Op de valreep van het jaar wil ik het graag met u hebben over dikdoenerigheid in taal. Mooi op tijd om met een goed voornemen voor 2004 daarmee af te rekenen, dus ik los alvast het startschot door mijn pijlen te richten op onze minister-president en zijn epigonen in soft taalgebruik.
De meeste aandacht in JPB-persiflages gaat tot nu toe uit naar zijn vaak gehekelde ‘asgatom’, in normaal spreektempo beter bekend als ‘als het gaat om’. Nu is ‘als het gaat om’ al jaren een veelgebruikte truc onder tekstschrijvers. Je kunt er vlot lopende zinnen mee maken, die ook nog eens iets betekenen.
Home Electronix is een betrouwbaar bedrijf als het gaat om service en het nakomen van afspraken.
Iedereen weet wat daar staat. Je kunt bij Home Electronix in ieder geval op twee dingen rekenen: het bedrijf levert goede service en komt zijn afspraken na. Daar staat tegenover dat de onderneming op andere gebieden mogelijk onderpresteert, maar dat hoeven we met deze formulering niet te vermelden. Ook claimt de tekstschrijver niet dat Home Electronix op alle fronten betrouwbaar is.
De JPB-variant is in zoverre nieuw dat hij ‘als het gaat om’ op een nietszeggende manier gebruikt, net als de klassieker ‘keuzes maken’. Politici menen immers stemmen te trekken door te beweren dat het belangrijk is om keuzes te maken. Helemaal waar, maar zelden leggen zij vervolgens uit om welke keuze het gaat, welke optie de voorkeur verdient en welke andere opties mogen worden geprullebakkeerd. Je zult eens uit de tent worden gelokt. JPB is een fervent gebruiker van ‘keuzes maken’ en zet ‘als het gaat om’ op een vergelijkbare manier in. Niet zelden gebruikt hij ‘als het gaat om’ als inleiding op een ontwijkend antwoord dat slechts zijdelings ingaat op de inhoud van de vraag en grammaticaal in het geheel niet. In die zin mist hij de sierlijkheid van zijn voorganger, die in ieder geval antwoord op de vraag gaf – of althans leek te geven. Het JPB-antwoord is altijd ingestudeerd, volgens de eenvoudigste regels der mediatraining. Daar houdt hij aan vast en daar is hij ook niet van af te brengen. Neem deze:
Interviewer: Vindt u ook niet dat wetten en regels strenger moeten worden gehandhaafd?’
JPB: ‘Als het gaat om vragen op het gebied van een daadkrachtige overheid is het van belang te stellen dat mensen waar mogelijk ook hun eigen verantwoordelijkheid moeten nemen.’
De vraag ‘Vindt u ook niet’ verwacht natuurlijk een antwoord ‘Ja’, ‘Nee’ of ‘Ten dele’. Zo zal de minister-president zijn antwoord echter nooit beginnen. In plaats daarvan opent hij steevast met ‘Als je het hebt over’, ‘Wanneer we spreken van’, ‘Als je ziet dat’ en de gouwe ouwe onder de tekstschrijvers, ‘Als het gaat om’. Daarna volgt een gewichtigheidsfrase die helderheid moet suggeren: ‘is het van belang te stellen dat’, ‘moet het volstrekt duidelijk zijn dat’, ‘kunnen we constateren dat’, ‘kan het in beginsel niet zo zijn dat’. Het slot brengt de vaagheid in alle omvang terug, vaagheid die uiteraard al in de voorbereiding tot het ingestudeerde antwoord werd beoogd. Want is JPB nu voorstander van een daadkrachtige overheid of niet? Uit zijn opstelling in het debat over normen en waarden blijkt dat hij een actieve en zelfs bemoeizuchtige overheid propageert. Het woord ‘daadkrachtig’ duidt daarop. ‘Eigen verantwoordelijkheid nemen’ is daarentegen JPB-speak voor een terugtrekkende overheid die mensen aan hun lot overlaat. Die ‘eigen verantwoordelijkheid’ moet mensen ‘waar mogelijk’ en ‘ook’ nemen. De luisteraar is dus niets wijzer geworden. Soit, niets nieuws onder de Haagse zon.
Maar nu struikelt mijn oor al een paar maanden over een nieuwe grammaticale constructie, die net als ‘Het kan niet zo zijn dat’ in politiek Den Haag moet zijn ontwikkeld en geboekstaafd voordat journalistiek en opiniërend Nederland het opstootte in de vaart der volkeren. Wederom is JPB er een verwoed gebruiker van – net als Van Aartsen en Dittrich – ook al is het natuurlijk maar de vraag of hij er de uitvinder van is. Ik heb het over de volgende vorm:
Ja, die kwestie van de arbeidsparticipatie is ook een interessante.
Uw punt van inkomensverdeling is een heel belangrijke.
De argeloze luisteraar vraagt zich wellicht af waarom de mensen die zich van deze constructie bedienen, niet gewoon ‘is heel belangrijk’ en ‘is ook interessant’ kunnen zeggen. Er wordt extra adem geïnvesteerd in de bovenstaande vorm, dus het moet een functie hebben. Bovendien is er iets raars aan de hand in de tweede zin. Want kun je in de eerste zin nog beweren dat er sprake is van weglating (‘Die kwestie […] is ook een interessante kwestie’), in de tweede zin is ‘punt’ onzijdig, waardoor een eventuele terugverwijzing naar dit woord ongrammaticaal geschiedt:
*Uw punt van inkomensverdeling is een heel belangrijke punt.
Laten we dus wat zaken testen. Is bijvoorbeeld een analogie met een allang bestaande constructie als deze op z’n plaats?
Haha, die mop, da’s een goeie!
Zou kunnen, want deze zin is ook mogelijk:
Haha, dat verhaal, da’s een goeie!
Maar als deze versteende uitdrukking plotseling productief is geworden, dan zou ‘een (heel) belangrijke’ mogelijk moeten zijn voor alle bijvoeglijke naamwoorden.
Dat constant op en neer lopen naar de interruptiemicrofoon, dat is ook een irritante.
*Dat boek van Renkema is werkelijk een geweldige.
*Die denkfout van de auteur is een domme.
Die denkfout van de auteur van dat boek over taal, spelling en stijl is een heel rare.
In de eerste zin kunnen we achter ‘irritante’ het woord ‘gewoonte’ bedenken. Maar als nu in de context zou blijken dat het om gebruiken (onzijdig) in de Tweede Kamer gaat, in plaats van gewoonten (vrouwelijk)? In de tweede zin horen we hoe dat wringt. Uit de derde en vierde zin blijkt bovendien dat de lengte van de zin enige invloed heeft op de manier waarop de constructie op ons overkomt. Hoe meer we het zelfstandig naamwoord aan het begin van de zin en de terugverwijzende constructie uiteenplaatsen, des te grammaticaler we de zin ervaren. En als we het over adjectieven hebben, is de vorm dan ook toepasbaar op bijvoeglijk gebruikte voltooid deelwoorden?
*Dat filmrolletje is een slecht ontwikkelde.
Dat klinkt evenmin overtuigend. Een algemeen productieve vorm is ‘een (heel) belangrijke’ dus zeker niet. De constructie is aan zeer bepaalde eisen gebonden: lange zinnen, bepaalde soorten bijvoeglijke naamwoorden. Tot de kern ben ik nog niet doorgedrongen, dus als er mensen zijn die behalve dikdoenerigheid nog een andere aanleiding zien voor de opkomst van deze vorm, dan houd ik me aanbevolen. Ook van andere vormen van wollig taalgebruik word ik graag op de hoogte gesteld – noem me een liefhebber! Wordt vervolgd?
Oorspronkelijk geplaatst in Wereld, het weblog van Jager & Neyndorff.