Links, twee, drie, vier!

Wie met woorden werkt, hecht grote waarde aan hun betekenis. Maar je hoeft geen schrijver van beroep te zijn om te weten dat de meeste woorden niet alleen een letterlijke betekenis hebben. In mijn kinderjaren, die gelijkvielen met de jaren van polarisatie in de jaren zeventig, ontdekte ik al snel de bijbetekenissen van links en rechts. Hoewel ik plastic soldaatjes en miniatuurtanks van Matchbox tot mijn speelgoed mocht rekenen – waarbij ik de Duitse pothelmen en Tigers heimelijk van het fraaiste ontwerp vond – liep ik ook mee in de beroemde antikernwapendemonstratie door de straten van Den Haag. Aan de hand van mijn vader, die links stemde terwijl hij voor een grote oliemaatschappij werkte. En ik was het gloeiend met hem eens, jaren later resulterend in een pacifistisch-socialistisch stemgedrag dat me nooit meer heeft verlaten. Wat wil je ook als je in Amsterdam studeert. Tegelijk nam hij me mee naar Zandvoort, waar ik vanaf mijn achtste alle navolgende Grote Prijzen van Nederland vanuit het pitgebouw heb aanschouwd, jaren later resulterend in een autoliefde waar zelfs de gematigdste milieupartij geen goed woord voor overheeft. Kortom, waar destijds in de rest van de samenleving de begrippen links en rechts de loopgraven hadden betrokken, daar dwaalde ik vrolijk door niemandsland.

Op het eerste gevoel was het voor mij dan ook thuiskomen toen paars in dit land aan de macht kwam. Het niemandsland van links en rechts was opeens doorgedrongen tot het centrum van de macht. En het heeft zijn verwoestende effect gehad. Waar links steeds meer ging staan voor conservatisme (behoud van sociale rechten, behoud van het milieu, natuurbehoud), daar beleed rechts ideeën die je progressief kunt noemen, in de zin van verandering nastrevend (technologische vooruitgang, de Zalmnorm, Europa). (meer…)

Hoezo duurzaam ondernemen?

Zelf vlieg ik zelden tot nooit. Toch maken vliegtuigen wel degelijk deel uit van mijn dagelijks leven. Vanuit het raam van ons kantoor in Hoofddorp kun je ze op een mooie dag zien opstijgen van de Kaagbaan van Schiphol. En elke dag zie ik en hoor ik ze niet ver van mijn huis afremmen voor een landing op de Zwanenburgbaan. Mijn woon-werkverkeer over de Haarlemmermeerse binnenwegen wordt bovendien twee maal daags verstoord door de bouwwerkzaamheden aan de ‘vijfde baan’. En wie heeft er in de omgeving van Schiphol geen familie, vrienden, kennissen of buren die op de luchthaven werken? Met andere woorden, u begrijpt waarom ik de ontwikkelingen in de luchtvaart op de voet volg.

En dan is het vreemd hoe dingen kunnen lopen. Nog geen jaar geleden stonden de krantenkolommen in het teken van de ongebreidelde groei van de luchtvaart. Indrukwekkende extrapolaties moesten bewijzen hoe snel het aantal vliegbewegingen de komende jaren zou stijgen. Werknemers van de N.V. Luchthaven Schiphol en aanverwante industrie reden rond met bumperstickers die in sloganvorm meldden dat beperkingen aan het vliegverkeer de dood in de pot voor de regio zouden zijn. Allemaal argumenten voor het morrelen aan de ‘randen van de nacht’ en voor het stelselmatig overtreden van geluidsnormen en groeiquota. En uiteraard hét excuus voor de aanleg van de vijfde baan, op een plek die – hoe toevallig – precies genoeg ruimte overliet om ook nog een zesde baan aan te leggen. Keer op keer bezweek het ministerie van Verkeer en Waterstaat voor deze argumenten. (meer…)

Het carrièrevirus

Een column moet ruimte geven aan een stelling van controversiële eenvoud. Zonder aandacht te schenken aan morele bezwaren, praktische obstakels en belemmeringen van sociaal-economische aard.

Laat ik daarom op deze plaats mijn stelling van controversiële eenvoud poneren: als we morgen 50 procent van de managementfuncties binnen de BV Nederland schrappen, gaat het volgend jaar weer een stuk beter met het land. Daarmee trap ik ongetwijfeld velen tegen het zere been, maar ter onderbouwing zeg ik daarbij het volgende: doordat carrière maken zo’n groot en belangrijk goed is geworden voor de verwende ‘high potential’, is de aandacht in organisatieleer, opleidingenland en arbeidsmarkt verplaatst van de productieve beroepen naar de niet-productieve beroepen. Steeds minder mensen doen daardoor het eigenlijke werk, terwijl er zich steeds meer mensen direct of zelfs indirect – in de vorm van consultancy en advies – bemoeien met het bedenken van regeltjes voor de mensen die het eigenlijke werk doen.

Als nu duidelijk zou zijn dat hun sturende en adviserende taken zouden leiden tot een daadwerkelijke productiviteitsstijging onder de productieve medewerkers, dan is alle lof op z’n plaats. Maar wat zien we in plaats daarvan gebeuren? De weinige productieve medewerkers worden gedwongen nog efficiënter te werken. Een deel van hen kan de verhoogde werkdruk niet aan en meldt zich ziek. De werkdruk voor de achterblijvers stijgt nog meer. Er wordt een probleem geconstateerd aan de top, die daarop reageert door nog maar een extra blik managers open te trekken om het probleem te ‘managen’. In de praktijk gebeurt er niets en gaat de negatieve spiraal ongestoord verder. Met andere woorden: managers maken Nederland ziek en carrière maken is het hoogst besmettelijke virus dat daarvoor verantwoordelijk is. (meer…)

‘Internet? Dat wordt niks’

Lekker afgeven op internet. Het nut en de zegeningen ervan even stevig relativeren. Vervolgens gnuivend wijzen op de verlieslijdende online-activiteiten en de hopeloze e-business-strategieën van grote ondernemingen. Om ten slotte met de armen over elkaar het gelijk van de markt aan te halen. En o ja, we worden allemaal sociaal misvormde mensen van dat internet. Case closed.

Het lijkt wel het nieuwe gezelschapsspel onder industry watchers. Maar dat zijn wel dezelfde analisten die twee jaar geleden de aandelenkoersen van IT- en telecombedrijven met hetzelfde gemak in het zadel hielpen als waarmee ze die nu onderuit halen.

Laat ik mij daarom op deze plek – hoe bescheiden ook – opwerpen als advocaat van het internet. Want laten we wel wezen: het medium is de puberteit nog maar net ontgroeid. Het heeft een wilde periode achter de rug, waarin het zichzelf en de wereld leerde ontdekken. Het heeft vrienden voor het leven gemaakt, heeft de liefde leren kennen, die niet beantwoord werd, heeft gevoeld wat voor kick het geeft om schoonheid te vernietigen, heeft zelfmoord overwogen en… heeft afstand genomen van zijn scheppers. (meer…)

Moet zakelijke taal versluieren of verhelderen?

De kop die boven deze column staat, lijkt een kwestie van inkoppen.

Natuurlijk streeft elke tekstschrijver naar verhelderend taalgebruik. Maar sommige ondernemers zullen het daar niet altijd mee eens zijn. Goed, het is logisch dat een tekstschrijver al zijn vermogens tot duidelijk communiceren uit de kast haalt als het gaat om een begrijpelijke ‘hertaling’ van een complexe productbeschrijving, bijvoorbeeld van een nieuw computersysteem of een nieuw financieel product. De lezer van de verkoopbrochure zou na twee regels afhaken als hij zou worden geconfronteerd met intern gerichte formuleringen en specificaties. Opdrachtgever en tekstschrijver zijn het dan van harte eens over het doel van de tekst: inzichtelijkheid.

Maar als de onderneming nu eens minder vrolijk nieuws te melden heeft? Ook al draait de economie nog steeds op volle toeren, er zijn altijd ondernemingen waarmee het minder gaat. En zelfs goed lopende bedrijven zetten geregeld het mes erin, want voorblijven op de concurrentie is nu eenmaal verstandiger dan inhalen van de achterstand op het moment dat het eigenlijk al te laat is. Dus moeten er berichten naar buiten – naar de pers, de medewerkers en alle andere belanghebbenden – dat er wordt gesaneerd, dat er een andere richting wordt ingeslagen, dat er fouten zijn gemaakt. Dat is nooit leuk en zeker niet als je beursgenoteerd bent. (meer…)