Nadat de flexibilisering van de arbeidsmarkt jarenlang het Haagse evangelie was, zit de zzp’er eind 2014 opeens in het verdomhoekje.
In een sfeertje waarin de minister van Sociale Zaken op televisie verklaart dat het toch maar beter is als we allemaal weer werknemer zijn, verbaast me onderhand niets meer. Toch viel ik meermalen van mijn stoel bij het lezen van de column van Frank Kalshoven in de economiebijlage van zaterdag 1 november. Doet Kalshoven met opzet zo naïef, om lekker te kunnen meeliften op de huidige politieke agenda? Zeker voor een voormalig zzp’er valt me dat behoorlijk van hem tegen. Hij presteert het namelijk om een voordeel en twee nadelen voor de zzp’er, die elkaar nu mooi compenseren, om te buigen tot drie zogenaamde voordelen voor de zzp’er. Want, zo zegt Kalshoven, de zzp’er krijgt bergen belastingvoordeel, hoeft geen sociale premies af te dragen en mag ook nog eens aanspraak doen op de bijstand. De profiteur! Ehm, de zzp’er krijgt dat belastingvoordeel omdat hij geen sociale premies mág afdragen en in plaats daarvan zichzelf duur mag verzekeren tegen werkloosheid en arbeidsongeschiktheid. En als het eenmaal zo ver is dat hij aanspraak op de bijstand moet doen, moet hij eerst zijn volledige oudedagsvoorziening hebben opgegeten, dus zo’n feest is dat ook niet.
Opeens is de werknemer weer de maat der dingen, zo blijkt ook uit de CPB-studie die door Kalshoven wordt besproken. De zzp’er moet nu zelfs zijn maatschappelijke waarde bewijzen, omdat hij ‘anders net zo goed werknemer zou kunnen zijn’. Prima, maar waarom hoeft de werknemer zijn maatschappelijke waarde niet te bewijzen? Bovendien is de maatschappelijke waarde van talloze zzp’ers al genoeg bewezen doordat ze werk doen waarvoor geen banen bestaan. Want waar zouden – de gedachte van Asscher volgend – de vele duizenden ervaren experts met soms tientallen verschillende opdrachtgevers opeens de organisatie moeten vinden die hen voor datzelfde werk in dienst neemt?
Verder kijkt Kalshoven wel erg beperkt naar de twee vormen van maatschappelijke waarde die het CPB noemt. Het zzp-schap geschikt voor 55-plussers met kennis en ervaring? Zeg maar gerust veertigplussers. Wie boven de 40 is en zijn vakmanschap ten dienste van de samenleving wil blijven stellen, moet tegenwoordig wel eigen baas worden. Voor uitvoerend werk worden alleen twintigers en dertigers aangenomen, ouderen worden geacht zich aan te sluiten bij een almaar groeiend leger van improductieve managers en beleidsmedewerkers. Het is een structurele arbeidsmarktziekte die in stand wordt gehouden door onze manier van belonen: vakmensen krijgen onderbetaald, leidinggevende beroepen worden overbetaald. Alleen als zelfstandige kun je je nuttige werk blijven verrichten, want dat is maatschappelijk geaccepteerd: dan ben je immers ook een baasje, al is ’t maar van jezelf.
De tweede manier waarop de zzp’er volgens het CPB nuttig kan zijn is als hij door zijn succes personeel in dienst gaat nemen. Trots verwijst Kalshoven naar het aantal medewerkers dat inmiddels bij zijn bureau werkt, daarmee implicerend dat al die zzp’ers die maar zelfstandig blijven, lekker parasiteren op de samenleving. Maar waarom mogen we niet van maatschappelijk succes spreken als zzp’ers succesvolle samenwerkingsverbanden aangaan? Bovendien: is het fiscaal stimuleren van ondernemerschap pas succesvol als 100% van de zelfstandigen personeel in dienst gaat nemen? En moeten die fiscale faciliteiten maar worden afgeschaft omdat niet elke zzp’er erin slaagt om door te groeien naar een bedrijf met personeel? Waarom zou dat überhaupt een doel voor elke zzp’er moeten zijn?
En hoe treffend ook van het CPB, om de werknemer weer centraal te stellen nadat horden werknemers het zzp-schap in gedreven zijn en er in de meeste sectoren alleen nog maar tijdelijke arbeidscontracten mogelijk zijn? Ja, dat zijn onwenselijke ontwikkelingen, maar kennelijk moeten de zzp’ers zelf daarvoor verantwoordelijk worden gehouden en niet de al jarenlang terugtredende overheid en immer naar kostenreductie zoekende werkgevers.
Pak het probleem van de schijnzelfstandigheid gericht aan – wat valt er niet te controleren aan de aloude eis van de Belastingdienst dat je meer dan drie opdrachtgevers moet hebben? – en straf de echte zelfstandige niet voor misstanden die hij niet op zijn geweten heeft. Maar dat wordt natuurlijk lastig als de overheid zelf – bijvoorbeeld bij diezelfde Belastingdienst – talloze ‘zzp’ers’ heeft rondlopen die net zo goed jaarcontracten zouden kunnen krijgen, of zelfs meerjarencontracten, maar die de overheid anders te veel geld zouden kosten. De hypocrisie druipt ervan af.
Blijkbaar is een terechte fiscale faciliteit voor een hele groep afschaffen makkelijker dan het handhaven van de eigen regels en het beboeten van werkgevers (inclusief de overheid zelf) die bewust misbruik maken van die faciliteiten. Om dat voor elkaar te krijgen, moet er eerst wat stemming worden gemaakt. Hop, even met wat doelgerichte publicaties de zzp’er wegzetten als graaier en we krijgen dat lekker makkelijke besluit zo door de Kamer.