Martini dry

De laatste ronde: Frankrijk 1977

Zelfs zijn teambaas Bernie Ecclestone is niet overtuigd van de snelheid van John Watson: “Ik heb John niet als kopman naar Brabham gehaald, hij is dat door omstandigheden geworden.” Toch verliest Wattie de Grote Prijs van Frankrijk van 1977 pas in de allerlaatste ronde…

Omdat Carlos Reutemann eind 1976 Brabham verruilt voor Ferrari, vestigt teameigenaar Bernie Ecclestone voor het nieuwe seizoen alle hoop op Carlos Pace. De Braziliaan heeft in 1975 zijn eerste Grand Prix gewonnen – voor een uitzinnig thuispubliek – en kenners zien in hem een gevaarlijke outsider voor de WK-titel. Maar als Pace op 18 maart 1977 om het leven komt door een vliegtuigongeluk, heeft Brabham opeens niet één Carlos meer, geen kopman. Maar zoals altijd: the show must go on. En dus richten alle ogen zich nu op John Watson, eigenlijk de tweede man bij Brabham. Hij moet het team op sleeptouw nemen. Net als Pace heeft Wattie zijn eerste GP-winst al binnen. Het was een memorabele dag: op Zeltweg, precies een jaar na de Grote Prijs van Oostenrijk van 1975 – toen het team van Roger Penske stercoureur Mark Donohue verloor – pakte diens opvolger op hetzelfde circuit Penske’s eerste (en enige) zege in de Formule 1. Watson kwam die dag graag zijn belofte na en schoor na de huldiging zijn baard af, het door de Amerikanen verafschuwde facial hair.

Maar ondanks dat succes achten slechts weinigen Watson in staat Pace te vervangen. Een solide steun in de rug van de Braziliaan, zo had Bernie Wattie in huis gehaald. Maar al in zijn eerste race voor Brabham laat John zijn snelheid zien: in Argentinië zet hij de BT45B als tweede op de startgrid. En ook de rest van het seizoen kwalificeert hij zich regelmatig in de top zes. Tot resultaten leidt dat echter zelden: in Zuid-Afrika scoort hij één puntje, in Zweden komen er nog twee bij. De rode Martini-Brabhams zijn veruit de mooiste van het startveld, maar chronisch onbetrouwbaar. Hoofdschuldige is de twaalfcilinder van Alfa Romeo, die Bernie in zijn auto’s heeft gehangen vanwege het succes van Ferrari’s twaalfpitter. De Milanese motor, waar Ecclestone zo’n 20.000 dollar per race voor betaalt, heeft 525 pk – net zoveel als de Ferrari, meer dan een Cosworth V8. Maar Alfa’s broze en dorstige flat twelve wordt nu meer als handicap beschouwd dan als voordeel. In Frankrijk gaat iedereen dan ook uit van het inmiddels bekende scenario. Watson is ook op Dijon vooraan te vinden bij de start, maar de race uitrijden? Weinig kans. Op pole position staat Mario Andretti, een halve seconde los van de rest, Mario’s teamgenoot Gunnar Nilsson vertrekt als derde, als extra bewijs van de snelheid van de ingenieuze Lotus 78. In de Lotus-sandwich zit James Hunt’s McLaren, Watson staat achter Andretti, naast Nilsson, op de tweede rij. De start is beslissend: Mario komt slecht weg, Hunt pakt de leiding voor Watson en Jacques Laffite, supersnel gestart vanaf de derde rij. John is snel, gaat James al in de vijfde ronde voorbij en pakt zo de leiding af van de regerend wereldkampioen. Omdat Hunt Andretti blokkeert, kan Watson een gat van vijf seconden slaan. Als Andretti eindelijk aan Hunt voorbij is, verwacht iedereen dat hij Watson snel zal inhalen, als de Brabham-Alfa al niet de geest geeft. Maar het gat blijft stabiel. En de Brabham blijft heel. Maar in de slotfase van de race verkleint de Amerikaan zijn achterstand en prikt de neus van zijn Lotus onder de versnellingsbak van de Brabham. Nog maar een paar ronden. Watson houdt stand. In de Brabham-pits bijt iedereen op zijn nagels: zal uitgerekend Watson Alfa’s eerste Grand Prix-zege sinds 1951 behalen?

De laatste ronde loopt, de twee auto’s kleven nog steeds aan elkaar. Watson vóór Andretti. De toeschouwers zitten op het puntje van hun stoel. Dan, opeens – drie bochten voor de finish, bergop – slaat de Alfa-motor over. Benzine op, de Martini-Brabham staat droog! De flat twelve stottert – luchtbellen in de brandstofleiding. Watson schakelt meteen de benzinepomp in, maar zijn auto hapert even en in een flits grijpt Mario zijn kans. Sputterend weet John’s Brabham de eindstreep te bereiken, anderhalve seconde na Andretti. Wat doet ’t er nog toe? De zege is hem ontglipt. Extra wrang: er is veel sympathie voor Andretti, die twee weken eerder, op Anderstorp in Zweden, om dezelfde reden een zekere zege verspeelde. “Alsof ik helemaal niet meetel”, zegt John zacht. Alfa Romeo wint een jaar later alsnog, twee keer zelfs. Maar dan zit Niki Lauda aan het stuur van de Brabham – Watson’s nieuwe teamgenoot.

Oorspronkelijk geplaatst in RTL GP Magazine.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.