Momenten met Ayrton en Gilles

Senna's Toleman-Hart TG184, Villeneuve's Ferrari 126CK

Om nooit te vergeten

Een gewoon mens associeert het begin van de meimaand met lammetjes, bloesems en korte rokjes. Vrolijkheid alom dus, maar een autosportliefhebber denkt ook altijd even terug aan 1 mei 1994 en 8 mei 1982. Dit jaar leven we alweer 18 jaar zonder Ayrton en 30 jaar zonder Gilles. Was het daarom zo somber buiten de afgelopen week?

Nu kunnen we natuurlijk heel verdrietig gaan doen over die Zwarte Zaterdag op Zolder of die Zwarte Zondag op Imola (en zaterdag, want laten we Roland Ratzenberger niet vergeten), maar liever gedenken we bij DF de mooie momenten. Dit is onze topdrie van Ayrton en Gilles zoals we ze nooit zullen vergeten.

Ayrton Senna ten voeten uit

3. GP Monaco 1984, Monte Carlo
Deze totaal verregende Grand Prix door de straten van Monte Carlo telde uiteindelijk voor halve punten, dankzij de beslissing van wedstrijdleider Jacky Ickx om de race voortijdig te staken. Thuisfavoriet Alain Prost won en nam de ‘volle’ viereneenhalve punt mee naar huis, maar een piepjonge Ayrton Senna – in een ongeliefde Toleman-Hart TG184 – naderde met rasse schreden. In pas zijn vijfde GP.

Het tekende de toekomstige kampioen dat hij niet nederig de overwinning aan de beste coureur ter wereld gunde, maar in plaats daarvan woedend was over de beslissing die Ickx had genomen. De race had nooit afgevlagd mogen worden! Als Prost al niet in Senna’s vizier stond, dan was de Fransman nu doelwit nummer één. Is Prost de beste? Dan moest Senna er alles voor doen om juist hém te verslaan. Het eerste zichtbare zaadje voor de latere titanenstrijd werd kortom hier geplant. En er werd meteen genoeg water overheen gegoten om zo het snel te laten groeien dat het later alleen met wortel en tak kon worden uitgeroeid.

De legende van Senna’s bijna-overwinning wordt een beetje verbleekt doordat Stefan Bellof in de lichtvoetige atmosferische Tyrrell op zijn beurt nog harder inliep op Prost én Senna, maar de vraag blijft hoe lang de jonggestorven Duitse waaghals dat tempo zonder fouten had volgehouden. Ayrton Senna gunnen we het voordeel van de twijfel wel.

2. GP Europa 1993, Donington Park
Vergeet de twee Suzuka’s. Dit was de race waarin Senna sportief afrekende met Alain Prost. In het jaar waarin de Fransoos onbedreigd naar een vierde wereldtitel reed, kon het Prost weinig deren, maar Ayrton had zijn punt gemaakt.

Natuurlijk door die fabelachtige eerste ronde, waarin hij auto na auto inhaalde op weg naar de kop van de wedstrijd – met in zijn kielzog een jonge Rubens Barrichello, huizenhoog opkijkend tegen zijn idool. Maar ook door daarna precies op tijd van banden te wisselen, alleen op de momenten dat het nodig was, in plaats van zeven keer naar binnen te komen, zoals notoir regenhater Prost.

Eén keer was de Williams-Renault FW15 niet met gemak de beste van het veld. Eén keer was alle glorie voor de McLaren MP4/8, ontworpen voor een Lamborghini V12, maar het seizoen begonnen met een haastig erin gelepelde Ford V8 van de tweede garnituur (Benetton had de eerste keus). Senna maakte het verschil.

1. GP Portugal 1985, Estoril
Mijn mooiste herinnering aan Ayrton Senna da Silva? Niet de rivaliteit met Prost, niet het eindeloze getreiter met Nelson Piquet, niet eens het ijzingwekkende duel tot aan de meet met Nigel Mansell op Jérez. Nee, mijn mooiste herinnering aan Senna is de herinnering aan een kunstenaar. Senna solo, alleen met zijn auto tegen de elementen, ver van alle controverse rondom zijn persoon en gedrag op en naast de baan verwijderd.

Mijn mooiste herinnering is dus die aan zijn eerste GP-overwinning. In Portugal, in de stromende regen (uiteraard), waar hij in zijn zwartgouden Lotus-Renault simpelweg wegreed van het veld. Tegenstanders zagen hem alleen als hij hen op een ronde zette.

De dag waarop Ayrton Senna de eregalerij van GP-winnaars betrad, was ook de dag dat hij meteen tot de gevestigde namen behoorde. Het viertal dat de late jaren tachtig en de vroege jaren negentig zou domineren – Prost, Piquet, Senna, Mansell – werd in 1985 geboren. En tegelijk zagen we nog de onbedorven blijdschap van de jongeling die zijn eerste race wint – zoals we die in 1992 bij Schumacher zagen of in 2008 bij Vettel. ‘Verfrissend!’ riepen we toen nog, terwijl we eigenlijk wisten dat we bij deze jongens al gauw zouden zeggen: ‘Alweer hij…’.

De onstuitbare Gilles Villeneuve

3. GP Amerika 1979, Watkins Glen
Wanneer was Gilles Villeneuve op z’n onvergetelijkst? Als hij dingen deed die normale stervelingen niet konden. Het grootste bewijs daarvan leverde hij niet in een race. Daarvoor moeten we naar de vrijdagkwalificatie voor de GP van Amerika op Watkins Glen. Het was een sessie om des keizers baard, voor een race om des keizers baard (Scheckter was al kampioen), en het kwam ook nog eens met bakken uit de lucht. Waarom zou je moeite doen?

Gilles wel. In een uurtje waar zijn tijdgenoten nog altijd vol ontzag over spreken, durfden maar zes man naar buiten te gaan. De rest vond het zinloos. ‘Zin’ of ‘nut’ waren woorden die niet in het woordenboek van Villeneuve stonden. Het was een kwalificatiesessie en kwalificeren zou hij.

Zijn snelste tijd was op een gegeven moment 11 seconden sneller dan die van de nummer twee, zijn teamgenoot Jody Scheckter. De Zuid-Afrikaan harkte er nog wat seconden af, maar het gat bleef staan op bijna negen seconden. Negen. En de race (opnieuw in de regen)? Die won Villeneuve ook.


2. GP Frankrijk 1979, Dijon
Winnen kun je ook door tweede te worden. Het gebeurde op de dag dat Renault met zijn turbomotoren definitief doorbrak. Jean-Pierre Jabouille reed mijlenver vooruit in zijn RS10, op weg naar zijn eerste zege én de eerste voor Renault én de eerste voor een turbomotor. Maar niemand die er acht op sloeg.

Rondenlang waren de camera’s gericht op het duel om de plaatsen twee en drie. Goed, Renault liep zijn airtime niet mis, want de tweede Renault van René Arnoux was volop in beeld. Maar wie stal de show? Gilles Villeneuve en zijn Ferrari.

Het filmpje van het duel is op YouTube inmiddels meer dan twee miljoen keer bekeken. En terecht. We zien niet alleen een schitterend duel, op het scherp van de snede, maar we zien ook een eerlijk duel uit een tijd dat (in dit opzicht in ieder geval) alles beter was. Zien we Gilles of René ook maar één keer die ‘one move’ maken die de jeugd van tegenwoordig is toegestaan? Nee, want dit is racen zoals het hoort. Niet zwalken over de baan om je tegenstander achter je houden, maar later remmen, nog later remmen, je meerdere erkennen in je opponent als die je verslaat, maar daarna niet opgeven en weer terugkomen. Mooier wordt het niet – en zal het met de huidige regels ook nooit meer worden.

1. GP Nederland 1979, Zandvoort
De mooiste momenten zijn altijd de momenten waar je zelf bij was. Dus kies ik niet voor zijn onwaarschijnlijkste overwinning: Monaco 1981, in een turbo-vrachtwagen met Ferrari-stickers erop, na een al even fabelachtige kwalificatieronde. Evenmin voor zijn prestatie van twee weken later, op Jarama, toen hij op het Spaanse circuit vier auto’s rondenlang achter zich hield, op weg naar zijn tweede onwaarschijnlijke overwinning op rij. Ik kies niet eens voor zijn meest vergeten moment: de dag waarop hij als internationaal volslagen onbekende local hero alle grote namen versloeg die te gast waren voor de klassieke Formula Atlantic-race in het Canadese Trois-Rivières.

Gilles wilde boven alles winnen en toch won hij maar zes GP’s. Veel mooier zijn zijn vele mislukte pogingen. En dus kies ik alweer een moment uit 1979, het jaar waarin hij kampioen had kunnen worden, maar de eer liet aan de nummer één van het team, Jody Scheckter (die de titel net zo verdiende, daar niet van). We gaan naar Zandvoort, waar ik als jongen van 11 de race volgde in de vipbox van Esso. Gilles had weer eens pech: een langzaam leeglopende lekke band. Hij spinde, verloor de leiding aan Alan Jones, maar ging meteen in de achtervolging, lekke band of niet. Dus joeg hij drie ronden langs de ingang van de pitstraat toen het Michelin-rubber het niet langer kon verdragen en in de Tarzan van de velg afrolde.

Toen had hij nog een lange ronde te gaan naar de pits. Op het moment dat de Frans-Canadees zijn auto onder mijn neus parkeerde, bungelde het linkerachterwiel een halve meter achter de 312T4. Volstrekt kansloos en volkomen dom natuurlijk. Maar zo was Gilles. Onstuitbaar. De ‘hogepriester van de verwoesting’, zoals de Commendatore hem het jaar ervoor nog had genoemd – liefkozend overigens. Toch was het ‘le Professeur’ Alain Prost met zijn zijdezachte rijstijl die het wezen van ‘nummer 27’ ooit het beste samenvatte. “Gilles was the last great driver. The rest of us are just a bunch of good professionals.” De Britten hebben een mooie uitdrukking voor het doorzettingsvermogen van de legendarische Canadien: never say die. Het motto was Gilles op het lijf geschreven. Tot die fatale 8 mei 1982.

Oorspronkelijk verschenen op Driving-fun.com.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.