De laatste ronde: België 1968
Als Lewis Hamilton in 2008 op Spa zegevierend over de meet komt, trekken diverse tv-commentatoren meteen allerlei parallellen met de allereerste overwinning van McLaren. Precies veertig jaar eerder! Hetzelfde circuit! En de apotheose? Al even onverwacht als toen!
Enkele uren later valt de historische parallel in duigen door de strafseconden die Hamilton terugzetten naar de derde plek. Maar de aandacht van het grote publiek is toch even gevestigd op die ene dag, de dag waarop het team uit Woking begint met de opmars naar zijn huidige status als grootmacht. Nu behoort McLaren tot de succesvolste F1-constructeurs aller tijden: 162 overwinningen, 141 poles, 136 snelste ronden, 8 constructeurstitels. Maar de teller begint te lopen op 9 juni 1968. Met een mazzeltje.
Toch is winnen voor Bruce McLaren niet nieuw. Al in 1959 wint hij – dan krap 22 jaar oud – zijn eerste Grand Prix, een zege waarmee hij geschiedenis schrijft. Pas in 2003 lost Fernando Alonso hem af als jongste GP-winnaar. De Nieuw-Zeelander is sowieso een mirakel. Als negenjarig jongetje wordt hij overvallen door de ziekte van Perthe, een heupaandoening die ertoe leidt dat hij drie jaar in een gipsbed ligt. Als hij uit het sanatorium komt, is z’n linkerbeen vier centimeter korter dan z’n rechter. Zijn autosportcarrière gaat er niet minder snel om, met dank aan vader Leslie. De Austin Ulster die Bruce als tiener cadeau krijgt, is eigenlijk bedoeld om uit elkaar te halen. Zo kan hij zijn technische brein scherpen, want Bruce is voorbestemd om de garage van zijn vader over te nemen. Maar de manke zoon gaat ermee racen en verdienstelijk ook. McLaren senior ziet het potentieel en geeft hem ook de Healey die hij voor zichzelf had gekocht. In het voorprogramma van de Nieuw-Zeelandse GP van 1956 rijdt de jonge Bruce met de Healey de sterren van de hemel. De familie McLaren besluit daarop een van de Cooper-sportwagens van Jack Brabham naar Nieuw-Zeeland te halen. De correspondentie die Bruce daarna met Brabham begint, blijkt essentieel. Net als de ‘Driver to Europe’-beurs die hij krijgt van de Nieuw-Zeelandse coureursvereniging. Twee jaar later is hij nummer twee bij het F1-team van Cooper.
Als Brabham het team teleurgesteld de rug toekeert, wordt Bruce in 1962 kopman. Maar het blijft bergafwaarts gaan met Cooper. Geïnspireerd door zijn Australische mentor besluit ook McLaren zelf constructeur te worden. Succes in de Noord-Amerikaanse sportwagenwereld volgt vrijwel meteen: McLaren is tot aan de dood van Bruce in 1970 onverslaanbaar in het CanAm-kampioenschap. In de F1 keert het tij pas als McLaren in 1968 een voorraad DFV-motoren aankoopt. Bruce wint met de oranje McLaren-Cosworth M7A meteen de Race of Champions, de voorjaarsklassieker op Brands Hatch. In juni trekt het F1-circus naar Spa, waar we bij Brabham, Ferrari en McLaren voor het eerst vleugels op de auto’s zien. Lotus beleeft er een rampweekend. Daarom staan Amon (Ferrari), Stewart (Matra) en Ickx (Ferrari) op de eerste rij, gevolgd door Surtees en Hulme. Bruce vertrekt vanaf de derde rij. Stewart is slecht weg en dus jaagt Surtees’ Honda de Ferrari’s meteen na. Als de eerste ronde is voltooid, ligt de Engelsman tweede. Samen lopen Amon en Surtees uit op de rest, terwijl Ickx wegzakt met een motor die niet mooi loopt. Bruce lijkt zijn race al bij de start te hebben verpest: de BRM’s van Rodriguez en Courage, maar ook de Lotus van Siffert zijn hem voorbijgestoken. Intussen heeft Brian Redman geluk dat hij alleen een gebroken arm overhoudt aan een venijnig ongeluk met zijn Cooper. Het team is toch al zwaar getroffen door het nieuws dat Ludovico Scarfiotti – op Spa vervangen door lokale held Lucien Bianchi – in Duitsland dodelijk is verongelukt.
Vooraan haakt eerst Amon af met een doorboorde radiator, daarna Surtees met een kapotte achterwielophanging. Daardoor zijn Hulme en Stewart de nieuwe leiders. En Bruce? Die ligt opeens derde, nadat hij in één ronde de BRM’s en Ickx passeert én de terugvallende Siffert voorbijrijdt. De afvalrace gaat door in de 18e ronde, als de aandrijfas van de McLaren van Hulme breekt. Stewart heeft nu het rijk alleen: met een halve minuut voorsprong hoeft hij de race alleen maar uit te rijden. Rondenlang blijft de status quo intact. Totdat de Schot in de voorlaatste ronde langer wegblijft. Zijn Matra sputtert rond La Source en duikt zonder benzine de pits in, buiten het zicht van de achtervolgers, van wie Rodriguez Bruce dicht is genaderd. Maar het wordt geen fotofinish. Pas twaalf seconden nadat McLaren de geblokte vlag heeft gekregen, komt de Mexicaan over de streep rollen – ook zonder peut!
Tevreden met een schijnbare tweede plaats stuurt Bruce zijn oranje schicht de pits in. Een BRM-monteur komt naar hem toerennen: “Je hebt gewonnen, wist je dat?” Nee, dat wist hij niet! “Het was zo ongeveer het leukste dat ik in mijn hele leven heb gehoord”, zegt hij achteraf. Geluk moet je verdienen, zeggen ze. Dan is Bruce McLaren op die voorjaarszondag in 1968 een rijk man.
Oorspronkelijk geplaatst in RTL GP Magazine.