‘Internet? Dat wordt niks’

Lekker afgeven op internet. Het nut en de zegeningen ervan even stevig relativeren. Vervolgens gnuivend wijzen op de verlieslijdende online-activiteiten en de hopeloze e-business-strategieën van grote ondernemingen. Om ten slotte met de armen over elkaar het gelijk van de markt aan te halen. En o ja, we worden allemaal sociaal misvormde mensen van dat internet. Case closed.

Het lijkt wel het nieuwe gezelschapsspel onder industry watchers. Maar dat zijn wel dezelfde analisten die twee jaar geleden de aandelenkoersen van IT- en telecombedrijven met hetzelfde gemak in het zadel hielpen als waarmee ze die nu onderuit halen.

Laat ik mij daarom op deze plek – hoe bescheiden ook – opwerpen als advocaat van het internet. Want laten we wel wezen: het medium is de puberteit nog maar net ontgroeid. Het heeft een wilde periode achter de rug, waarin het zichzelf en de wereld leerde ontdekken. Het heeft vrienden voor het leven gemaakt, heeft de liefde leren kennen, die niet beantwoord werd, heeft gevoeld wat voor kick het geeft om schoonheid te vernietigen, heeft zelfmoord overwogen en… heeft afstand genomen van zijn scheppers. (meer…)

Moet zakelijke taal versluieren of verhelderen?

De kop die boven deze column staat, lijkt een kwestie van inkoppen.

Natuurlijk streeft elke tekstschrijver naar verhelderend taalgebruik. Maar sommige ondernemers zullen het daar niet altijd mee eens zijn. Goed, het is logisch dat een tekstschrijver al zijn vermogens tot duidelijk communiceren uit de kast haalt als het gaat om een begrijpelijke ‘hertaling’ van een complexe productbeschrijving, bijvoorbeeld van een nieuw computersysteem of een nieuw financieel product. De lezer van de verkoopbrochure zou na twee regels afhaken als hij zou worden geconfronteerd met intern gerichte formuleringen en specificaties. Opdrachtgever en tekstschrijver zijn het dan van harte eens over het doel van de tekst: inzichtelijkheid.

Maar als de onderneming nu eens minder vrolijk nieuws te melden heeft? Ook al draait de economie nog steeds op volle toeren, er zijn altijd ondernemingen waarmee het minder gaat. En zelfs goed lopende bedrijven zetten geregeld het mes erin, want voorblijven op de concurrentie is nu eenmaal verstandiger dan inhalen van de achterstand op het moment dat het eigenlijk al te laat is. Dus moeten er berichten naar buiten – naar de pers, de medewerkers en alle andere belanghebbenden – dat er wordt gesaneerd, dat er een andere richting wordt ingeslagen, dat er fouten zijn gemaakt. Dat is nooit leuk en zeker niet als je beursgenoteerd bent. (meer…)

Crisis! Wat vertellen we de mensen?

Stel, u hebt slecht nieuws voor de mensen. Dat overkomt ieder bedrijf weleens. Uw pakken melk bevatten sporen van een agressief reinigingsmiddel. U gaat vanwege een reorganisatie 20 procent van uw personeel op straat zetten. Een militante actiegroep begint een haatcampagne tegen de milieuvervuilende neveneffecten van uw producten.

Wat is uw eerste reactie? Het instinct roept: niets zeggen, en als dat niet lukt, alles ontkennen, en als dat niet lukt, terugvechten tot de laatste snik. De ervaring roept daarentegen: fout, fout, fout! De ervaring dicteert immers een andere aanpak: vertel alles wat u weet, geef overal antwoord op, geef zonodig toe zonder uw tegenstander gelijk te geven. U wilt tenslotte ook weer niet chantabel overkomen.

Het is een aanpak die is samen te vatten met één woord: eerlijkheid. Maar dan vooral eerlijkheid in de zin van openheid, want er zijn talloze gevallen waarin u heel eerlijk kunt claimen dat er niets aan de hand is, dat u het recht aan uw zijde hebt, dat de bezwaren tegen uw bedrijf en zijn producten volkomen ongegrond zijn. (meer…)

Werk maakt werk?

‘Toe aan een nieuwe leasebak? Je bent weg voordat je het weet’. Met deze en andere leuzen appelleerde jobsite JobTrack.nl afgelopen najaar in vele bushokjes schaamteloos aan het jobhop-gevoel onder de jonge honden van ons land.

Kennelijk denkt half carrièregericht Nederland zo, anders zou de adverteerder wel een andere manier hebben gevonden om zijn geld over de balk te smijten. Bovendien wil JobTrack blijkbaar een grote doelgroep van jobhoppers aanspreken, getuige de keuze voor billboardreclame. Op elke hoek van de straat lopen dus horden onverzadigbare wisselwerkers, die hun cv en 10% extra belangrijker vinden dan een karwei afmaken. En het is waar: in mijn werk kom ik hen wekelijks tegen. Of ze nu bij een opdrachtgever werken of bij een leverancier, telkens valt me op dat de wisselwerkers met meer verve vertellen over hun rol in het geheel dan over het eindresultaat.

En steeds hebben ze haast. Ze willen weg, verder, daar gaan waar ze nog niet eerder zijn geweest – zelfs op vakantie. Het gras? Dat is uiteraard altijd ergens anders groener. Het is een mentaliteit waar ik me elke keer weer over kan verbazen. (meer…)

Terug naar het industriële tijdperk?

‘De IT-sector heeft te kampen met een gebrek aan professionaliteit’: het is een groot verwijt waaronder de branche nog altijd te lijden heeft. Men hoeft maar te wijzen naar geldverslindende ontwerp- en implementatieprojecten, torenhoge vervangingskosten, duur beheer en onderhoud en kostbare opleidings- en bijscholingstrajecten om een jeremiërende controller van een multinational gelijk te geven in zijn klaagzang aan de borreltafel. Als je pech hebt, maakt hij ook nog een vergelijking met andere sectoren: “In de auto-industrie hebben ze dat probleem zeventig jaar geleden al opgelost!”

En zo heb je dus een imagoprobleem. Niet voor niets trommelen diverse IT-bedrijven in hun marketinguitingen op het tegenovergestelde van al die pijnpunten: ontwikkelen op basis van standaardcomponenten, snel implementeren, strategisch uitbesteden, hergebruiken, toegevoegde waarde leveren aan bestaande investeringen.

Daarmee hebben ze de juiste toon te pakken, want de IT-sector kampt niet zozeer met een gebrek aan professionaliteit – professionals genoeg in de branche – maar met een gebrek aan een industriële aanpak. De vergelijking met de auto-industrie snijdt op het eerste gehoor weliswaar hout, maar we vergeten gemakshalve dat die sector ook dertig jaar nodig had om de lopende band uit te vinden. (meer…)