De laatste ronde: Monaco 1970
In 1968 beleven ze als teamgenoten bij Brabham een rampseizoen. De ervaren teambaas Jack Brabham, de eerste man die een Grand Prix wint in een auto die zijn eigen naam draagt en daarmee zelfs wereldkampioen wordt. En de eeuwige belofte Jochen Rindt, al jaren de ongekroonde koning van de Formule 2, die nog steeds wacht op zijn eerste overwinning in de F1.
Jochens manager Bernie Ecclestone spreekt onheilszwangere woorden. “Als je in 1969 bij Brabham blijft, ga je in ieder geval niet dood. Maar je zult ook niet strijden om Grand Prix-overwinningen. Bij Lotus race je om de winst, maar loop je ook de kans dat je het loodje legt.” De racer Rindt, geliefd bij de fans vanwege zijn spectaculaire stijl, neemt het risico en kiest voor Lotus.
Het volgende seizoen brengt zowel Brabham als Rindt maar half waar ze op hopen. Rindt maakt hardhandig kennis met de fragiele Lotus-ontwerpen. Na heel veel pech, een heftige crash op Montjuich en nodeloze afleiding door het project met de vierwielaangedreven Lotus 63 wint Jochen pas in oktober zijn eerste Grand Prix. Op Watkins Glen klopt eindelijk alles: pole, snelste ronde, overwinning. Brabhams jaar is het spiegelbeeld van dat van Rindt. Winst in de International Trophy belooft veel, maar Jacks seizoen wordt ruw onderbroken door een zwaar ongeluk tijdens testritten op Silverstone. Hoofdmonteur Ron Dennis herinnert zich als de dag van gisteren hoe ‘Black Jack’ bekneld zat in het wrak: “Hij leed ongelooflijk veel pijn, badend in een plas benzine die wonderbaarlijk genoeg maar geen vlam vatte, terwijl de reddingswerkers hem probeerden los te wrikken.”
Nu, bijna een jaar later, rijden ze één en twee in de slotronden van de Grand Prix van Monaco van 1970. Aan kop de 44-jarige veteraan, de man die in 1955 zijn debuut maakt en nu aan zijn laatste seizoen is begonnen, nog steeds even scherp als zestien jaar terug. Negen seconden achter hem Mister Sideways, de als wees opgegroeide Oostenrijker die in 1970 voor de ultieme glorie gaat. Ze zijn op die posities terechtgekomen door de haperende ontsteking in de March van wereldkampioen Stewart, die bij de start de kop heeft genomen. Als de Schot ver terugvalt na zijn pitstop in de 27e ronde, krijgt Brabham de leiding in handen. Eén seconde achter hem de March van Chris Amon, op 13 seconden gevolgd door een groepje met Hulme (McLaren), Pescarolo (Matra) en Rindt. Die weet eerst de Fransman te passeren, daarna moet ook Hulme eraan geloven. Als Amon in de 61e ronde uitvalt met een kapotte achterwielophanging, ligt Jochen tweede. Ongeveer tegelijkertijd begint de auto van Amons teamgenoot Siffert te stotteren. Brabham weet ’t nog niet, maar het is de kans waarop Rindt zit te wachten.
Met nog vier ronden voor de boeg stuit Jack, die rustig naar de zege toert, voor het casino op de hoestende en proestende March van Siffert. Die kan er ook niks aan doen, maar de drievoudig wereldkampioen verliest wel vier seconden door het akkefietje. Opeens heeft Jochen zicht op zijn voormalige teambaas. Faites vos yeux, toeschouwers: wordt het Black Jack in Monaco? Of toch een Casino Royale voor de ‘King of F2’? Rindt ruikt bloed. In de voorlaatste ronde verbetert hij de snelste rondetijd. Bij de start-en-finishlijn staan de monteurs van beide teams half op de baan om ze nog één keer aan te moedigen. Als Brabham en Rindt voor de laatste keer uit de tunnel opduiken, zit de Lotus bijna op de staart van de Brabham. Nog steeds is er geen vuiltje aan de lucht voor de Australiër. Naderbij komen op Monaco is één, passeren is twee. Maar Jack krijgt opnieuw met een achterligger te maken: de De Tomaso van Piers Courage doemt bij Tabac voor hem op. In de aanloop naar de Gasometerbocht (nu Rascasse) schiet de leider Courage voorbij. Maar wat doet hij nu? Hij schiet door, van de ideale lijn af! Door de inhaalactie – of uit zijn doen gebracht door de onverwacht in zijn spiegels verschenen Lotus? – vergist Brabham zich in zijn rempunt. Op het stof glijdt zijn auto hulpeloos in de strobalen. Rindt glipt erlangs en pakt dankbaar de tweede GP-zege van zijn carrière. Zijn laatste ronde blijkt nóg sneller te zijn gegaan: acht tiende harder dan de pole van Stewart! “Ik heb nog nooit een auto zo snel gereden en hoop dat het ook nooit meer hoeft”, aldus de dolgelukkige winnaar. Twee maanden later, op Brands Hatch, profiteert hij nog eens van Brabhams pech. Opnieuw in de laatste ronde, maar nu doordat Jacks auto droog komt te staan nadat hij een fabelachtig duel met de Oostenrijker in zijn voordeel leek te hebben beslist.
Na een oppermachtige zomer met de nieuwe Lotus 72 verovert Jochen uiteindelijk de titel die hem toekomt: wereldkampioen van 1970, helaas postuum door zijn dood op een tragische zaterdag op Monza, het trieste bewijs van Ecclestones gelijk. En die zes punten die hij in de schoot kreeg geworpen van Jack Brabham? Die blijken heel belangrijk: Rindts naaste achtervolger Jacky Ickx komt op het eind vijf punten tekort…
Oorspronkelijk geplaatst in RTL GP Magazine.