2024: eerst hollen, dan stilstaan bij mijn leven

Dit is alweer mijn dertiende eindejaarsbrief – het is een aardige traditie geworden sinds ik ruim twaalf-en-een-half jaar geleden voor het zelfstandigenbestaan koos. Ergens in september had ik mijn koperen jubileum moeten vieren, maar ik ben er niet aan toegekomen.

Want net als in alle voorgaande eindejaarsbrieven ga ik je vertellen over een enerverend jaar. Ja, alweer! Want 2024 begon als de snelkookpan die heel 2023 was: onder dezelfde hoge druk waarin het hele vorige jaar is verlopen. Totdat eind september het vlammetje aan kracht begon te verliezen. Wijselijk besloot ik om te stoppen met hollen. De maand erna trok ik stukje bij beetje de stekker eruit, om in november grotendeels aan een sabbatical te beginnen.

Dat was een goedgekozen tijdstip. Op dat moment waren alle grote projecten klaar en viel het overige werk uitstekend aan vakgenoten over te dragen. Dat maakte de beslissing iets eenvoudiger.

En het is een welverdiende sabbatical, al zeg ik ’t zelf. In mei kwam er een dikke pil uit van het Nederlands Instituut voor Publieke Veiligheid: De veerkracht van Nederland. Daaraan heb ik heel 2023 en de eerste maanden van dit jaar gewerkt via mijn deel in de conceptvorming, ruim een derde van alle teksten en tot slot de eindredactie. Tegelijk werkte ik aan Marcel Albers, De stuurmanskunstenaar, een biografie van de in 1992 verongelukte Formule 3-coureur die op weg was naar de Formule 1. Dat boek verscheen in oktober, net als Ik wilde alleen maar rijden, de biografie van oud-coureur Gerrit van Kouwen, voor wie ik Gerrit nog net voor zijn overlijden uitvoerig mocht spreken.

Kortom, drie boeken in twee jaar tijd – en als we de eerdere boeken over Ab Goedemans en Wim Boshuis erbij pakken: vijf boeken in vier jaar. Intussen voltooide ik vele andere mooie opdrachten en deed ik mijn reportagewerk op de circuits en in de garages. Zonder dat daar vanwege mijn nog altijd lastige thuissituatie enige rust of vakantie tegenover stond. Het was misschien ook wel een beetje te veel van het goede. Dus nu alle boeken op tafel liggen en het kleinere werk in goede handen is elders, kom ik even op adem. En dat gaat in 2025 nog even zo door.

Het valt me trouwens op hoeveel je nog te doen hebt als je een sabbatical hebt. Van echt stilzitten is het nog niet gekomen, al vraag ik me af hoe nuttig stilzitten eigenlijk is. Je moet dat vlammetje tenslotte weer opstoken tot een vuurtje. Een vuur dat onmiskenbaar oplaait op het moment dat ik weer serieus aan de slag ga en verder wordt aangewakkerd door het werk dat ik doe.

Dat gaat goedkomen, dat weet ik zeker, zoals ik hoop dat ook bij jou het vuur flink brandt. Ik wens je daarom alle vormen van succes toe voor 2025 en daarnaast jou en de jouwen veel geluk en voorspoed in het nieuwe jaar.

Een vijfde boek in vier jaar

Marcel Albers, De stuurmanskunstenaar

Het zijn tropenjaren geweest, ook met een verhuizing en doorlopende mantelzorg. Dus nu is het even welletjes. Maar nu ik Marcel Albers, De stuurmanskunstenaar in handen houd, ben ik toch trots op het feit dat ik vijf boeken in vier jaar heb weten te voltooien.

Na de boeken over de verloren toerwagentalenten uit de jaren zestig en zeventig, Ab Goedemans en Wim Boshuis, besloot ik samen met uitgever Gerrie Hoekstra van AUTOSPORT.NL een biografie te maken over Marcel Albers, de Nederlandse Formule 3-coureur die in 1992 om het leven kwam, op weg naar de Formule 1. Marcel was destijds bij iedereen geliefd en zijn vader Jacques ondersteunt actief de herinnering aan hem, dus aan gebrek aan medewerking zou het niet liggen.

De auteur en de uitgever.
De auteur en de uitgever.

Toch heeft dit boek bijna twee jaar werk gekost. Dat kwam doordat ik twee keer zo veel mensen heb gesproken als voor de boeken over Goedemans en Boshuis. Omdat Marcel zijn laatste jaren in Engeland racete, moest ik ook tijd vrijmaken om daar mensen te interviewen. De hoeveelheid bronmateriaal was daarentegen niet eens zo veel groter dan wat mij uit de jaren zestig en zeventig ter beschikking stond, al speelden Marcels succesjaren zich twintig jaar later af. De reguliere autobladen schreven toen allang niet meer zo trouw over autosport. De meeste serieuze kranten waren daar zelfs volledig mee gestopt. Sommige onderhielden zelfs een actieve boycot waarin zij alleen over de sport berichtten als er een dode te betreuren viel. Daarnaast waren er maar weinig echte autosporttijdschriften die over de Nederlandse Formule Ford, de Europese Formule Opel Lotus en de Britse Formule 3 schreven, de klassen waarin Marcel actief was.

Wat ook geen verschil maakte: of het nu dertig of vijftig jaar geleden is, het is lang geleden. Als mensen herinneringen kwijt zijn, zijn ze die na dertig jaar ook al kwijt. Het aantal beschikbare foto’s bleek evenmin veel groter: ook de jaren negentig zijn nog vóór het digitale tijdperk.

Vervolgens was het net zo’n groot genoegen om van al dat bronmateriaal een boek te maken. Dat blijft toch de mooiste etappe in de tour die het samenstellen van een boektitel is. De vijfde in vier jaar dus, want intussen schreef ik voor het NIPV (mee) aan De veerkracht van Nederland en maakte ik dit voorjaar in opdracht van de familie Ik wilde alleen maar rijden, over het leven van Gerrit van Kouwen, een groot Nederlands racetalent uit de jaren tachtig, die begin dit jaar op relatief jonge leeftijd overleed.

Ik zeg graag ja tegen zulke eervolle opdrachten, maar nu is het tijd geworden om de spanning van de boog te halen. De komende winter ga ik lekker rustig aan doen, om aan het begin van het voorjaar het werk in een lager tempo op te pakken. De volgende vier jaar komen er niet nog eens vijf boeken bij.

En niet te vergeten: je kunt Marcel Albers, De stuurmanskunstenaar nog altijd bestellen.