Wie weleens naar Lookinggood of andere metamorfoseprogramma’s kijkt, kan concluderen dat een leuke coupe, wat make-up en vlotte garderode voor het oog heel wat doen. Het contrast tussen voor en na wordt versterkt door een onopgemaakte slobbertoestand vooraf (de kandidaat wordt immers in zijn of haar dagelijkse bezigheden onderbroken) en een tot in de puntjes gestileerd eindresultaat. Toegegeven, de betreffende mannen en vrouwen zien er inderdaad tien jaar jonger uit en aan het modebewustzijn van de Nederlander kan best nog wel wat worden verbeterd. Maar van een metamorfose is geen sprake. Het blijven dezelfde mensen, met dezelfde gezondheid, hetzelfde lijf, dezelfde eigenaardigheden. Wezenlijk is er niets veranderd.
Hetzelfde kunnen we zeggen van de nieuwe Leidraad en Woordenlijst Nederlandse Taal, die 15 oktober a.s. zullen verschijnen en vanaf augustus 2006 officieel van kracht zijn. Het is oude wijn in nieuwe zakken. Het is weliswaar prijzenswaardig dat de Nederlandse Taalunie een evaluatietermijn van tien jaar is overeengekomen, om te voorkomen dat de Woordenlijst niet langer de actuele woordenschat van de Nederlandse taal zou herbergen, zoals met het Groene boekje van 1954 het geval was. Zo ben ik er verheugd over dat het inmiddels anachronistische on line is vervangen door online. Tegelijk is het jammer dat de opknapbeurt vooral cosmetisch is. Dat was ook de opdracht – een herziening die ‘geen aanleiding mag geven tot wijzigingen aan de van kracht zijnde officiële spellingsvoorschriften’ – maar aangezien er toch hier en daar aan de regels is gemorreld, had er best wat meer in gezeten.
Het gros van de cosmetische correcties betreft zoals verwacht de gewraakte tussen-n-regel. De regel-met-acht-uitzonderingen was vanaf het begin een gedrocht en een misbaksel, aangezien hij voorkennis van de vocabulaire veronderstelde: wie bij twijfel over één of twee meervouden voor het eerste deel van de samenstelling het Groene boekje raadpleegt, kan net zo goed meteen het hele woord opzoeken. Maar in plaats van deze regel te vervangen door een elegantere, werd er een uitzondering geschrapt. Het is weliswaar de idiootste uitzondering van het hele stel, maar het levert wel een hele reeks nieuwspellingen op die de argeloze taalgebruiker maar weer moet zien te rijmen met zijn taalgevoel. Na de pannenkoek krijgt de Nederlandse taalgebruiker nu dus ook de paddenstoel door de strot geduwd. De paddestoel komt bovendien niet langer voor op de lijst van versteende uitdrukkingen en ook dat riekt weer naar arbitrairisme. Vooruit, de paddestoel wordt niet meer beschermd door de geschrapte uitzonderingsregel, maar hij stond toch niet voor niets op de uitzonderingslijst van een ándere uitzonderingsregel? Het is me wat: een woord wordt tien jaar geleden al beschouwd als versteend en blijkt nu opeens te kunnen worden ontsteend!
Eenzelfde cosmetische ingreep werd toegepast op het hoofdlettergebruik. Dat wordt namelijk uitgebreid met zogenaamde geo-etnische aanduidingen. Met andere woorden, niet alleen de beschrijving van een inwoner van een huidige natie (Nederlander, Duitser, Palestijn) wordt met een beginhoofdletter geschreven, maar ook die van volkeren die zich niet aan landsgrenzen houden of niet langer bestaan. Een jood is voortaan een Jood, een azteek een Azteek en een eskimo een Eskimo. Klinkt op het eerste gezicht logisch, totdat we in het persbericht van de Taalunie lezen: ‘Hiermee is ook het voor veel mensen pijnlijke onderscheid tussen Palestijn en jood opgelost, want Jood krijgt nu ook een hoofdletter.’ Wat krijgen we nu? Dient de Nederlandse grammatica zich nu ook al te onderwerpen aan politiek-correcte ideologie? Bovendien wordt de taalgebruiker met een nieuw dilemma opgescheept, want een jood blijft wel een jood als met hem een aanhanger van het joodse geloof wordt bedoeld! Dus mag ik bij elk gebruik van het woord jood eerst bedenken of ik het volkenkundig dan wel religieus bedoel? Het wachten is op de eerste antisemiet zich voor de rechter verschuilt achter zijn hoofdlettergebruik.
Cosmetica van een andere orde is het schrappen van maar liefst 14.000 overbodige ingangen, het corrigeren van woorden in de Woordenlijst die niet voldoen aan de regels van de Leidraad, dan wel het omgekeerde: het aanscherpen van de formulering van de Leidraad zodat diverse woorden wél aan de regels voldoen. Deze schoonmaakactie is het gevolg van haastwerk bij de samenstelling van het Groene boekje van 1995. Het corpus van bronmateriaal (voornamelijk kranten) uit het begin van de jaren negentig kwam toen zonder al te veel redactie-inspanningen in de Woordenlijst terecht. Elk woord dat meer dan twee keer in het bronmateriaal voorkwam, haalde de lijst. Tientallen nutteloze en soms bizarre afleidingen en samenstellingen haalden zo de lijst, terwijl gevallen die omwille van hun spellingscomplexiteit een plek hadden verdiend, de boot misten – simpelweg omdat ze niet in het bronmateriaal voorkwamen. Deze situatie is nu tot ieders opluchting rechtgetrokken.
Een verwante kwestie betreft de spelfouten in het bronmateriaal van 1995: ook die kwamen ongefilterd in de Woordenlijst terecht en kregen in diverse gevallen stilzwijgend de zegen van de Taalunie. Sommige fouten werden zonder vermelding teruggedraaid in herdrukken van het Groene boekje, terwijl andere fouten de norm werden. Het in ons vak veelgebruikte gebruik maken van werd van de ene op de andere dag gebruikmaken van, puur omdat het opeens zo in het Groene boekje stond. Dat het werkwoord zich in het gesproken en geschreven Nederlands nog altijd gedraagt als gebruik maken van – ‘Het instrument waarvan ik gebruik heb gemaakt’ is net zo correct als ‘Het instrument waarvan ik heb gebruikgemaakt’ – doet daar blijkbaar niet aan af. Over het rechtzetten van deze fouten wordt in de aankondiging van de Taalunie niet gerept, dus ik ben benieuwd hoe deze stiefkindjes zijn behandeld.
Laat ik afsluiten met positieve woorden. Want het toegankelijk maken van de Leidraad, het opnemen van meer informatiecategorieën in de Woordenlijst en het helderder weergeven van afbreekposities verdienen stuk voor stuk alle lof. Maar ook in dit opzicht wordt duidelijk dat het vorige Groene boekje in net zo’n onopgemaakte slobbertoestand werd vereeuwigd als de metamorfosekandidaten van de televisie. Waar Lookinggood daarentegen een dag nodig heeft om het slachtoffer om te toveren tot prins of prinses, daar moesten we nu tien jaar wachten. Hopelijk ziet het nieuwe Groene boekje er dan ook tien jaar jonger uit.
Oorspronkelijk geplaatst in Wereld, het weblog van Jager & Neyndorff.