Beschamende boefjes
Alleen echte nostalgici genoten van de schijnvertoning van USF1 en de operette van Stefan GP. Zulke kletsmajoors hadden we in jaren niet meer gehad. Bernie Ecclestone, zelf een omhooggevallen occasionverkoper, die sinds de jaren tachtig keihard heeft gewerkt aan de opbouw van een strak georganiseerd commercieel circus van bijna klinische perfectie, zat er iets meer mee in zijn maag.
Het Amerikaanse project van Peter Windsor en Ken Anderson werd in tegenstelling tot Lotus en Virgin het echte lachertje onder de nieuwe inschrijvers. Het team met de meeste poeha bleek uiteindelijk te worden geleid door de grootste blaaskaken. Je kon het al maanden zien aankomen, alleen al door het totale gebrek aan communicatie. Het team bleef als een oester gesloten. Heel af en toe gaven ze een foto vrij van een kantoorruimte in het hoofdkwartier in Charlotte, Virginia (opmerkelijk genoeg midden in NASCAR-country) en daarna van een autoclaaf in een verder angstig lege hal ernaast.
Iets later volgde het bericht dat het team een Europese basis zou opzetten bij het Spaanse circuit van Motorland Aragon. De alarmbellen hadden moeten afgaan toen in februari het Spaanse WTCC-team Sunred (waarvoor Tom Coronel rijdt) bekendmaakte dat het zijn intrek zou nemen in het technopark waarmee USF1 goede sier maakte op zijn website.
Nooit zag je dat er aan iets tastbaars werd gewerkt. Je zag geen schokbrekers, geen wielen, geen vleugel, laat staan een monocoque. Een deel van de auto werd uiteindelijk onderworpen aan een FIA-crashtest. Dat moest de geruchten weer een tijdje smoren. Het bleek achteraf de neuskegel te zijn geweest.
Na lang aarzelen boden Windsor en Anderson de Argentijn José María López een contract aan als eerste coureur. De vaak besproken Amerikaan als tweede coureur of testrijder kwam er niet. Er kwam sowieso nooit een tweede coureur. Alleen de manager van López liet in de aanloop naar Bahrein opeens van zich horen: dat het bij USF1 bedriegers waren. López is de belangrijkste Argentijnse belofte, die in 2006 na een vruchteloos GP2-seizoen uit het Renault-jongerenprogramma werd gezet en terug naar huis mocht. Daar domineerde ‘Pechito’ drie jaar lang het lokale toerwagenkampioenschap. Met de persoonlijke steun van presidentskandidaat Carlos Reutemann had López zijn land terug op de F1-kaart willen zetten. USF1 gaf niet eens diens aanbetaling terug, maar betaalde er zijn schuldeisers mee af.
Tot op het allerlaatst ontbrak het Windsor en Anderson aan zelfkennis. Kort nadat USF1 bekendmaakte dat het niet in Bahrein aanwezig kon zijn, bezwoer het dat het in 2011 terug zou zijn. Anderson vroeg de FIA zelfs om hun plekje vrij te houden. De bond liet fijntjes weten dat daar geen sprake van kon zijn en hield onder het bureau waarschijnlijk een vinger omhoog.
Dat was volkomen begrijpelijk sinds de dag in februari dat bekend werd dat een belangrijke ‘investeerder’ in USF1 was ontmaskerd als een bekend vader-en-zoonduo van internationale fraudeurs. Maar eigenlijk had iedereen bij de naam Peter Windsor al eerder nattigheid mogen voelen. Als publiciteitsmedewerker in dienst van Williams deed hij jarenlang goed werk, maar een ondernemer is hij nooit geweest. Niet voor niets is de naam van Windsor ook verbonden aan een mislukte overname van het Brabham-team (1989) en het mislukte nieuwe F1-team van voormalig F2-coureur Tetsu Ikuzawa (1994).
Het Stefan-fantoom
Dan was er nog Stefan GP. Het team kwam nooit op enige inschrijvingslijst te staan, maar wist desondanks volop de krantenkoppen te halen. Het initiatief van de Serviër Zoran Stefanovic werd al in mei 2009, toen de eerste inschrijvingstermijn verliep, van tafel geveegd. Stefanovic was woedend en dreigde de FIA voor de rechter te slepen. Hij onthulde daarbij dat de FIA alle nieuwe teams een motorcontract met Cosworth had opgedrongen. De kartelwaakhond van de EU stond op het punt van aanslaan.
Er dreigden heikele ogenblikken voor de autosportbond, die tenslotte het al een paar keer eerder met de EU aan de stok had gehad, de eerste keer vanwege de verkoop van de mediarechten aan Bernie Ecclestone, daarna nog eens vanwege de tabaksreclame op de raceauto’s. De Serviër bond gelukkig voor de FIA in toen BMW opstapte en Toyota en Renault hetzelfde dreigden te doen. Nu had Stefen GP opeens weer een kans om alsnog te worden toegelaten. De open plek van BMW ging echter naar Lotus. Opnieuw viste Stefanovic achter het net. Toen Toyota aan het eind van het seizoen de pijp aan Max Mosley gaf, kwam meteen de vraag op wie zich op de kant-en-klare Toyota TF110 zou storten. Eerst werd Peter Windsor van USF1 in Keulen gesignaleerd, maar blijkbaar kwam hij er met de Japanners niet uit.
Stefanovic wel. Die had tenslotte ervaring met boedels opkopen. Dertien jaar geleden probeerde hij al eens de lange bocht naar de Formule 1 af te snijden door de Lola T97/30’s over te nemen waarmee de Britse constructeur in de eerste twee races van 1997 zo jammerlijk faalde. In december 2009 was de kortste weg naar het F1-constructeurschap het lock, stock and barrel overnemen van Toyota’s F1-programma.
De Serviër tekende een leasecontract met de Japanners, hernoemde het chassis Stefan S-01 en de Toyota-motor Stefan RG-01, bood Toyota-coureur Kazuki Nakajima een contract aan en even later – voor wat extra media-effect – ook oud-wereldkampioen Jacques Villeneuve. Als klap op de vuurpijl nam Stefan GP Mike Coughlan in dienst als technisch directeur. Juist, een van de hoofdrolspelers in ‘Spygate’, het spionagedrama tussen McLaren en Ferrari in 2007. Als Stefan GP voor 2010 niet zou worden toegelaten, zouden ze het hele jaar testen als voorbereiding voor 2011, verklaarde Stefanovic dapper. Eventuele F1-debutanten mochten bij hem zelfs het testverbod komen omzeilen!
Het kwam er allemaal niet van. De containers van het team werden nog wel naar Bahrein verscheept, maar de FIA was onverbiddelijk toen USF1 te langen leste moest toegeven dat het niet klaar was. Er was weliswaar een plek vrij, maar Stefan GP kreeg die niet: het team was al twee keer afgewezen, zei de FIA, waarom zou het nu opeens worden toegelaten?
Al snel werd duidelijk waarom de FIA zo streng was geweest: de Keulse krant Express was, met de belangen van de werknemers van Toyota Motorsport GmbH in het achterhoofd, eens gaan wroeten in de handel en wandel van Zoran Stefanovic. Zo ontdekte Express dat Stefanovic’ bedrijf AMCO – naar eigen zeggen een internationaal toeleverancier voor de lucht- en ruimtevaart – feitelijk een lege huls was met een jaaromzet van maar een paar duizend euro. Desgevraagd ontkenden de ‘klanten’ (waaronder het Duitse leger) ooit met AMCO te maken hebben gehad.
Kort na de GP van Bahrein verbrak Stefanovic het contract met Toyota – of ging ’t andersom? Sindsdien hebben we niet meer van hem gehoord. Symptomatisch: Stefanovic had na USF1’s jammerlijke bekendmaking grote kritiek op de Amerikanen, maar USF1’s website is nog altijd te bekijken. Die van Stefan GP daarentegen…
Retrogeboefte
Het was al een tijdje geleden dat we zo veel nieuwe teams op de grid zagen, maar ook al even geleden dat we dergelijke boefjes een poging zagen wagen om naam te maken in de F1. Als we terugdenken aan dubieuze types als Andrea Sassetti, Joachim Lühti en Jean-Pierre Van Rossem, dan waren de avonturen van USF1 en Stefan GP eigenlijk heel retro. Iedereen sprak er schande van, maar laten we wel wezen: het zijn wel de verhalen die sjeu geven aan de Formule 1.
Want hoe wil de liefhebber de hoofdrolspelers van de sport het liefste zien? Niet als gelikte pr-machines. Coureurs horen brutale levensgenieters te zijn, hun vriendinnetjes zijn bloedmooi en een tikje ordinair. En wie zijn de leukste teambazen? Toch de sjacheraars met de grote bek en het gouden hartje. Kortom, leve de nieuwe teams! De inschrijvingstermijn voor 2011 is alweer geopend.
Oorspronkelijk verschenen op Driving-fun.com.
