Kan inhalen te makkelijk zijn?
Niet de onthulling van de definitieve zwart-gouden kleuren van Renault. Ook niet de ruzie van HRT met de club van teams FOTA. En al helemaal niet het schot voor de boeg van Vettel door Alonso, die beweert dat Schumacher in 2011 zijn grootste rivaal wordt. Nee, het F1-nieuws van deze week was de uitspraak van ex-Renault-teammanager Pat Symonds – u weet wel, van ‘Crashgate’ – die beweerde dat het inhalen in de F1 weleens te makkelijk zou kunnen worden dankzij de beweegbare achtervleugel die dit jaar wordt geïntroduceerd. Kan dat, té makkelijk?
De beweegbare achtervleugel is een van de nouveautés in de F1 die het afgelopen najaar nogal ondergesneeuwd raakte tussen alle wijzigingen voor 2013 die gelijktijdig werden aangekondigd. Het nieuwe aerodynamische hulpmiddel komt echter niet in 2013, maar dit seizoen al. Dus ook al zijn de double diffusers en de F-Ducts met ingang van dit jaar verboden, in 2011 kan de aandacht opnieuw uitgaan naar een trucje dat nauwelijks zichtbaar is, maar wel grote effecten heeft.
Het verschil is dat de beweegbare achtervleugel is ingevoerd door de FIA zelf, terwijl de double diffuser en de F-Duct het resultaat waren van het slim benutten van gaten in de FIA-reglementen. Daardoor zijn alle teams vanaf hetzelfde moment met een schone lei begonnen. Er zijn ook overeenkomsten. Net zoals de F-Duct een handeling van de coureur nodig had, zo kan de nieuwe achtervleugel ook vanuit de cockpit worden bediend. Met alle risico’s van dien, zo vermoeden critici, want verkeerd gebruik zou tot grote gevaren kunnen leiden.
Volgens Pat Symonds, de voormalige teammanager van Renault, moet het F1-paddock dit soort innovaties juist omarmen. De man die moest wijken na het ‘Crashgate’-schandaal rondom de opzettelijke crash van Nelsinho Piquet in Singapore in 2008, sprak op de beurs van het gerenommeerde Britse autosporttijdschrift Autosport in Birmingham, dezelfde show waar zijn voormalig werkgever trots zijn zwart-gouden kleuren aan het publiek onthulde.
Symonds, een echte racegek die weet wat er te koop is, weet nog niet precies wat hij van het nieuwtje moet verwachten, maar vermoedt dat de bekende F1-strategie van de afgelopen jaren in de vuilnisbak kan. Hij schaart zich bij de groep mensen die denkt dat de vleugel zó effectief wordt dat inhalen te makkelijk zou kunnen worden. “Als twee auto’s in de laatste ronde om de zege strijden, kon je weleens beter af zijn door als tweede de laatste bocht in te gaan. Als je voorop rijdt, loop je mogelijk de kans dat je de overwinning zeker verliest. Zoiets zal een enorme invloed op racestrategieën hebben.”
De uitspraken van Symonds doen denken aan bepaalde Indycar- en NASCAR-races, waarin aan kop rijden ook dodelijk is, vooral de 500-mijlswedstrijden op grote ovals zoals Fontana. Zulke races draaiden de afgelopen jaren vaak uit op het verplicht afwikkelen van de raceafstand, waarna de echte strijd pas na de laatste bandenstops losbarst. “Inhalen moet ook weer niet te gemakkelijk”, meent Symonds dan ook. “Het zou hetzelfde moeten zijn als een doelpunt bij het voetballen. Niet als een basketbalscore.”
Wat denken de DF-lezers? Moet inhalen niet te makkelijk worden? Of kan het juist niet makkelijk genoeg zijn? Of zijn de verwachtingen rondom de beweegbare achtervleugel te hooggespannen en zal het in de praktijk wel mee- (of juist tegen)vallen?
Oorspronkelijk geplaatst op Driving-fun.com.
