F1-innovatie: de middenmotor

Cooper

Het paard achter de wagen

We openen onze serie over F1-innovatie met de middenmotor. Met recht, want de komst van de middenmotor is waarschijnlijk de allergrootste revolutie die de Grand Prix-racerij ooit heeft mogen meemaken. En zoals wel vaker was hij niet eens zo bedoeld: de plaatsing van de motor achter de coureur was eerder het gevolg van een keuze voor simpel en dus goedkoop loodgieterswerk. Totdat ene Jack Brabham het licht zag.

De Cooper waarmee Jack Brabham uiteindelijk wereldkampioen werd, was niet de eerste GP-auto met de motor achterin. Het was ook niet de eerste auto met middenmotor die races won en zelfs niet de eerste die een kampioenschap pakte. Het is wel de auto die de voltallige concurrentie uiteindelijk de ogen opende. Want die ogen bleven in de 25 jaar ervoor vrijwel collectief gesloten. Sterker nog, Enzo Ferrari schamperde een jaar vóór Brabhams titel nog dat je paarden niet achter de wagen moet spannen. Een paar jaar later namen zijn ‘Sharknoses’ de titel over van Brabham en Cooper, met inderdaad de V6 in de rug van wereldkampioen Phil Hill.

Welke GP-auto met middenmotor had dan al eerder races en titels gewonnen? Daarvoor gaan we terug naar de jaren dertig, toen Formule 1 nog niet bestond, maar Grands Prix allang. De visie van één man staat centraal in die reis terug in de tijd: Dr. Ferdinand Porsche. Want de man achter de Kraft-durch-Freude Wagen, later bekend geworden als de Volkswagen Kever, was ook het brein achter de Auto Unions die ruim vijf jaar lang samen met de Silberpfeile van Mercedes de Grand Prix-wereld domineerden.

De ‘druppelauto’ als grondlegger

Het begon allemaal in de jaren twintig, met een auto die roemloos zou eindigen als Berlijnse taxi: de Rumpler Tropfenwagen. Dit bijzondere voertuig was het geesteskind van de Weense ingenieur Edmund Rumpler. Met zijn gestroomlijnde druppelvorm, spatborden in de vorm van vleugels en achterin geplaatste W6-motor was de Tropfenwagen zijn tijd ver vooruit. Te ver, want niemand wilde ‘m hebben.

Twee mensen bij Mercedes-Benz zagen net op tijd de kansen die het concept bood om er een raceauto omheen te bouwen: Willy Walb (de latere Rennleiter van Auto Union) en Dr. Porsche. Ze namen Rumplers ontwerp in licentie en fabriceerden vervolgens de Benz RH (‘Rennwagen mit Heckmotor’), beter bekend als de Benz Tropfenwagen. De auto vierde gematigde successen in races en heuvelklimwedstrijden, maar werd na een koerswijziging bij Mercedes uiteindelijk toch geschrapt.

Porsche verliet Mercedes gedesillusioneerd en begon na een kort verblijf bij Steyr zijn eigen ontwerpbureau: Dr.Ing. h.c. F. Porsche GmbH. Al snel werd hem gevraagd een raceprogramma voor Wanderer op te zetten. Het Tropfenwagen-concept keerde terug in Porsches voorstel aan Wanderer: de P-Wagen, een gedurfd ontwerp met een 4,4 liter V16 achterin. De Wanderer-directie moest even slikken en zette het project in de ijskast toen het met Horch, DKW en Audi fuseerde tot Auto Union.

Het hele artikel lezen? Kijk verder op Driving-fun.com.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.