Hoe hoog is jouw taaltolerantie?

Je kunt er de klok op gelijk zetten, vooral in de diverse internetdiscussiegroepen over taal: mensen die verontwaardigd in de pen klimmen vanwege een abject taalverschijnsel dat ze kort geleden hebben gesignaleerd en sindsdien ‘alarmerend’ in omvang hebben zien toenemen. Zijn deze poortwachters de scherpe waarnemers van taalverandering in haar volle, niet te stuiten werking? Leggen ze de vinger op de zere plek van grillige taalmodes? Of is er iets anders aan de hand?

Waar je niet op let, valt je ook niet op. Je kent ’t wel: nooit eerder zag je een vrachtwagen van vervoerbedrijf X rijden. Je wist niet eens af van het bestaan van X. Totdat je op een verjaardag kennismaakt met een chauffeur, marketeer of directeur van X (afhankelijk van het soort feestjes dat je frequenteert) en een leuk gesprek hebt over het wel en wee in de transportbranche. In de weken daarna passeer je op de snelweg opeens de ene na de andere vrachtwagen van het bedrijf.

In zo’n geval besef je na een tijdje dat bedrijf X allang bestond. En als je ’t al niet heimelijk wist, dan heeft je gesprekspartner van het verjaardagsfeestje je wel verteld dat X zojuist zijn 35-jarig bestaan heeft gevierd. Dat je plotseling overal de naam X ziet opduiken, ligt duidelijk aan jezelf. Je bent er gevoelig voor geworden.

Hetzelfde gebeurt met taal. Voor de gemiddelde taalgebruiker is er meestal een trigger nodig om een proces van taalverandering te signaleren. Het verschil met de vrachtwagens van bedrijf X: de kritische taalgebruiker denkt meteen dat hij een uniek stokpaardje kan bestijgen. Hij heeft een ontluikend taalfenomeen in de knop betrapt. En het tempo waarin het onkruid vervolgens om zich heengrijpt, kan niet anders worden beschreven dan in termen van wildgroei. Waar zijn de hoveniers van de taal?

De voorbeelden zijn legio: ‘hun hebben’, het verdwijnen van het lidwoord ‘het’, de overtreffende trap met ‘meest’, de teloorgang van het betrekkelijk voornaamwoord ‘dat’ ten faveure van ‘wat’. Allemaal verschijnselen die al vele jaren gaande zijn – en nog vele jaren gaande blijven – maar opeens worden ze in de tijd bevroren als een ‘Help: nieuwe ergernis!’.

Ter geruststelling van de taaldoemdenkers: zo snel gaat taalverandering niet. En ter geruststelling van de taalvrijdenkers: de grootste critici van taalverandering beschikken blijkbaar over een opmerkelijk grote taaltolerantie. Want zolang ze niet worden ingefluisterd over een verandering die nog decennia nodig heeft om te rijpen, storen ze zich er kennelijk ook niet aan. Mensen lezen erover in de krant, omdat een argeloze taalwetenschapper erover heeft gepubliceerd, en bam – meteen schreeuwen ze moord en brand, alsof we morgen de grammaticaboekjes moeten herschrijven. En hebben ze de verandering zonder hulp gesignaleerd? Dan is de emmer jarenlang volgedruppeld voordat hij over de rand van het bewustzijn ging lopen. Ik merk het ook bij mezelf: ik hoef zo’n ‘nieuw’ fenomeen bij toeval maar een paar keer kort achter elkaar tegen te komen en opeens zie ik het overal. Terwijl het al jarenlang aan het sluimeren was zonder dat ik het in de gaten had.

Neem nu die vervanging van het betrekkelijk voornaamwoord ‘dat’ door ‘wat’. Die wordt alweer ingehaald door een beweging van ‘dat’ naar ‘die’, zoals in ‘het programma, die’ en ‘het bedrijf, die’. Die verandering is nog grotendeels gaande onder de radar van de amateurtaalvorsers, omdat hij iets subtieler is dan de dreigende ondergang van het lidwoord ‘het’. Was deze jou nog niet opgevallen? Let dan maar op hoe vaak je het vanaf nu gaat horen. Had je maar niet op mijn feestje moeten komen.

Oorspronkelijk gepubliceerd in Wereld, het weblog van Jager & Neyndorff.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.