F1-innovatie: de dubbele bodem

Toro Rosso STR6

Luchtstroomtovenaars

Een F1-auto heeft tegenwoordig een platte bodem, met een houten plank eronder die moet voorkomen dat de auto te laag op de weg ligt. Einde ground effect? Nee, want de aerodynamische geest is voorgoed uit de fles. De hogeschool van de luchtstroomwetenschap heeft inmiddels de ene na de andere Harry Potter afgeleverd. De afgestudeerden toverden tal van slimme en niet zo slimme trucs uit de dubbele bodem van hun hoge hoed. Zelfs al in de tijd dat de FISA- en de FOCA-teams nog steeds vechtend over het circuit gingen.

Alles leek pais en vree aan het slot van het vorige deel in deze DF-serie over de innovatiegeschiedenis van de Formule 1. Het was maart 1981, de Concorde-overeenkomst was getekend, de dappere nieuwe wereld van FISA en FOCA samen zou de toekomst van het nieuwe wereldkampioenschap gaan bepalen. Niets was minder waar. Het borrelde onder de oppervlakte, en ook onder de bodems van de F1-auto’s waarvan de skirts nu waren verboden, althans in hun flexibele, beweegbare vorm. Er werd een maximale rijhoogte van 6 cm afgekondigd, uiteraard ‘om de veiligheid van de coureurs te beschermen’, en skirts moesten vast aan de sidepod worden bevestigd. Politiek en economisch was de vrede getekend, maar sportief kwamen de niet-turboteams flink in het gedrag.

Wat nu? Eerdere experimenten met volledige vleugelauto’s zoals de Lotus 80 en de Arrows A2 waren mislukt en nu bovendien helemaal niet meer toegestaan. Die twee auto’s verschenen in de loop van 1979 en waren gebaseerd op hetzelfde idee: ground effect doortrekken tot aan de achtervleugel. Of beter gezegd: de achtervleugel incorporeren in de sidepods, die helemaal doorliepen tot voorbij de achterwielen. De vleugelvormige bodemplaat kon je zo verlengen tot achter de achteras. Gewone voor- en achtervleugels had je zo theoretisch niet eens meer nodig.

Het waren merkwaardige auto’s, vooral de A2 met zijn kogelvormige neus, die iets extra futuristisch kreeg door de gouden kleur van hoofdsponsor Warsteiner. Het idee was geweldig. Beide auto’s creëerden inderdaad een massale hoeveelheid ground effect. Eén nadeel: ze waren niet te rijden. Zowel Colin Chapman als Arrows-ontwerper Tony Southgate kregen het niet voor elkaar om alle downforce onder te brengen in een goed uitgebalanceerde auto. Lotus-coureurs Mario Andretti en Carlos Reutemann en Arrows-coureurs Riccardo Patrese en Jochen Mass kregen volop te maken met het stuitereffect waarover we in een vorig deel spraken. Zowel de 80 als de A2 haalden het einde van het seizoen niet.

Het hele achtergrondartikel lezen? Kijk verder op Driving-fun.com.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.