Geen geluid, maar geld
En toen ging ’t toch nog snel. Nadat de emoties in F1-kringen vorige week hoog opliepen, kwamen de teams, Bernie Ecclestone en de FIA er verrassend gemakkelijk uit: het worden V6 turbo’s in 2014. Het besluit werd gisterenavond officieel bekrachtigd in een bijeenkomst van de World Motor Sport Council van de FIA. Een diplomatieke nederlaag én overwinning van FIA-president Jean Todt, binnen een week. Maar wat zit er nu werkelijk achter al dit getouwtrek?
Het is nu dus definitief. In 2014 stapt de Formule 1 over op V6 turbo’s van 1,6 liter. Echt definitief? Dat zou je wel zeggen, maar daar leek het ook in december op, toen diezelfde World Motor Sport Council (WMSC) zijn stempeltje zette op het plan voor vierpitters in 2013. Ook dat was toen ‘definitief’.
Alles leek in de eerste maanden daarna koek en ei, maar in de loop van dit voorjaar stak het gemor de kop op. Viercilindertjes? Hoe gay! Ferrari, Mercedes en Cosworth wilden opeens niet met een motorconcept worden geassocieerd dat ook is terug te vinden in een Focus of een Astra. Alleen Renault was blij dat er motoren kwamen waarmee de torretjes in hun Scenics een verwantschap kunnen claimen.
Niets is veranderlijker dan de mens
De gemoederen liepen hoog op toen ook Bernie Ecclestone zei dat hij bang was dat het publiek massaal de wijk zou nemen. Wat als ze zouden horen wat voor een armzalig geluid die F1-auto’s produceerden – hoezo hoogste klasse van de autosport? Diverse circuiteigenaren, nota bene de afgelopen jaren gegeseld door de steeds hogere prijzen die Bernie vroeg, liet hij opdraven om kabaal te maken. Als de plannen zouden doorgaan, gingen ze wel met Indycar in zee.
Het hele artikel lezen? Het complete verhaal vind je op Driving-fun.com.
