F1-innovatie: turbo’s en ground effect

Lotus 78

Gezichtsbepalers

Zeswielers faalden jammerlijk, maar twee andere innovaties tilden de Formule 1 tegen het einde van de jaren zeventig naar een hoger niveau: turbo’s en ground effect. Opeens waren ‘gewone’ 3-literauto’s kansloos dankzij de uitvindingen van Renault en Lotus. Hoewel Lotus één keer wereldkampioen werd dankzij ground effect, kon Renault nooit echt cashen met zijn turbo’s. Twee andere teams bouwden er hun moderne imperium op: Williams en McLaren.

In het vorige deel van deze DF-serie over de innovatiegeschiedenis in de Formule 1 zagen we dat de ontwikkelingen in het 3-litertijdperk halverwege de jaren zeventig tot stilstand aan het komen waren. De revolutionaire motor die de Cosworth DFV in 1967 nog was, leverde in 1975 inmiddels een ondermaatse bijdrage aan het totale snelheidspakket. Hij was goedkoop en inmiddels beproefd, de enige redenen dat zo veel teams er nog steeds mee reden. Het was tijd voor een nieuwe innovatiegolf.

Tyrrell en March dachten het ei van Columbus te hebben gevonden met de zeswieler. Ook Ferrari probeerde het met een prototype met zes wielen en onderzocht daarnaast de mogelijkheden van CVT. Twee andere ideeën oogsten meer succes: turbo’s en het zogenaamde ground effect. Beide innovaties zagen in 1977 het licht, juist op het moment dat de zeswieler al over zijn hoogtepunt heen was. In de komende drie delen bespreken we het succes van turbo’s en ground effect, omdat ze zo onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn in de tijd – 30 jaar geleden, maar ook over twee jaar…

Het idee van een turbo was eigenlijk heel logisch. Het 3-literreglement voorzag net als vorige reglementen in een equivalentieformule voor geblazen motoren. Omdat dat in de jaren vijftig en zestig automatisch neerkwam op een compressor of supercharger – minder krachtig dan een turbo – hadden de regelmakers de cilinderinhoud van de geblazen variant gehalveerd tot anderhalve liter. Veel te veel voor een serieuze turbotoepassing, zoals later zou blijken. Renault zag het gat in de regels en sprong er vol in.

Ground effect was een aerodynamische vondst van Colin Chapman, tot zijn dood in 1982 immer de innoverende kracht in de Formule 1. Het idee behelsde het kanaliseren van de luchtstroom onder de auto, om zo meer neerwaartse druk te genereren. Het concept draait om het vasthouden van de lucht onder de auto om het vervolgens langs een vleugelvormige bodem te leiden. Daardoor reist de lucht sneller onder de auto dan erboven. Het effect is dat het voertuig beter aan de grond plakt: vandaar de naam ‘ground effect’. Een effectieve toepassing van ground effect verhoogt de aerodynamische grip en kan de bochtensnelheden van een auto zo radicaal verhogen.

Het hele achtergrondartikel lezen? Kijk verder op Driving-fun.com.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.