‘Lelijk’, ‘niet van ons’ en ‘onlogisch’. Dat waren de voornaamste punten van kritiek die de afgelopen dagen waren te beluisteren op de nieuwe spelling. Dat is jammer, want het is kritiek die eenvoudig is te pareren. De spelling van 2005 is uit zichzelf niet minder esthetisch dan die van 1995 of 1954. Het populistische argument dat grijze heren vanuit een ivoren toren wikken en beschikken, snijdt geen hout, want hoe had men zich een democratische totstandkoming van onze spelling voorgesteld? En onlogischer is onze spelling er evenmin op geworden. Sterker nog, het creëren van een onbedwingbare logica lijkt een van de voornaamste doelen te zijn geweest van de Werkgroep Spelling. In de Nova-uitzending van 19 december jl. benadrukte Woordenlijst-samensteller Piet van Sterkenburg niet voor niets dat vanaf nu elke spelling is ‘te beredeneren’.
Het heeft er veel van weg dat deze argumenten de basis vormen van de boycot die diverse toonaangevende media hebben afgekondigd ten aanzien van de nieuwe spelling. Die boycot is weliswaar begrijpelijk, maar ook contraproductief. Alle emotie staat namelijk in de weg van de inhoudelijke kritiek die de Taalunie wel degelijk verdient. Op drie allerminst gevoelsmatige gronden hebben wij als professioneel taalgebruikers bezwaren tegen de nieuwe spelling en de totstandkoming ervan.
• De Taalunie is haar boekje te buiten gegaan
In 1995 is afgesproken dat de woordenlijst elke tien jaar zou worden herzien. Deze tienjaarlijkse actualiseringscyclus behelst het toevoegen van nieuwe woorden, het herzien van fouten uit de vorige editie en eventueel het licht bijstellen van een enkele spellingsregel. Precies om die reden doet de Taalunie het voorkomen dat er slechts één regel is aangepast (de paardebloemuitzondering in de tussen-n-regel) terwijl het bij de overige veranderingen gaat om aanpassingen ‘op woordniveau’. Zodoende mogen we van de Taalunie niet spreken van ‘de nieuwe spelling’ of een ‘spellingsherziening’; het gaat om een actualisering.
Dat is mooi gezegd, maar ook mooi niet waar. De Leidraad (de spellingshandleiding die voorin is opgenomen in het Groene Boekje) is namelijk in zijn geheel herschreven. Vrijwel elke regel kent een totaal nieuwe formulering. Daarnaast zijn er expliciete regels geformuleerd op terreinen waarop voorheen onduidelijkheid bestond. Herformuleringen en expliciteringen leiden onvermijdelijk tot herinterpretaties – met volgens de Taalunie gevolgen voor een beperkt aantal woorden. Ja, in het Groene Boekje. Maar als we kijken naar de Dikke Van Dale, dan zijn het er al meer. En als we kijken naar de oneindige hoeveelheid samenstellingen en afleidingen die we dagelijks bedenken, maar die in geen enkel woordenboek staan, dan zijn het er nog meer.
Daarnaast hebben de herformuleringen hier en daar wel degelijk geleid tot regelveranderingen. Dat komt doordat de kernbegrippen in de herformuleringen wezenlijk anders zijn dan in de Leidraad van 1995. Eén voorbeeld: voor het vervoegen van werkwoorden van Engelse herkomst was de stam van het werkwoord in 1995 nog het hele Nederlandse werkwoord (leasen) min -en (dus leas). In de nieuwe Leidraad moeten we voor de stam uitgaan van ‘het hele Engelse werkwoord’ (dus lease). Dat is geen herformulering meer, dat is een regelverandering.
• De Werkgroep Spelling heeft zich overgegeven aan regelzucht
De nieuwe Leidraad is met zijn 117 pagina’s aanmerkelijk langer geworden dan de Leidraad van 1995. Dat komt niet alleen door het groter aantal voorbeelden en de ruimere vormgeving, het aantal regels zelf is ook gegroeid. Er is bijna geen spellinggebied meer over waarvoor een allesoverkoepelende regel ontbreekt. Talloze woordbeelden hebben zich inmiddels gewonnen gegeven. Dat lijkt prachtig, maar het is een heilloze weg. Taal is nu eenmaal geen wiskunde, waarin alles ‘te beredeneren’ valt. Wie voor elk spellingsprobleem een Grand Unifying Theory wil bedenken, stuit keer op keer op de weerbarstigheid van de taal. Die ene superregel wordt al snel een complexe regel met allerlei subregels, die alleen de professional nog kan onthouden.
De regelzucht van de werkgroep draagt bovendien de pretentie van maakbaarheid in zich en gaat voorbij aan het complexe karakter van onze spelling. De huidige spelling van het Nederlands kenmerkt zich door een merkwaardige mengvorm tussen historische spelling, uitspraakspelling en grammaticale spelling. Juist vanwege deze mengvorm is onze spelling gebaat bij een langdurige status quo. En juist door hardhandig aan die mengvorm te morrelen, ten faveure van een zo veel mogelijk op regels gebaseerde spelling, heeft de Werkgroep Spelling het debat ontketend dat momenteel zo veel emoties losmaakt.
• De huidige regels zijn te ingewikkeld en vragen meer dan eens voorkennis van de taalgebruiker
De Leidraad bevat tal van regels die een hoge mate van voorkennis en oordeelkundigheid van de taalgebruiker vergen, zo hoog zelfs dat het sneller werkt om meteen een woordenboek te pakken. Dat zijn slechte regels. De gewraakte tussen-n-regel van 1995 is daar een goed voorbeeld van: wie twijfelt tussen keuzevak en keuzenvak, moet eerst opzoeken of voor keuze twee meervoudsvormen zijn toegestaan, terwijl regels juist de bedoeling hebben om het raadplegen van naslagwerken te voorkomen.
Sinds kort moet een taalgebruiker ook het verschil kennen tussen een samenstelling, samenkoppeling en woordgroep als hij twijfelt of hij een woord moet aaneenschrijven. Dat onderscheid moet hij niet alleen kunnen maken voor Nederlandse woorden, maar ook voor leenwoorden. Vervolgens wordt voor samenkoppelingen verwezen naar de spelling in de oorspronkelijke taal. Dat betekent dat een taalgebruiker eerst de Oxford Dictionary erbij moet pakken voordat hij weet hoe hij een ingeburgerd Engels woord of begrip moet spellen. Opnieuw is dat het paard achter de wagen spannen.
De spelling zou meer gebaat zijn bij een verzameling eenvoudige regels, waarop een beheersbaar aantal individuele uitzonderingen bestaat, die je simpelweg uit het hoofd moet leren. De praktijk wijst immers uit dat de meeste basisschoolleerlingen beter in staat zijn tot ‘stampen’ dan tot het verinnerlijken van complexe regelsystemen. De basisschoolleeftijd is wel de leeftijd waarop we het ontvankelijkst zijn voor de beginselen van de spelling. Des te meer reden om die beginselen zo eenvoudig mogelijk te houden.
Professor Verkuyl van de Werkgroep Spelling verbaast zich er intussen over dat de opstand niet tien jaar geleden is uitgebroken. Want, zo erkent hij, de spellingsherziening van 1995 en de daaruitvolgende Woordenlijst waren broddelwerk. Misschien hadden professionele taalgebruikers inderdaad al in 1995 de kont tegen de krib moeten gooien. Desalniettemin mag de Taalunie de huidige reactie juist daarom beschouwen als een van het kaliber ‘de maat is vol’. Eén keer de plank misslaan mag, maar na tien jaar het ingeslagen pad blijven volgen dat in 1995 zo veel kritiek kreeg, getuigt van beroepsdeformatie. De Taalunie had ofwel dichter bij haar opdracht moeten blijven, ofwel haar boekje op een andere manier te buiten moeten gaan en de spellingsherziening van 1995 grotendeels moeten terugdraaien. Daarom is de recente mediaboycot zo goed voor te stellen.
Toch is ook een boycot een heilloze weg. Als tijdelijke protestmaatregel blijkt hij weliswaar effectief in het losmaken van de discussie, maar de langetermijngevolgen zijn onduidelijk. Hopelijk zet hij de verantwoordelijken binnen de Taalunie aan het denken, maar het is even goed mogelijk dat zij de hakken in het zand zetten – de reactie van Verkuyl wijst daar al op. Intussen wordt de duidelijkheid over de juiste spelling (waar wel behoefte aan is) verder vertroebeld. Door hoog in het morele zadel te gaan zitten, maken de media zich bovendien kwetsbaarder voor kritiek op hun eigen taalgebruik. Zo is de Volkskrant een dagblad dat er überhaupt een eigen stel spelregels op nahoudt, die op diverse plaatsen strijdig zijn met de spelling van 1995. Ook met die van 1954 trouwens.
Het zou verstandig zijn om na alle commotie de strijdbijl te begraven en via het openbare debat mee te denken over een spelling die wél is gebaseerd op eenvoudige regels, wél het bestaan van uitzonderingen erkent en wél langdurige stabiliteit garandeert. Laten we intussen – zeker in vluchtige publicaties – gewoon de spelling hanteren zoals de Taalunie die voorschrijft. Want laten we wel wezen: er zijn ergere dingen in de wereld.
Oorspronkelijk geplaatst in Wereld, het weblog van Jager & Neyndorff.