De mythe van de foutloze kampioen

Sebastian Vettel

Titel van de betrouwbaarheid

Het is een hardnekkige mythe dat wereldkampioenen Formule 1 de coureurs zijn die geen fouten maken. Als je die wijsheid loslaat op het huidige seizoen, zou er niemand de titel mogen opeisen. Vrij merkwaardig, want juist deze post-Schumacher-generatie wordt vaak de talentvolste aller tijden genoemd. Een paradox?

Het is misschien een beetje denigrerend om te spreken over de generatie na Schumacher terwijl de grote kampioen zelf nog een van de 24 F1-coureurs is, maar iedereen die de Formule 1 enigszins volgt, begrijpt onmiddellijk om welke generatie het gaat: de mannen die in hun actieve carrière niet tot nauwelijks tegen de ‘oude’ Schumacher hebben geracet. Hamilton, Vettel, Kubica, Rosberg.

Van de generatiegenoten van Schumacher is alleen evergreen Rubens Barrichello nog over. Coulthard en Fisichella zwaaiden af, Heidfeld en Trulli doen alleen nog voor spek en bonen mee. En Jenson Button? Ook al reed de Brit net meer Grands Prix dan Heidfeld, Button is misschien eerder te plaatsen in de categorie coureurs van wie de vroege carrière tot een onbetekenend fenomeen werd gereduceerd vanwege de alomtegenwoordige oppermacht van de Grote Duitser. Ook Alonso, Webber en Massa vallen in die groep, waarbij Alonso de man was die Schumacher uiteindelijk op de knieën kreeg.

Niet rijp voor de titel?

En zo kom je tot de beste acht coureurs van het wereldkampioenschap van 2010, waarvan er vijf – hoewel een daarvan sinds Korea alleen nog mathematisch – nog altijd kans maken op de titel. De talentvolste generatie sinds het tijdperk Prost-Senna-Mansell-Piquet, zo is er de afgelopen maanden regelmatig beweerd.

Maar hoe verhoudt die bewering zich met de veelgehoorde wijsheid dat wereldkampioenen geen fouten maken? Of omgekeerd: de uitspraak dat Hamilton, Vettel of vul maar in niet rijp voor een titel zijn omdat ze nog te veel fouten maken?

Pech veel bepalender

Het is een hardnekkige mythe, de mythe van de foutloze kampioen. Natuurlijk verhoogt het maken van fouten je kansen op de titel niet, maar is het werkelijk zo erg? Lewis Hamilton is ondanks zijn fouten al een keer wereldkampioen geworden – dat is eigenlijk al genoeg om de mythe te logenstraffen – terwijl Robert Kubica echt heel zelden op een foutje is te betrappen, maar niet bij de vijf hoort die nog kans maken op de titel.

Andere zaken zijn nog altijd belangrijker. Welke auto je tot je beschikking hebt bijvoorbeeld. In een Ferrari had Kubica er ongetwijfeld zes man van gemaakt die nog kampioen kunnen worden. Jenson Button zal intussen de laatste zijn om te ontkennen dat hij zijn titel vorig jaar deels te danken had aan de briljante Brawn BGP001. Daarnaast is de vraag of je topauto wel betrouwbaar genoeg is. Uit onderstaande losse inventarisatie van de vier overgebleven titelpretendenten blijkt bijvoorbeeld dat Sebastian Vettel dit jaar veel meer pech heeft gehad dan zijn concurrenten: vier keer, tegenover drie keer voor Hamilton en slechts één keer voor Alonso en Webber.

Waar gehakt wordt…

Daar staat tegenover dat de jonge Duitser ook de meeste fouten maakte, als we voor het gemak de Turkse aanvaring met Webber helemaal op zijn conto schrijven. Maar de man die nu de titelstrijd aanvoert, maakte evenveel fouten: ook vier. Waar gehakt wordt, vallen blijkbaar spaanders. Webber maakte drie fouten – als we in dit geval de lancering over de rug van Kovalainen in Valencia aan hem toeschrijven, want hij had zichzelf door een beroerde start sowieso in die situatie gebracht.

Het ‘wilde foutenfestival’ Lewis Hamilton reed juist een redelijk foutloos seizoen tot aan die twee DNF’s in Italië en Singapore, die nog vers in ons geheugen liggen. De laatste mag bovendien voor de helft op de rekening van Webber worden geschreven en telt dus meer als halve pech.

Alonso

  •  15 punten verloren door pech: Maleisië (15)
  •  38 punten verloren door eigen fouten: Australië (6), Monaco (7), Engeland (15), België (10)
  •   saldo: -23

Webber

  • 18 punten verloren door pech: Turkije (18)
  • 42 punten verloren door eigen fouten: Australië (6), Europa (18), Korea (18)
  • saldo: -24

Hamilton

  • 32 punten verloren door pech: Spanje (18), Hongarije (12), Japan (2)
  • 30 punten verloren door eigen fouten: Italië (15), Singapore (15)
  • saldo: +2

Vettel

  • 66 punten verloren door pech: Bahrein (13), Australië (25), Spanje (3), Korea (25)
  • 68 punten verloren door eigen fouten: Turkije (25), Engeland (18), Hongarije (10), België (15)
  • saldo: -2

Een foutloze kampioen? Die zullen we dit jaar niet mogen huldigen. Het is ook te veel gevraagd, juist omdat deze generatie zo collectief talentvol is. Nooit eerder waren vijf coureurs tot zo ver in het kampioenschap nog in de strijd om de titel. Nooit eerder was de tweestrijd binnen maar liefst drie topteams zo groot. In zo’n hogedrukgebied breekt zelfs de koelste kikker het zweet weleens uit.

Buiten adem

Sebastian Vettel is daar uiteraard het sterkste voorbeeld van. Hij had er ook de meeste reden toe. Al aan het begin van het seizoen raakte hij twee zeges kwijt door pech, waarna zijn seizoen een inhaalrace werd waarin hij regelmatig buiten adem raakte. Uiteindelijk raakte hij zelfs meer punten kwijt door eigen fouten dan door de pech die hem achtervolgde.

Toch is Vettels pech/fouten-saldo bijna net zo gunstig als dat van Hamilton. Bij juist de twee grootste kanshebbers – Alonso en Webber – slaat de balans negatief door. Het bewijst dat ze vooral op de bovenste twee plaatsen van de ranglijst staan door de betrouwbaarheid van hun auto’s.

Fouten vergeven

Als we deze saldo’s eens loslaten op de tussenstand na Zuid-Korea, ziet de WK-stand er opeens heel anders uit:

  1. Hamilton: 210 + 2 = 212
  2. Alonso: 231 – 23 = 208
  3. Vettel: 206 – 2 = 204
  4. Webber: 220 – 24 = 196

Het wordt weer helemaal anders als we iedereen zijn fouten vergeven en alleen ieders pech verdisconteren in de puntenaantallen, even buiten beschouwing latend dat anderen daardoor vanzelf minder punten hadden gescoord:

  1. Vettel: 206 + 66 = 272
  2. Alonso: 231 + 15 = 246
  3. Hamilton: 210 + 32 = 242
  4. Webber: 220 + 18 = 238

En wie weet, zonder pech ook minder druk? In dat geval was Vettel niet in Brazilië al tot wereldkampioen gekroond maar God weet hoe vroeg al in het seizoen. Maar zoiets gebeurt alleen in een seizoen als het voorgaande of 1992, toen er één coureur met één topauto vanaf de eerste GP met kop en schouders boven de rest uitstak. Als Vettel die eerste drie races gewoon had gewonnen dankzij een Red Bull die net zo betrouwbaar als snel was geweest, was hij wellicht in een vergelijkbaar ritme gekomen, maar ook dan was de tegenstand dit jaar zo groot geweest dat foutloos blijven onmogelijk was geweest.

Pech drukt extra zwaar

De huidige stand bewijst dus vooral dat de wereldkampioen een auto heeft die niet kapotgaat. Juist doordat mechanische pech in dit tijdperk van technische consolidatie een uitzondering is geworden, dreunt elk geval extra zwaar door voor het kampioenschap. Kortom, laten we de mythe van de foutloze kampioen maar snel ten grave dragen.

Oorspronkelijk geplaatst op Driving-fun.com.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.