Playboy wonder

Laatste ronde: Frankrijk 1961

Je hebt van die hardwerkende coureurs, zoals Mark Webber, die er 130 Grands Prix over doen voordat ze er eentje winnen. Giancarlo Baghetti behoort tot de zeer weinigen die meteen op hun hoogtepunt beginnen.

Wanneer de jonge Milanees op 2 juli 1961 in Reims aan de start verschijnt voor de Grand Prix van Frankrijk, de vierde race op de WK-kalender, is zijn kersverse reputatie hem al vooruitgesneld. Daar, in die Ferrari met startnummer 50, zit de coureur die tot nu toe aan twee F1-races heeft deelgenomen. En hij heeft ze allebei gewonnen! Moeder Maria, een godswonder!

Toch gaat het nu vast anders, fluisteren de stemmen. Die twee zeges? In Italiaanse races die niet meetellen voor het WK, met een matig bezet startveld. Goed, op Sicilië, op het circuit van Syracuse, verslaat hij Dan Gurney’s Porsche. Niet slecht. Maar daarna, op het Napolitaanse circuit van Posillipo, is de Britse privérijder Gerry Ashmore zijn sterkste tegenstander. Geen kunst! Nu, in zijn eerste WK-race, moet hij het opnemen tegen giganten. Niet voor niets staan de andere Ferrari’s een-twee-drie vooraan en vertrekt Giancarlo vanaf de twaalfde stek. Dit is het echte werk.

Het is bovendien toeval dat Baghetti in Reims mag starten. Hij is in het zadel geholpen door de kleine Italiaanse renstal Scuderia Sant’Ambroeus, het speeltje van de latere Ferrari-teammanager Eugenio Dragoni. Die vertrouweling van Enzo Ferrari heeft een deal gemaakt met de Commendatore om een jong Italiaans talent te ondersteunen – en zijn kameraad Giancarlo is uiteraard de ‘beste’ keuze. De afspraak is dat Baghetti in 1961 alleen deelneemt aan niet-kampioenschapsraces. De auto daarvoor is de Ferrari 246P. Deze omgebouwde 246 Dino uit 1960 is het eerste Ferrari-prototype met motor achter de coureur en de voorloper van de oogverblindende en dominante 156 uit 1961, alom bekend geworden als sharknose.

Maar dan neemt Olivier Gendebien een desastreuze beslissing – voor hemzelf althans. De Belg besluit zijn patriottisme te volgen en zijn privé-Ferrari in de steek te laten voor de rampzalige Emeryson van de Ecurie Nationale Belge. Die kans laten ze in Italië niet schieten. Gendebiens 156, op Spa nog in het geel van België, wordt inderhaast overgespoten en als echte bloedrode Ferrari ter beschikking gesteld van het wonderkind. Wat kan die na zijn unieke dubbelslag nog meer? Zal hij schitteren zoals in Italië, waar hij twee keer na een slechte start alsnog de concurrentie aftroeft? Of wordt ’t een zeperd, passend bij zijn weinig spectaculaire vorm in de Formule Junior? Op de grid van Reims kan het voor Giancarlo beide kanten op, maar niemand houdt rekening met het eerste.

Er zijn wel verzachtende omstandigheden voor zijn twaalfde startplaats. Baghetti’s haaienneus is chassis 002, de auto met de minder potente V6 met blokhoek van 65 graden. De drie fabrieksrijders Phil Hill, Wolfgang von Trips en Richie Ginther hebben in hun 156’s een 120-graden-versie tot hun beschikking. Op Zandvoort en Spa is al duidelijk geworden dat zij de titelstrijd onderling gaan beslissen. Reims, met zijn lange rechte stukken, is opnieuw ideaal voor Ferrari’s machtige zescilinders. Maar op deze zinderend hete zondag is alles anders. Het wordt een ware afvalrace – óók vooraan. De 156 van graaf Trips is de eerste die de geest geeft nadat het kokende koelwater zich een weg naar buiten baant. Teamgenoot Hill neemt de kop over, maar hij spint over het wegsmeltende asfalt en laat zijn motor afslaan. Dan moet ook Ginther afhaken als zijn oliedruk naar nul daalt. Het complete fabrieksteam is uitgeschakeld.

Opeens is het groepje Gurney/Bonnier/Baghetti het nieuwe leidende trio. De twee Porsche-rijders leveren de hele race al strijd met Baghetti, maar nu gaat het om de winst. Zelfs de minder vermogende V6 in chassis 156-002 is op de rechte stukken in het voordeel tegen twee op volle kracht roffelende viercilinderboxertjes, maar Gurney en Bonnier blijven op talent bij.

Drie ronden voor het einde zwaait de Zweed af als ook zijn motor de hitte niet meer aankan. Het wordt een tweegevecht tot aan de meet, want ‘Dan the Man’ wil wraak nemen voor zijn nederlaag in Syracuse. De krantenkoppen worden hoe dan ook sensationeel: zelfs als Baghetti verliest, pakken Porsche en Gurney hun eerste Grand Prix-overwinning. “Om te winnen, wist ik dat ik dat ik me moest positioneren voor de perfecte slipstream”, vertelt Baghetti jaren later, kort voordat hij in 1995 aan kanker overlijdt. “Toen we de laatste bocht indoken, zat ik vlak achter Gurney, dus bij het uitkomen ervan zat ik op z’n staart. Hij ging midden op de baan rijden, want hij wist wat ik van plan was. Ik koos voor links en ik zag ‘m in zijn spiegel kijken. Dat was waar ik op zat te wachten. Snel dook ik naar de andere kant en schoot er rechts voorbij.” Perfect getimed! Het verschil op de meet: een tiende seconde. In tijden dat men nog niet in honderdsten kon meten.

Het is godswonder nummer drie: de volslagen outsider Giancarlo Baghetti wint de allereerste WK-race waaraan hij deelneemt. Later dat jaar zegeviert de geluksvogel nog in een onbetekenende F1-race op Vallelunga, maar de jaren erna, bij het fabrieksteam van Ferrari, Ferrari-afsplitsing ATS en privéteam Centro Sud bereikt hij nooit meer dezelfde hoogten. Als autojournalist doet hij nog tot 1967 gastoptredens in zijn thuis-GP, maar eigenlijk is de levensgenieter dan allang met andere dingen bezig. Zoals fotograferen voor niets minder dan de Italiaanse Playboy.

Je eerste drie GP’s winnen en daarna alleen maar bergafwaarts. Wie zal ’t hem ooit nog nadoen? Een wonderlijke omgekeerde F1-carrière, gevolgd door een schitterend tweede leven.

Oorspronkelijk geplaatst in RTL GP Magazine.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.