luxe van de beste auto. Beiden hadden de titel volop verdiend.

Ene Lewis Hamilton – in ieder geval de snélste coureur van dit moment – had zich bij dat tweetal moeten voegen, maar zijn team liet hem in de steek. Daardoor kon Kimi Räikkönen in zijn comebackjaar de Oscar voor beste bijrol voor zichzelf opeisen. En dat is nog maar een van de vele verhalen die het seizoen 2012 opleverde. Hieronder de rest.

Red Bull

9

Het team uit Milton Keynes veroverde uiteindelijk vrij eenvoudig zijn derde constructeurstitel op rij. Het kreeg in het begin van het seizoen de RB8 moeilijk op gang en had daarna vooral te stellen met de gammele dynamo’s van een Renault-toeleverancier, maar met Vettel en Webber had het twee constant presterende coureurs in huis, die zelden voor een inhaalrace stonden door een belabberde kwalificatie. We hoeven maar met een schuin oog naar Button en Massa te kijken om te begrijpen waarom Red Bull de titel wel moest winnen. In het najaar zorgde een briljante update van Adrian Newey & co bovendien voor de push die het team in beide kampioenschappen nodig had.

Sebastian Vettel

9

Mark Webber

7

Vettel-critici maken zich er te makkelijk van af door te beweren dat hij wint vanwege de beste auto. Dat kan, maar wat doet Mark Webber er dan mee? Grote delen van het seizoen was bovendien de Red Bull niet de beste auto, maar de McLaren. De jonge titelverzamelaar had ook nog vaker pech dan zijn rivaal Alonso. Ons beeld van ‘SebVet’ wordt vooral bepaald door die eenvoudige – dus saaie – overwinningen vanaf de kop en dat vingertje na afloop, maar strijden om elke meter kan hij ook. Dat bewees Vettel vorig jaar op Monza en dit jaar uiteraard vooral in Brazilië, toen het moest. Aan het begin van het seizoen moest hij zichtbaar wennen aan het feit dat alles niet meer zo gemakkelijk ging als in 2011, maar ook daar steeg hij bovenuit. Zijn titel was traditioneel op zijn sterke kwalificaties gebouwd en vervolgens op het maximaliseren van zijn kansen op zeges, terwijl hij het naliet om in verloren positie de domme dingen uit 2010 te doen.

Mark Webber eindigde als zesde in het kampioenschap, flink wat treetjes lager dan in 2011. Vorig jaar was al niet geweldig, dit jaar evenmin. Net als in voorgaande jaren weet de Australiër in het midden van het seizoen te pieken – precies rond de tijd van de contractverlenging – waarna teamgenoot Vettel na diens traditionele zomerflauwte het initiatief weer grijpt. Webber is een zekere nummer twee en in die zin is het begrijpelijk dat Red Bull de keuze voor een junior weer een jaar heeft uitgesteld. Maar aanspraak maken op een gedeeld leiderschap – zoals hij in 2010 nog deed – zat er voor Webbo weer niet in.

McLaren

Misschien verdiende McLaren nog wel minder dan een ruim zesje, omdat het zó te stellen had met onbetrouwbaarheid dat het beide coureurs geen kans gaf om voor de titel te strijden. Tegelijk bouwde het team wel een auto die niet alleen de mooiste was van het veld was, maar vaak ook de snelste. In een veld waarin ook een auto van Adrian Newey aantreedt, is dat een prestatie op zichzelf. Daar staat tegenover dat het eigenlijk beschamend is dat McLaren met zo’n auto achter Ferrari in het constructeurskampioenschap weet te eindigen. Voor 2013 zal het team uit Woking zich flink moeten verbeteren, want het ziet kwalificatiebeest Hamilton vertrekken. Met Button en Pérez heeft McLaren straks twee coureurs in huis die niet gauw om de pole zullen strijden.

Lewis Hamilton

8

Jenson Button

7

Lewis Hamilton revancheerde zich grotendeels voor een mislukt seizoen 2011, maar hij werd daarbij niet bepaald geholpen door zijn team. De Brit was de grote pechvogel van 2012 en maakte net als zijn teamgenoot veel te vroeg geen kans meer op de titel, ondanks een recordaantal van zeven poles. De relatie met McLaren, die in 2011 toch al niet gelukkig was, kwam daardoor verder onder druk te staan. Toen Mercedes de vrijheid bood die Hamilton zo graag zoekt, was hij zo weg – en het gekke was dat we het niet eens raar vonden. Onbegrijpelijk, dat wel. Hopelijk weet Ross Brawn focus tot stand te brengen bij het talent met de grootste stemmingswisselingen. Een goede auto zou daarbij helpen – hetgeen Brawn ondanks zijn vermaarde people management meteen op achterstand zet.

Jenson Button klemde zijn seizoen tussen twee boekensteunen. Hij opende het seizoen als de toekomstig wereldkampioen van 2012, zakte daarna diep weg en eindigde sterk en strijdbaar in Brazilië. Ergens in het midden was hij opeens grandioos op Spa. Het was weer zo’n seizoen dat oud-McLaren-coureur David Coulthard ook zo vaak reed – af en toe briljant en ongenaakbaar, vaak ook onherkenbaar en onbegrijpelijk falend. Bij de Schot hadden we daardoor nooit het idee dat hij echt kampioensmateriaal was, bij Button hebben de meeste mensen dat nog steeds wel. Maar zolang de Brit zijn kwalificatievorm niet weet op te krikken, moeten we hen toch ongelijk geven. Volgend jaar moet hij het team leiden, zonder Lewis Hamilton als comfortabele bliksemafleider. Als McLaren hem geen auto geeft zoals de Brawn van 2009, moeten we het ergste vrezen.

Ferrari

8

Voor de zoveelste keer gaf Ferrari Fernando Alonso niet de auto die hij verdient. Aan het begin van het seizoen leek het er zelfs op dat de Italianen een ware zeperd hadden gebakken met de lelijkste Ferrari sinds jaren, die meer weghad van een Lego-auto dan van de strijdwagen van een kampioen. Maar tegelijk mag Ferrari worden bewierrookt voor het feit dat het net als zijn topcoureur niet opgaf. De F2012 werd steeds sterker en pakte halverwege het seizoen zelfs twee poles. De meeste tijd liepen de rode auto’s echter achter de feiten aan. Dat Ferrari alsnog wist op te klimmen van de vierde naar de tweede plaats in het constructeurskampioenschap, is daarom des te wonderbaarlijker.

Fernando Alonso

10

Felipe Massa

5

Op het seizoen van Fernando Alonso valt eigenlijk niets aan te merken. Het is dan ook het beste uit zijn carrière, beter dan zijn twee kampioensjaren. Hij finishte constant hoger dan zijn magere kwalificatieposities, gaf elke ronde 110% en bleef er tot op het laatst in geloven. Bovendien bediende hij zich het hele jaar niet van dubieuze manoeuvres. Ferrari zelf schrijft het succes ruimhartig toe aan de man uit Oviedo zelf, maar zo slecht als de auto in de eerste race was, was hij daarna natuurlijk niet meer. Dan zouden we Alonso zelfs een 11 voor dit jaar moeten geven. Maar de beste auto van het veld had Ferrari misschien alleen op Hockenheim – en zelfs dat is twijfelachtig. Om dan op slechts drie punten het kampioenschap te moeten missen is dan extra zuur, maar tegelijk uiterst bewonderenswaardig.

Massa’s sterke seizoenseinde heeft ons een beetje de blik ontnomen op de rest van het seizoen, omdat de plotselinge puntenbijdrage van de Braziliaan Ferrari ook nog eens voorbij McLaren hielp in de strijd om de constructeurstitel. Maar laten we wel wezen, voor een Ferrari-coureur was het seizoen 2012 van Massa zwaar ondermaats. Het is puur Ferrari’s conservatisme dat Felipe aan boord houdt. Ieder andere coureur van de teams uit het middenveld – tot aan Nico Hülkenberg en Paul di Resta aan toe, in Massa’s donkerste dagen beiden gepolst als opvolger – had het in 2013 zonder enig risico minstens net zo goed gedaan. Leuk voor Felipe, maar jammer dat Ferrari zelfs zo’n risicoloze gok niet aandurft.

Mercedes

6

Het was een seizoen van uitersten voor Mercedes. Het waren dezelfde auto’s die in China domineerden om vervolgens in de herfst zes races achter elkaar geen punten te halen. Wat aan het begin van het jaar nog een doorbraak leek – eindelijk die overwinning – eindigde in een reeks uitermate genante vertoningen die deed denken aan de tijd dat het team nog de naam Honda droeg. Die overwinning zal het team nog net genoeg voldoening schenken, maar voor de rest was het huilen met de pet op. In Brackley mochten ze nog van geluk spreken dat het seizoen van Sauber ook als een nachtkaars uitging, want anders was die vijfde plaats in het constructeurskampioenschap ook nog verloren gegaan. Wat overigens geheel verdiend zou zijn geweest.

Michael Schumacher

6

Nico Rosberg

7

Noemden we Lewis Hamilton de pechvogel van het seizoen? Correctie! Dat was natuurlijk Michael Schumacher. De veteraan rijgde uitvalbeurt aan uitvalbeurt en zag zo de golf van zijn veelbelovende seizoenstart wegebben. Even leek hij het lek boven te hebben en Rosberg tegenstand te kunnen bieden, maar het was zijn jonge landgenoot die uiteindelijk met die ene zege aan de haal ging. In de kwalificatie kreeg de oude meester het tempo er intussen steeds minder in. Net gek dus dat de motivatie bij Schumacher opnieuw inzakte. Toen Mercedes niet langer op hem kon wachten, hakte Lewis Hamilton de knoop voor hem door. Gelukkig haalde Schumi in zijn laatste race nog een paar puntjes, maar zijn laatste seizoen – en eigenlijk alle drie comebackseizoenen – mogen we gerust als mislukt beschouwen.

En zo bleef Nico Rosberg het enigma dat hij zijn hele F1-carrière al is. Deed hij het nu goed tegen Schumacher – en aan het prille begin van het seizoen ook dat niet – of was de oude vos gewoon geen schim meer van zichzelf? De manier waarop Rosberg in China won, was overtuigend, dat zeker, maar daarna was er weer geen peil op te trekken. Meestentijds leed hij onder Pirelli’s die op de lange duur gewoon niet overweg konden met de Mercedes, soms hielden de banden het wel vol en deed Nico meteen vooraan mee. 2013 wordt daarom het jaar van de waarheid. Als Rosberg zich in de kwalificatie staande weet te houden tegen Lewis Hamilton, weten we eindelijk uit welk hout de zoon van Keke is gesneden.

Lotus

9

Het team van Lotus verrichte wonderen met de E20 en reeg met een compleet nieuwe bemanning zijn beste seizoen sinds 2006 aan elkaar. Niemand die daarop had gerekend, maar niemand die het de mannen uit Enstone misgunde. Het was een opmerkelijke prestatie van een team waarvan de eigenaren (Genii Capital) jarenlang hadden gevochten om de naam Lotus, om vervolgens van de nieuwe Lotus-eigenaren (DRB Hicom) te horen te krijgen dat er geen cent meer is voor enige sponsoring. Luchtkastelenbouwer Dany Bahar – de kwade genius achter het grootschalige autosportplan van Lotus – was bovendien op een zijspoor gezet. Het team liet zich er niet door van de wijs brengen en kan volgend jaar gewoon doorgaan dankzij de steun van Coca-Cola. Dat lanceert via de F1 zijn energiedrank Burn, zodat de teamnaam iets van ‘Burn Lotus F1’ wordt. We vinden het geen prettige aanbeveling, maar het team van Toleman/Benetton/Renault/Lotus heeft geleerd om zich van namen niets aan te trekken. Die ‘E’ in E20 was dan ook helemaal voor Enstone zelf en daarom is het mooi dat juist deze auto een succes werd.

Kimi Räikkönen

9

Romain Grosjean

7

Net als Fernando Alonso was er nog iemand die het maximale uit zijn auto en zijn seizoen haalde: Kimi Räikkönen. Wie daar vooraf geld op had ingezet, is nu een rijk man. Want de terugkerende Fin wist naarmate het seizoen vorderde steeds meer te verbazen. Elke keer was hij erbij. Misschien kwalificeerde hij niet altijd sneller dan zijn jachtige teamgenoot, maar aan het slot was het toch meestal Räikkönen die vóór Grosjean lag – als de Fransman tenminste nog in de race was. Natuurlijk, Kimi stond altijd bekend als ‘The Iceman’, maar dat was vooral vanwege zijn ijzige stiltes tijdens persconferenties. Op de baan stond hij eerder te boek als een luiwammes dan als de kalm denkende coureur die er altijd staat. Maar in 2012 leek het daar toch verdomd veel op. In Brazilië was Räikkönen zelfs op weg om als enige alle ronden van elke race van het seizoen te voltooien. De fout die hem een stuk over het oude circuit voerde totdat hij voor een gesloten hek kwam te staan, stelde ons gerust. Toch een mens. Het kostte hem wel die ene ronde, maar niet de derde plaats in het WK.

Na zo’n race of zeven – toen Grosjean net naar de tweede plaats in de GP van Canada was gereden en we die missers in Australië en Maleisië alweer waren vergeten – krabden we onszelf even achter de oren. Wie was nu de echte comeback-koning? Schumi, Kimi of toch Romain Grosjean? De man die het nog eens bij het team mocht proberen waar hij in 2009 faalde onder, toegegeven, de idiote omstandigheden rondom Nelsinho Piquets ‘Crashgate’, leek op dat moment de revelatie van het seizoen. Maar toen werden we weer herinnerd aan die missers aan het begin van het seizoen, hardhandig zelfs. Na zijn escapade op Spa werd Grosjean zelfs voor een race geschorst. Echt goed kwam het daarna niet meer. Laten we hopen dat hij snel het rauwe talent terugvindt waarmee hij in 2011 oppermachtig GP2-kampioen werd.

Force India

Aan het begin van het seizoen leken Sauber, Williams en zelfs Toro Rosso het middenveldkaas van het brood van Force India te hebben gegeten. Het team van de veelgeplaagde eigenaar Vijay Mallya was toch niet aan het terugzakken naar de schamele Midland-jaren als achterhoedeteam? Maar net als vorig jaar lieten de mannen uit Silverstone hun veerkracht blijken. De VJM05 bleek net als zijn voorganger de auto die van alle middenmoters het beste werd doorontwikkeld. In Brazilië herleefden zelfs oude Jordan-tijden toen Nico Hülkenberg rondenlang aan de leiding reed. De financiële problemen van Mallya blijven echter een schaduw werpen over het team, dat zijn tweede coureur voor 2013 nog altijd niet bekend heeft gemaakt. Reken op iemand met budget.

Paul di Resta

7

Nico Hülkenberg

8

Paul di Resta begon het jaar duidelijk als de leider bij het team van Force India. Met sterke prestaties in Maleisië en Bahrein solliciteerde hij nadrukkelijk naar een plaats bij een topteam. Hoe handig was het daarom dat Felipe Massa aan een nachtmerrieseizoen bezig was bij Ferrari. Al gauw werden Di Resta en teamgenoot Hülkenberg genoemd als opvolger. Helaas ging het de voormalig DTM-kampioen daarna niet meer zo gemakkelijk af. Was het de teleurstelling over het feit dat hij toch nog minstens een jaar bij Force India moet blijven? Hoe het ook zij, de vorm van Di Resta zakte in de tweede seizoenshelft behoorlijk weg. Nog één keer, in Singapore, reed de Schot een toprace, maar daarna werd hij volledig overvleugeld door Hülkenberg. Tegen zijn nieuwe teamgenoot van 2013 moet hij zijn reputatie herstellen.

Toen Nico Hülkenberg voor het eerst werd genoemd als mogelijke opvolger van Massa, vonden we dat zelfs een beetje onlogisch. Had teamgenoot Di Resta het niet beter gedaan? Al gauw bewees de Duitser het tegendeel. Vanaf zijn knappe vierde plaats op Spa was de Hulk voortdurend in beeld voor WK-punten. Zijn prestatie in de slotrace in Brazilië was subliem, zelfs met dat ene kostbare foutje. Maar of hij verstandig doet aan een overstap naar Sauber, is de vraag. Dat team is veel sleutelfiguren kwijt en zo’n auto als de C31 maakt een echte middenmoter zoals Sauber niet gauw twee keer achter elkaar. Daar staat tegenover dat de sterke seizoenseindes van Force India meestal te laat zijn voor enige zinvolle contractbesprekingen met een topteam, waarvoor de meestal uitdovende Zwitserse vlam dan minder storend is.

Sauber

8

De Zwitsers kwamen eindelijk weer eens met een topontwerp op de proppen: de C31 van Sauber bleek een auto die het op sommige circuits wel héél goed met de Pirelli’s kon vinden. Daardoor zagen we Kobayashi en vooral Pérez bij vlagen lekker vooraan meestrijden. Natuurlijk zakte Sauber aan het eind van het seizoen weer eens door het ijs en sloeg het team uit Hinwil tussendoor ook weleens de plank mis. Maar een zesde plaats in het constructeurs-WK – en bijna een vijfde – is een bovengemiddeld goede prestatie, die niet minder dan een acht verdient.

Kamui Kobayashi

7

Sergio Pérez

8

De Japanner die zo veel fans maakte met zijn banzai-inhaalacties, had een wisselvallig seizoen. Toegegeven, net zo wisselvallig als Sauber zelf en teamgenoot Pérez, maar wel met minder positieve uitschieters. Voor iemand die in zijn derde seizoen werd geacht zijn team naar voren te leiden, bracht Kamui Kobayashi gewoon te weinig, zijn fantastische races in Duitsland en Japan uitgezonderd. Of hij het verdient om daarom in 2013 aan de kant te staan? Nee, dat is weer een te zware straf voor een coureur die nog niet zo lang geleden werd beschouwd als een mogelijke nummer twee bij een topteam. Maar zo zijn nu eenmaal de wetten van de Formule 1: stilstand is achteruitgang.

Hoe diametraal daartegenover staat het toekomstperspectief van teamgenoot Sergio Pérez. De Mexicaan scoorde uiteindelijk zes puntjes meer dan Kobayashi, maar zit volgend jaar wel in een McLaren. Logisch, zeiden we halverwege het seizoen, terugdenkend aan de fabuleuze races in Maleisië en Canada, waarna ‘Checo’ het nog eens inpeperde met die tweede plaats op Monza. Zoiets presteren in een Sauber? Wat moet een jongeling nog méér doen om een kans te krijgen bij een topteam? Het bandensparende talent van Pérez, zijn bekeken raceaanpak: ze lijken bovendien naadloos aan te sluiten op de stijl van Button, zodat McLaren volgend jaar een auto voor één rijstijl hoeft te ontwikkelen. Maar het contract was nog niet getekend of we zagen opeens een onbekende kant van Pérez. De Mexicaan in hem was opgestaan: de ene na de andere wilde manoeuvre toverde hij onder zijn sombrero vandaan, alsof hij Speedy Gonzales zelve was. Hij maakte er zó’n potje van dat McLaren-teambaas Martin Whitmarsh soms zijn twijfels moet hebben, dat kan bijna niet anders. We wachten ’t maar af. Wil de ware Checo volgend jaar opstaan?

Toro Rosso

5

Tijdens de wintertests zag het er allemaal nog zo veelbelovend uit. De STR7 leek een auto waarmee Toro Rosso zich opnieuw voorin zou kunnen melden, zoals het met Buemi en vooral Alguersuari het seizoen 2011 was geëindigd. Dat zou sneu zijn voor de Zwitser en de Spanjaard die voor hun diensten werden bedankt. De nieuwe juniors Ricciardo en Vergne leken met hun neus in de boter te zijn gevallen: zij kregen wél de auto waarmee ze zich konden bewijzen als geschikte opvolgers voor Mark Webber. Het was allemaal schijn. Uiteindelijk kregen de Australiër en Fransman het net zo moeilijk als hun voorgangers. De STR7 ontbrak het aan ontwikkeling, waardoor Toro Rosso toch weer gewoon de missing link werd tussen de middenmoot en de tweede divisie. Grotendeels een seizoen om te vergeten.

Daniel Ricciardo

6

Jean-Eric Vergne

Een lastig te beoordelen seizoen werd het voor het supertalent uit Australië. Zijn halve seizoen bij HRT liet al het een en ander te raden over, maar ook in 2012 zagen we te weinig om echt van de racevaardigheden van ‘Danny Boy’ overtuigd te raken. Geregeld kwam het voor dat hij halverwege de race op indrukwekkende wijze in de punten reed, om aan het slot dan toch weer af te zakken naar een anonieme dertiende of veertiende plaats. Zes keer scoorde hij wel, twee keer meer dan teamgenoot Vergne, maar nooit reikte hij hoger dan de negende plaats. Het is logisch dat Ricciardo net als Vergne in 2013 nog een kans krijgt, maar dan moet er wel echt meer uitkomen.

Ricciardo was de junior met de meeste ervaring en meestal ook de snelste, maar Jean-Eric Vergne hengelde de meeste punten binnen. Vier keer achtste werd de Fransman, een positie die Ricciardo het hele jaar niet wist te bereiken. Dat lukte Vergne door bekeken te rijden, want van de kwalificatie moest hij het niet hebben. ‘Jeff’ was degene uit de middenmoot die het vaakst in Q1 uitviel op de gehate achttiende plaats, maar in de races leek hij daar zelden last van te hebben. Vergne was wel vaak betrokken bij ongelukjes, een ruw randje dat zeker nog enig polijsten vraagt.

Williams

7

Een beduidend beter seizoen dan vorig jaar voor Williams. Het bouwde een mooie auto, die op Barcelona zelfs de reputatie van vroegere Williams-Renaults evenaarde. Toch vragen we ons hoever het team was gekomen met twee betere coureurs. Nu versloeg de equipe uit Grove weliswaar met gemak Toro Rosso, maar kwam het niet in de buurt van Force India, laat staan Sauber. In de kwalificatie vaak wel trouwens, maar in de race wisten Maldonado en Senna het meestal niet af te maken. Hopelijk kan een talent als Valtteri Bottas volgend jaar een verschil maken, al kun je die druk niet vanaf het begin op de schouders van de jonge Fin leggen.

Pastor Maldonado

7

Bruno Senna

5

In zijn eentje zorgde Pastor Maldonado voor het onwaarschijnlijkste moment van het seizoen, in een seizoen dat toch al zo onwaarschijnlijk verliep. Dat wil zeggen, ‘moment’. Het was een moment dat een heel weekend duurde. Als een ervaren kampioen stuurde de Venezolaan zijn FW34 in Barcelona naar de overwinning – waarna het tien races duurde voordat hij opnieuw punten scoorde. Maldonado is natuurlijk een pay driver – en wat voor een, met naar verluidt 35 miljoen goede redenen voor contractverlenging, met dank aan zijn socialistische president Chavez – maar wel eentje met talent. Het is alleen een onberekenbaar talent, in een hoofd van een Zuid-Amerikaan waarin geregeld kortsluiting plaatsvindt. Hoe hij ooit een heel seizoen zijn vorm in stand hield en GP2-kampioen werd, het blijft een van de grote moderne raadselen van de autosport…

Maldonado schonk Williams tenminste nog de vreugde van een overwinning – zo zoet na al die droge jaren – maar teamgenoot Bruno Senna reed meestal voor spek en bonen mee. Als hij de finish al haalde. Samen met Romain Grosjean behoorde hij dit jaar tot dé brokkenmakers in de eerste ronde. Het was niet altijd Senna’s schuld, maar net als Grosjean heeft de Braziliaan wel het talent om, als er toestanden zijn na de start, bij die toestanden betrokken te raken. Eigenlijk is de neef van Ayrton gewogen en te licht bevonden, maar hij neemt dankzij die naam 10 tot 12 miljoen mee uit Brazilië. Als hij Sutil, Alguersuari, Bianchi of Kobayashi niet te vlug af is bij Force India, dan duwt hij Giedo van der Garde nog wel uit de Caterham die de Nederlander al was toegezegd.

Caterham

4

Met de hakken over de sloot wist Caterham (voorheen Team Lotus) toch die kostbare tiende plaats in het constructeurskampioenschap te behalen, maar eigenlijk was 2012 een deceptie voor het team. In plaats van door te stoten naar het middenveld – waar het dankzij de Renault-motor en Red Bull-achtertrein toch alle gelegenheid toe had gekregen – mochten Kovalainen en Petrov opnieuw de strijd aangaan met de aanmerkelijk minder uitgevende teams van Marussia en HRT. Een zwakke prestatie van een team met veel meer pretenties.

Heikki Kovalainen

5

Vitaly Petrov

5

De Fin die het einde van zijn F1-carrière mag begroeten, werd dit seizoen meegezogen door de malaise bij Caterham. Ooit was hij aan het avontuur begonnen om met het team mee te groeien naar boven – een mooie nieuwe uitdaging heet dat, voor coureurs die zijn uitgerangeerd bij topteams als Renault en McLaren – maar het ziet ernaar uit dat hij er nooit de vruchten van zal plukken. Op basis van het vruchteloze jaar 2012 is dat ook terecht. De geest leek te ontbreken bij Heikki Kovalainen, zichtbaar gedemoraliseerd door het uitblijven van vooruitgang bij het team. Dat zijn management geruchten opklopte over een transfer naar Ferrari, was dan ook allerminst geloofwaardig. Het maakt zijn afgang door de zijdeur des te triester.

Vanwege roebels die geen echte waarde vertegenwoordigden, durfde Lotus het niet aan om het contract met Vitaly Petrov te verlengen – en waarom zouden ze, als Total echte euro’s voor Romain Grosjean meebracht? Petrov bracht zijn spookroebels vervolgens naar Caterham, dat na lang twijfelen alsnog Jarno Trulli wipte en in zee ging met de Rus. Diens seizoen was vervolgens net zo onopmerkelijk als dat van Kovalainen, maar in Brazilië vond hij een manier om het team alsnog extra budget aan te reiken: zijn elfde plaats schonk Caterham de tiende plaats in het constructeurs-WK, goed voor tien miljoen extra van Bernie Ecclestone. Of dat genoeg is om zijn plaats te behouden? Het lijkt niet waarschijnlijk.

HRT

3

Moeten we het overbodigste team uit de Formule 1 meer punten gunnen? HRT voegde dit seizoen niets toe aan de sport, niet eens een sappig verhaal of een leuke anekdote. Talenten gaf het ook al geen kans. In plaats daarvan mochten een overjarige Spanjaard en een oude Indiër aantreden, die qua talent nooit in de waardevolle veteranenhoek van pakweg Barrichello of Trulli hebben gezeten. De zoveelste eigenaar van het team – flitskapitalist Thesan – maakte zich belachelijk door gegoochel met de vestigingsplaats van het hoofdkwartier, daarmee nog eens bewijzend dat de investeringsclub de ballen verstand heeft van F1. Niet voor niets staat HRT nu opnieuw te koop en is het maar de vraag of we het team volgend jaar terugzien. Opgeruimd staat netjes.

Pedro de la Rosa

5

Narain Karthikeyan

5

De la Rosa en Karthikeyan moesten roeien met de riemen die ze hadden. Veel konden ze daarmee niet laten zien, maar ze deden er ook niets opmerkelijks mee. De la Rosa heeft een tweejarig contract, dus zou kunnen terugkeren als HRT toch de winter overleeft. Karthikeyan kwam wederom met zijn Tata-geld binnen. Of dat in 2013 nog wat waard is, is de vraag. Geen enkel ander team zou bovendien een auto willen ‘opgeven’ aan de Indiër. Die zou dan minstens tot net zo’n bevlieging als van Pastor Maldonado in staat moeten zijn, maar dat zien we Karthikeyan niet doen.

Marussia

7

Met de beperkte middelen waarover Marussia beschikt, deed het team uit Leafield het dit jaar opnieuw voortreffelijk. Het voormalige Virgin is eigenlijk een team dat is ontstaan uit de toenmalige FIA-plannen voor een budgetlimiet van 40 miljoen per jaar. En ook al werd die limiet al afgeblazen voordat Virgin goed en wel met racen begon, het team houdt zich er nog steeds behoorlijk aan. Bovendien geeft het elk jaar een debutant de kans om zich te bewijzen, de enige prijzenswaardige rol voor een achterhoedeteam. Volgend jaar volgt daarom de vierde rookie in vier jaar, maar nu kiest Marussia helaas écht voor geld. Max Chilton is geen groot talent, ondanks zijn vierde plaats in het GP2-kampioenschap van dit jaar, maar zijn vader brengt een substantieel bedrag mee.

Timo Glock

7

Charles Pic

7

Dankzij Timo Glock had Marussia lange tijd uitzicht op de tiende plaats in het constructeurs-WK. De twaalfde plaats van de Duitser in Singapore was goud waard voor het team, al roofde Vitaly Petrov in de laatste race alsnog de staven uit de kluis. Glock blijft ook in 2012 bij Marussia en is daar zeer goedgeluimd onder. Ieder ander zou er moedeloos van worden – zelfs Heikki Kovalainen, die in 2010 en 2011 nog zo opgewekt voor Caterham racete – maar Glock houdt vol. Hij vindt ’t gewoon veel te leuk.

Natuurlijk komen Charles Pic en zijn broer Arthur (nu in de Formule Renault 3.5) uit een rijke familie van transporteurs, die hun fortuin vergaarden door met hun vrachtwagens Renaults over het hele continent te vervoeren. Zonder hun geld had Charles waarschijnlijk nooit de F1 bereikt. Maar daar eenmaal aangekomen bleek de Fransman met het wilde haar de beloftevolste van de drie debutanten die Virgin/Marussia tot nu toe een kans gaf. Lucas Di Grassi en Jérôme D’Ambrosio konden na één seizoen hun biezen pakken, maar Pic gaat volgend jaar door bij Caterham. Hij verdient dat vooral door zijn kwalificatievorm, waarmee hij Glock meer dan eens de baas was, maar racen deed hij ook niet slecht. We zijn benieuwd of Caterham de springplank naar een groter team wordt.

Dit artikel verscheen ook op Driving-fun.com.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.